Boedel

Ooit moet je iets met de inboedel van je ouders doen.

Mijn beurt kwam eind vorig jaar, toen de mijne naar een verzorgingsflat verhuisden. Mijn broers en zusters hadden in het oude huis niet veel meer van hun gading gevonden. Een enkel schilderijtje of djattihouten beeldje, ach. Ook voor de bijna duizend boeken waren weinig liefhebbers (“Een complete Lou de Jong?”, zei de opkoper van De Slegte, “Ach mijnheer, daar hebben we er honderden van.”). De serviezen en sets glazen waren ernstig incompleet. Er was nog wel een rijtje kasten, op vaders hobbykamer, met oude spullen. Als enige historisch geïnteresseerde van mijn familie moest ik daar nog maar eens naar kijken.

Wat een rare gewaarwording. Ik had de afgelopen tien jaar al wekelijks rustig met mijn ouders gepraat, telkens een uurtje of wat. Een beginnende Alzheimer had er wat druk op gezet, maar ook weer niet heel erg. Het meeste was wel besproken. Maar toen ik er afgelopen november twee keer een zondagmiddag voor uittrok, bleken de vier kasten toch wel tienduizend foto's te bevatten, in pakjes, per periode en per onderwerp. Met een elastiekje erom, in grotere bundels, doosjes, dozen, mappen en enveloppen. Sommige met de aanduiding 'dubbel'. De oudste foto's met witte kartelrandjes, gekruld, en van een raar klein formaat. Eindeloze familieuitjes, vakanties en verjaardagen, met steeds ouder wordende ooms en tantes op hetzelfde, steeds sleetsere bankstel. En nog meer landschapjes en fietstochtjes. Van alles ook nog negatieven, per datum en met de contactprints erbij in grote ordners geklemd. Vanaf de jaren zeventig splitste het fotowerk zich. Vader was zelf gaan ontwikkelen en afdrukken – wat de collectie iets artistiekerigs gaf, maar ook iets knulligs. Zo van indrukwekkend zwartwit, maar niets meer scherp, contrastrijk of veelzeggend. De familiekroniek werd vanaf dat moment vervolgd in kleurendia's. Ook weer vele duizenden. Ook weer netjes geordend, maar nu in sleeën.

Wat doe je dan? Je gaat kijken of er mooi werk tussen zit, dat bijvoorbeeld je eigen levensloop illustreert. Dat valt tegen. Wat je je herinnert als betekenisvol zit er net niet tussen. Dan zoeken naar iets representatiefs. Ook niet. Want in de winter werd niet gefotograeerd, en de normaliteit bleek nooit interessant. Dan maar sprekende mensenfoto's gezocht. Dat gaat beter, vooral als kinderen nog heel jong zijn, of wanneer ze trouwen. Maar de veeleid begint je geleidelijk zenuwachtig te maken. Een smalle stroom wordt een klotsende rivier, een grommende vloed, een verwoestende tsunami. Op het laatst zat ik met zweet in de handen tussen drie stapels. De oorspronkelijke collectie, daartegenover een klein stapeltje dat ik wilde bewaren, ertussen een enorme bak weg te gooien spul. Naarmate je meer bronmateriaal blijkt te hebben wordt het kiezen wanhopiger. Help! Dat gold voor dia's nog meer dan voor foto's. Want in een fractie van een seconde kun je een foto van de stapel pakken, bekijken en beoordelen. Maar voor dia's heb je veel meer nodig. Tussen jou en het ding staan vorm (slee in doos) en interface (projector, scherm). Toch heb ik me er moedig doorheen geslagen, vind ik. Er ging na die twee middagen slechts een bescheiden verhuisdoos mee, met minder dan één procent van het oorspronkelijke beeldmateriaal. Dat in mijn eigen huis vrijwel geen berging is beschouw ik als een groot voorrecht.


Media


0 reacties

Leave a comment