Interview Koosje Hofman

In de Reinwardt Community gaan we dit jaar een interviewreeks opzetten met onze docenten. Wie zijn ze en wat beweegt ze? Nu het woord aan: Koosje Hofman.
Foto 2: Cromhouthuizen, door Ydo Groot

Sinds drie jaar is Koosje Hofman verbonden aan de Reinwardt Academie als docent. Naast het coördineren van het tweedejaarsproject geeft zij het vak Verzamelen van moderne kunst samen met Joppe Knoester, waarbij studenten onderzoeken hoe een kunstwerk in een collectie is beland. Ook begeleidt ze stages en afstudeerders. Vorig jaar is zij begonnen met het Zwerfkeienproject met studenten die werken bij verschillende instellingen. Kunstwerken die niet meer goed passen in een collectie kunnen daarbij geruild worden met objecten uit andere collecties. Een vak dat Koosje dit jaar voor het eerst geeft is de Theorie van het Verzamelen.

Vertel eens wat over je carrière, voordat je in het onderwijs terecht kwam.
Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd aan de UvA en daar heb ik mij vooral op de negentiende en twintigste eeuw gericht. Daar ben ik heel specifiek afgestudeerd op de kunstenaar Johan van Hell, waar nog niets over was gepubliceerd. Het was echt heel leuk omdat ik – ongeveer tien jaar na mijn studie – benaderd werd door een groep mensen die mijn scriptie wilden gebruiken voor een catalogus. Met hen heb ik toen een catalogus en tentoonstelling over Van Hell gemaakt.

Dat is heel leuk inderdaad! Had je ook andere activiteiten naast je studie?
Ja, naast kunstgeschiedenis deed ik ook culturele studies. Eigenlijk was dat veel praktischer. Tijdens mijn studie heb ik veel stages gelopen o.a. bij een gallerie en Bureau D’Arts. Daarnaast had ik bijbanen bij de Museumboot en Sotheby's (wil ik alle studenten aanraden). Ik had altijd het gevoel dat ik veel meer leerde in de praktijk.

Wat gebeurde er na je studie?
Na mijn studie kwam ik terecht bij Bureau D'Arts, waar ze mij nog kenden van stage, en daar deed ik heel divers werk van tentoonstellingen en communicatiecampagnes in De Nieuwe Kerk tot een boek over het Vondelpark. In 2001 richtte ik De Nieuwe Collectie op samen met twee partners (Hester Scholvink en Martine Gosselink) en daar heb ik elf jaar met veel plezier projecten in de culturele sector gerealiseerd. Wij hielden ons bezig verscheidene projecten variërend van een tentoonstelling voor de Noord-Zuidlijn tot het exposeren van een privé-collectie kunstwerken uit de Gouden Eeuw in de Kunsthal. Van educatieve projecten voor het Stadsarchief tot exposities van prive-kunstcollectioneurs. Op een gegeven moment werd ik heel onrustig van de projecten, doordat ik niet echt verdieping voelde. Na afronding van het ene project, ging ik alweer beginnen aan het volgende, waardoor ik niet wist wat men van mijn projecten vond etc. Ik heb het altijd al leuk gevonden om iets met onderwijs te doen en wilde meer met mensen werken, daarom ben ik toen gastdocent geworden aan de Reinwardt Academie. Pas later besloot ik dat fulltime te doen.

Het tweedejaarsproject wordt door jou geleid. Vertel daar eens wat meer over. Ja, het project houdt onze tweedejaarsstudenten gedurende het eerste en tweede blok bezig met een echt opdracht voor een opdrachtgever. Daarbij zoek ik altijd opdrachtgevers uit de praktijk die een opdracht willen bedenken samen met ons voor de studenten, die zij echt willen uitvoeren. Op deze manier krijgen studenten de kans om aan echte opdrachten te werken en tegelijkertijd kunnen de opdrachtgevers weer geïnspireerd raken van onze studenten. De wisselwerking daarvan vind ik heel mooi. De opdrachten worden wel een beetje aangepast aan het onderwijs. In totaal ben ik een aantal maanden mee bezig met het werven van opdrachten en opdrachtgevers.

Is het lastig om opdrachtgevers te werven?
Het is best lastig omdat wij best veel van hen vragen en zij doen het geheel op vrijwillige basis. Maar als ze het echt leuk vinden doen ze ook echt een paar jaar mee. Zoals het Stadsarchief en Cromhouthuizen (Amsterdam Museum). Ik hoop wel altijd dat deelnemende opdrachtgevers er echt tijd voor nemen en niet onze studenten zullen teleurstellen.

Welke opdrachtgevers doen dit jaar mee?
Onze eerste opdrachtgever is AJAX. Hierbij onderzoeken studenten of er een AJAX museum moet komen in de ArenA. AJAX heeft namelijk een enorme erfgoedcollectie en is toe aan iets nieuws. Onze studenten kijken of er mogelijkheden zijn om een nieuw museum op te zetten. Best een pittige opdracht omdat zij het bestuur moeten overtuigen dat er een museum moet komen.

Verder hebben we Het Amsterdam Museum, Cromhouthuizen. Deze opdracht gaat – net als vorig jaar – over verzamelen. Oude verzamelingen uit de Gouden Eeuw, maar ook vooral met een link naar het heden. Ook willen zij dat het museum een nieuwe functie krijgt als netwerkmuseum. Zij willen een aantrekkelijke werkruimte creëren voor de omgeving, zodat men achter een laptop met wifi en koffie kan werken en geïnspireerd raakt door de Grachtengordel.

Verder hebben we Het Nationaal Archief in Den Haag. Zij willen een tentoonstelling maken over Koning Willem I. Elk jaar zorgen wij ervoor dat er tenminste één archief zit tussen de opdrachtgevers, speciaal voor studenten die later graag in het archief willen werken. Het is de bedoeling dat studenten een tentoonstellingsplan maken over Koning Willem I en de invloed die hij had op het Nederlandse landschap, wetgeving etc. Hij was een hele harde werker. Ook zullen veel aspecten terugkomen door de ogen van de mensen uit zijn omgeving (zijn vrouw, ministers).

Tot slot hebben we het Gemeentemuseum Weesp. De oude conservator is weg en nu is het museum toe aan een nieuwe inrichting en opzet. Studenten mogen met Theo Meereboer nadenken over een nieuw concept voor het museum. Het gaat vooral over de maakindustrie in Weesp. Dus de jeneverindustrie, cacaoindustrie en rijwielindustrie. Weesp was in de achttiende eeuw ontzettend welvarend en heeft een prachtig stadhuis laten bouwen, waar het museum gevestigd is op drie hoog. Het is een grote uitdaging voor de studenten, omdat zij bij het ontwerp rekening moeten houden met de constructies in het oude gebouw.

Wat is het doel van het project?
Studenten leren hoe je een project kunt faseren en hoe je omgaat met een opdrachtgever. Ook leren zij welke vragen ze moeten stellen en hoe je jezelf het best positioneert op de markt. Voor welke doelgroep werk ik? Hoe vertel ik het juiste verhaal om mensen te overtuigen van mijn boodschap? Met welke middelen kun je visualiseren? Bij ons draait het communicatieaspect vooral om het object als communicatiemiddel, maar er zijn natuurlijk nog veel meer andere vormen. Tegelijkertijd leren studenten rekening te houden met de conserveringskant. Binnen de museumwereld is dit altijd gescheiden. De randvoorwaarden voor conservering en plannen van vormgevers botsen bijna altijd. Op deze manier weet je later als conserveringsmedewerker hoe een vormgever denkt en andersom als vormgever weet je bijvoorbeeld dat je altijd op tijd een objectenlijst aanlevert. Als Reinwarder werkt dit enorm in je voordeel. Dit integraal denken is ooit opgezet door Mario Jellema en Martijn de Ruijter. Beiden met heel veel ervaring en direct uit de praktijk. Zij bedachten het om twee vakken door elkaar te mixen tot een project. Wat gaat er fout in de praktijk? Hoe kunnen we dat in het onderwijs meteen anders stellen? Dat laatste is heel belangrijk omdat je op deze manier studenten laat ervaren hoe het is om in de praktijk te werken. Ook binnen de projectgroepjes kun je merken dat het botst tussen de vormgevers en degenen die beheer en behoud doen. Wat wij in de praktijk hebben gedaan dragen wij nu over aan de studenten! |

Foto's van briefings bij opdrachtgevers


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie