This Religion Business

In de eerste Erfgoedarena van 2017 (18 januari) staat religie centraal. Onder leiding van Imre Vegh (Debat.nl) scherpten Marlous Willemsen (Imagine IC/Reinwardt Academie), Hermine Pool (Bijbels Museum), Floor Scholte (Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen) en Lizanne Gille (Catharijne Convent/Reinwardt Academie onze mening aan over de samenhang van erfgoed en religie.

Deze editie van de reeks Erfgoedarena’s is geïnspireerd door het nieuwe lectoraatsonderzoek van de Reinwardt Academie ‘Religie in het Erfgoedlandschap/Desecularizing the Museum?’ waarin Marlous Willemsen onderzoekt of en hoe een emotionele religieuze ervaring een rol speelt tijdens museumbezoek. 

Het publiek bestaat uit representanten van musea, medewerkers en studenten van de Reinwardt Academie, medewerkers van de overheid, kunstenaars en anderen geïnteresseerden. Allereerst inventariseert Imre Vegh wie zichzelf religieus zou noemen: een kleine tien procent. De rest betaat uit ietsisten, agnosten en een aantal atheïsten - mooie ingrediënten voor een stevig debat. Maar, benadrukt Vegh, het is geen debatwedstrijd maar een erfgoedarena waar sprekers en publiek in de hoofdrol staan. Enkel de wijsheid zal winnen.

 

Babbelbox
Kunsthistorica Lisanne Gille bijt het spits af met een column over haar Reinwardt Master afstudeeronderzoek bij het Catherijneconvent (Christelijke en religieuze kunst).

Dit museum heeft onlangs herinneringsverhalen als nieuwe en aparte kerncollectie opgenomen: een nieuwe immateriële verzameling. Gille ontwierp een installatie, de Babbelbox, waarin bezoekers hun verhalen en emoties rondom kerst via een tablet kunnen delen. De Babbelbox fungeerde als een pilot om de methode rondom emotienetwerken, samenwerkingen tussen erfgoedspecialisten, bezoekers en samenleving, in kaart te brengen. Door middel van analyse van de resultaten bekijken Gille en Catharijneconvent op welke manier het museum een rol kan spelen voor het waarborgen van deze immateriële dimensie. Ze concludeert dat betekenisgeving onderdeel moet uitmaken van een democratiserende erfgoedpraktijk. Musea moeten leren meer naar buiten te kijken om hun maatschappelijke rol te waarborgen. Daarbij stelt ze dat erfgoed nooit eenzijdig is, maar altijd onderdeel uitmaakt van een netwerk van overeenstemmende en/of verschillende emoties. Het museum zou een platform kunnen bieden om de dialoog met en tussen bezoekers te versterken.

 

Case: Kempering
Marloes Willemsen is directeur van erfgoedinstelling Imagine IC. Dit is een combinatie van een archief, museum en gesprekspodium in, en vaak ook over, de buurt.

Willemsen start met het presenteren van een case van religieus erfgoed, waarbij ze zich afvraagt met wie, waar, hoe en waarom we eigenlijk religieus erfgoed maken. De case omvat de verhoogde parkeergarage Kempering in de Bijlmer waarin de Pinksterkerk gevestigd is. De met sloop bedreigde garage legt Willemsen voor als item van religieus erfgoed. De emoties die loskwamen toen de parkeergarage bedreigd werd met sloop, zijn volgens haar een aanwijzing dat er sprake is van erfgoedvorming. Voor de een brengt de garage een nostalgisch gevoel teweeg, waar de garage voor de ander het centrum van de stad is. Dit laatste voor wie lid is van de Pinkstergemeente die er kerkt. Voor weer een ander, een ‘Bijlmer Believer’, is Kempering icoon van de Wederopbouw en tevens monument van weggefilterde idealen. Interessant is dat de personen achter deze drie meningen allemaal pleitten voor het behoud van Kempering.

De beginvragen worden dan als volgt betantwoord. Religieus erfgoed wordt volgens haar gemaakt door iedereen die zich op een of andere manier verbonden voelt met het betreffende (immateriële) erfgoeditem. De vorming van religieus erfgoed speelt zich tot ver buiten musea af die zich met religie bezighouden. “We maken overal religieus erfgoed”, aldus Willemsen. Op de vraag hoe religieus erfgoed ontstaat, legt Willemsen voor dat dit gevormd wordt door emotienetwerken. Dit zijn grillige constellaties van mensen die allemaal gevoelens hebben over een erfgoed-item, maar niet allemaal dezelfde. De significantie van verschillende meningen wordt bij deze methode in acht genomen. Zo kun je immers inzicht in elkaar en betrokkenheid bij elkaar vergroten.

 

Hoewel de zaal zich wel kan inleven in het idee achter emotienetwerken, klinkt de vraag wat de toegevoegde waarde is van de rol van religie in emotienetwerken. Zo is een reactie: “Het gaat volgens mij gewoon over erfgoed. Ik weet niet wat dat religieuze toevoegt aan dit debat over Kempering.” Een interessante kwestie volgens Willemsen. Haar mening hierover is dat Kempering niet per se als een religieus monument behouden zou moeten worden, maar wel ook als religieus erfgoed gezien kan worden.

 

Neutraal
‘Een museum is toch nooit neutraal, dus ruim baan voor religie!’ is de eerste stelling van de avond. Hester Dibbits, lector van de Reinwardt Academie, geeft kort toelichting bij de context van deze stelling. De stelling doelt bijvoorbeeld op het uitvoeren van een religieuze daad in een museum of een moslim die zijn ding zou willen doen in het Catharijnenconvent. Een groot deel van de zaal blijkt te vallen over het woord ‘neutraal’ in stelling. Zo stelt iemand dat een museum nooit neutraal kan zijn want dan heeft ie geen bestaansrecht. Hiertegenover staat de gehoorde reactie dat een museum z’n wetenschappelijke, objectieve autoriteit zou moeten behouden.

 

Intrinsiek
De tweede stelling luidt: ‘Religieuze artefacten worden door musea te weinig gewaardeerd op hun religieus-emotionele kwaliteit (maar meer op hun esthetische waarde).’ Willemsen is het na even twijfelen eens met de stelling. Nederlandse musea staan immers vol met religieuze objecten, hoewel dit niet op deze manier gepresenteerd wordt. Daartegenover stelt iemand dat voorwerpen een intrinsieke uitstraling hebben, of je hier nou wel of niet emotioneel onder bent. “De maatschappij die gedurende de Renaissance van devotie naar profaan is gegaan kan heel moeilijk terug naar die devotionele emotionaliteit. Musea zouden dergelijke artefacten niet zo hoeven waarderen”, aldus diezelfde persoon.

 

Mediteren in een tentoonstelling
Floor Scholte, Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen, is maakster van de lopende Boeddha-tentoonstelling in het Museum van Volkenkunde, waar tevens een meditatieruimte was ingericht.

Scholte neemt ons mee in het proces van het ontwerpen van de Boeddha-tentoonstelling. De rode lijn was de erkenning van het bestaan van de Boeddha binnen alle verschillende stromingen en landen van het Boeddhisme. De presentatie van een dergelijk onderwerp vond Scholte moeilijk: hoe emotioneel of religieus doe je dat? Uit onderzoek onder bezoekers bleek dat er drie pijlers waren, namelijk kennis opdoen, esthetische waarde en spirituele ervaring. Aan de spirituele ervaring is zo neutraal mogelijk gehoor gegeven. Er is gekozen voor een witte, met muziek gevulde ruimte waarin bezoekers de mogelijkheid gegeven werd om bij drie verschillende Boeddha’s een religieuze uiting te verrichten.

 

Museum als kerk
De laatste stelling van de avond is: ‘Musea moeten geen kerkje willen spelen’. Uit het publiek klinkt de reactie dat je als museum geen kerkje kunt spelen, want dat wordt door de bezoeker bepaald. Scholte betrekt de stelling op haar Boeddha-tentoonstelling: “Met de tentoonstelling hebben we een hele mooie ruimte gecreëerd. Daardoor wordt iemand die geen religieuze associatie heeft met het Boeddhisme die ook niet opgelegd. Degene die deze associatie wel heeft krijgt de belevingsomgeving mee om dit in de praktijk te brengen.” Iemand anders zegt dat het heel raar zijn als musea rituelen zouden uit-/opvoeren. Het religieuze ritueel wordt dan gemusealiseerd, met de uitvoerende mensen erbij. Een raar idee, vindt hij, dat mensen dan een museaal object zijn. 

 

Museum in museum
Hermine Pool is curator bij het Bijbels museum.

Pool introduceert ons dominee Leendert Schouten, de negentiende-eeuwse stichter van het toen sterk evangeliserende Bijbels Museum. Alles rondom dit museum was religieus: de motivatie, de praxis, de doelstelling, de omgang met objecten en de identiteit van de gemeenschap. Na een lange rondzwerving kwam dat uiteindelijk in Amsterdam terecht. Voor een nieuwe inrichting in 2002 werd het model van de Tempelberg, afkomstig uit Schoutens collectie, centraal gesteld, in het midden van de grootste zaal. Naar de Tempelberg liepen drie paden: een joods pad, een islamitisch pad en een christelijk pad. De bezoekers konden kiezen met welke ‘bril’ ze de route wilden afleggen. In elk pad werden dezelfde thema’s besproken, namelijk het Heilige boek, commentaren en traditie, gebedsrichting, feesten en de eindtijd. Het uitleggen van de eindtijd bleek bijzonder moeilijk, omdat dan eigenlijk echt het religieuze denken eigen gemaakt moet worden. Tegenwoordig wordt het gehele Schoutenkabinet als cultuurhistorisch object in het Bijbels Museum getoond. Pool vraagt zich af hoe we daarmee om gaan. Als eerste optie geeft ze dat bezoekers kunnen bidden en zingen bij de collectie Schouten. Daarmee zouden de diepere, evangeliserende lagen van de collectie voor het voetlicht gebracht worden. Een andere optie is het contextualiseren van Schoutens bedoelingen in de huidige samenleving. Hiervoor geeft ze Trump als voorbeeld, die tevens gesteund wordt door eindtijddenkers. Zij geloven dat er toegeleefd wordt naar een nieuwe tempelberg.

 

In haar afsluiting onderstreept Marlous dat de avond veel stof tot nadenken gaf.


Zelf vond ik het interessant hoe de termen ‘religieus’ en ‘neutraal’ gedurende de erfgoedarena onder de loep werden genomen. Beide woorden kunnen op meerdere manieren geïnterpreteerd worden en worden soms wel erg makkelijk gebruikt. Het zorgvuldiger benoemen van de bedoelde betekenis achter de term, zou het mijn inzien een nog scherper debat gemaakt hebben.

 


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie