Een leger Aziatische toeristen zorgt voor een ‘voller’ Delft

Bijna twee jaar geleden (januari 2013) werd Museum Nusantara aan het Sint Agathaplein in Delft gesloten. Een jaar later (januari 2014) is het legermuseum vertrokken uit het Armamentarium aan de Lange Geer in Delft. Voor beide musea gold dat er te weinig bezoekers waren. Voor het pand aan het Sint Agathaplein is er inmiddels een nieuw bestemmingsplan: het pand krijgt nieuwe bewoners en gaat de naam Prinsen Kwartier dragen. Hier wordt een centrum voor creatieve industrie gevestigd, met tentoonstellingen, lezingen, debatten en meer. Hoewel het even leek alsof het culturele einde zoek was in Delft, komen er gelukkig interessante initiatieven van zowel burger als gemeente voor de gesloten musea.

Een voorbeeld van een interessant initiatief, is het concept Museum Aan de Delven (MAD). Door middel van een door Delftse burgers opgerichte stichting, de Stichting Armamentarium Delft (STARD), is het MAD-concept opgezet. Dit museum moet een informatieve en levendige plek worden voor Delft en omstreken, met als thema’s de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en Delfts Blauw. Natuurlijk wil de STARD dat dit museum uitgroeit tot trekpleister voor toeristen.
Klinkt natuurlijk heel leuk allemaal, maar je zou jezelf af kunnen vragen of deze burgers van de STARD wel over voldoende kennis beschikken om tot een verantwoorde herbestemming te komen. Leidt het MAD-concept tot een reële herbestemming voor het Armamentarium in Delft?

Stichting voor de fruitvlieg
Iedereen kan morgen een stichting beginnen. Ik weet niks van fruitvliegjes, maar ik kan morgen een stichting beginnen ter bevordering van het behoud van fruitvliegjes. Of de fruitvliegjes daar ook bij gebaat zijn, hangt niet samen met het oprichten van de stichting. Dat Delft nodig een nieuw museum kan gebruiken, staat onomstotelijk vast, en hoewel er ideeën opgingen om het Armamentarium te schikken tot een woonverblijf voor studenten, adviseerde de Stadsbouwmeester van Delft anders. Stadsbouwmeester Wytze Patijn beschrijft in een brief aan de voorzitter van de STARD, zijn studie met de titel “Gebouw zoekt functie”. In deze studie komt naar voren dat het unieke karakter, maar ook de bijzondere ligging en het historisch belang van het Armamentarium een publieke functie logisch en noodzakelijk maken. Om deze en andere redenen die Patijn in zijn studie uiteenzet, is een woonfunctie niet raadzaam. Een museumfunctie daarentegen is feitelijk voor het Armamentarium het meest geschikt. Echter, de Stadsbouwmeester van Delft besluit zijn brief met de vraag of een grote museale functie van nationale betekenis op dit moment, met het huidige schrale economische klimaat, haalbaar is. Nu is het weer de beurt aan de stichting, want je kan je inderdaad afvragen, na het lezen van de studie door de Stadsbouwmeester, of het MAD-concept wel reëel is.

Het advies van een Stadsbouwmeester sla je niet in de wind. Maar als we altijd zouden terugdeinzen voor het huidige schrale economische klimaat, als niemand meer iets durft te ondernemen en als iedereen bij de pakken gaat neerzitten, wat komt er dan van de culturele sector terecht? Iedereen koestert toch wel warme gevoelens aan de herinnering aan een cultureel uitje? Zo heeft uw schrijver een levendige herinnering aan een schoolreisje aan Museum het Prinsenhof in Delft. Machtig spannend vond ik het om de kogelgaten in de muur te zien, ik stond op de plek waar Willem van Oranje werd doodgeschoten door Balthasar Gerards! En dat in de stad waar ik woon, ik fiets er wekelijks langs en moet er vaak nog aan denken. Wanneer mijn nichtjes weer eens blijven logeren neem ik ze mee naar de kogelgaten, ik heb de opwinding al in de kinderogen zien blinken, net zoals het er destijds bij mij uit moet hebben gezien. Het initiatief van de betrokken bewoners zou daarom onder luid applaus verwelkomd moeten worden. Bovendien hebben deze betrokken Delftse burgers geen ondoordacht plan opgezet.

‘Knettergek’ concept toch lang zo gek nog niet
Voor het MAD-concept droomt de stichting allereerst van een museum in het monumentale pand. Binnen het museum zijn de thema’s de Verenigde Oost-Indische Compagnie en Delfts Blauw terug te vinden. Beide thema’s sluiten perfect aan bij de geschiedenis van Delft. Bovendien kan bij het thema VOC zelfs een deel van de collectie van het gesloten museum Nusantara teruggehaald worden naar de stad waar het thuishoort. De thema’s VOC en Delfts Blauw zijn heel nauw verbonden met Delft, maar zijn tegelijkertijd ook thuis buiten de stad en ons land. De stichting wil binnen het museum ruimte geven aan de internationale verhalen van beide thema’s. Op deze manier is er voor iedereen een moment van herkenning tijdens een bezoek aan het museum. En hier wordt het naar mijn idee heel interessant.
Iedereen in Delft heeft er vast wel bijna eentje van de sokken gereden: een Aziatische toerist. Meestal treffen we ze aan in groten getale in de binnenstad, compleet met (audio)gids en bus. Horen we in Delft al vele exotische talen voorbij komen -Frans, Duits, Spaans, Italiaans- de groei van de Aziatische toeristen in Nederland is ook in Delft te horen en te zien. De grootste groepen komen uit China, Japan en India. Laat er nu in deze landen ten tijde van de VOC, VOC-handelsposten zijn gesticht in onder meer Xiamen (China), Desjima (Japan) en Travancore (India). In het museum wordt er aan elk van deze landen een themazaal ingericht, zo is de Aziatische bezoeker ook ‘thuis’ in Delft.

Meer dan een nieuw museum
Hoewel het concept Museum Aan de Delven doet vermoeden dat het alleen om een museum gaat, is niets minder waar. Er is ook nagedacht over de lengte van het bezoek aan het museum. Zo stelt de stichting voor om ook een restaurant de ruimte te geven in het Armamentarium. Niets lekkerder dan een goede kop koffie na een museumbezoek, of een diner ’s zomers op het terras waar de twee mooiste grachten van Delft samenkomen.
Mocht er een glaasje wijn te veel zijn gedronken tijdens het diner, geen nood! In het lege gebouw van het kantongerecht past mooi een stijlvol hotel, op maar een paar minuten lopen van het Armamentarium. Om het bezoek aan Delft compleet te maken, stap je voor het museum op een rondvaartboot. De buitenplaats voor Museum Aan de Delven wordt, als het aan de stichting ligt, het begin- en eindpunt voor de rondvaartboten. De boot brengt je naar De Porceleyne Fles, het Vermeercentrum, de Oude Kerk en het Prinsenhof. Het MAD-concept biedt zo een groot aanbod van veel activiteiten in Delft. Bij het Hospitality Centrum, naast het museum, kunnen bezoekers zich laten informeren over alle attracties en mogelijkheden. De stichting wil het MAD-concept realiseren door stapsgewijs te werken. Geleidelijk geeft de stichting taken en verantwoordelijkheden over aan het museum. Omdat er geen blauwdruk bestaat waarin plannen en initiatieven moeten worden geperst, ontstaat er een organische manier van ontwikkelen. Deze manier van ontwikkelen past goed bij het pand en de omgeving; zo blijft er ruimte over voor kleinschalige en tijdelijke initiatieven. Eigenlijk klinkt alles tot nu toe allemaal heel relaxed, maar er moet wel geld in het laatje komen. Om het MAD-concept te kunnen realiseren heeft de stichting partners nodig. Door meerjarenovereenkomsten te sluiten met deze partners voorziet het MAD zichzelf van de nodige inkomsten. De ambities van het strategisch beleid (2013 – 2020) dat is opgezet, worden omgezet in concrete acties samen met de deelnemende partners. En zo is het concept Museum aan de Delven van de Stichting Armamentarium Delft nog lang niet zo’n gek idee!

Delft kan weer opgelucht ademhalen. ondanks het verlies van twee mooie musea laten de bewoners zich niet afschrikken door het huidige schrale economische klimaat. Al met al leidt het MAD-concept tot een reële culturele herbestemming van het Armamentarium. Nu nog een beetje Chinees leren spreken, of Japans.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie