Het geheugen van de familie Six

Download

Het geheugen van de familie Six verb.

Ieder mens sterft tweemaal, zo wordt weleens gezegd: eenmaal als hij overlijdt, en eenmaal als hij ook door de laatsten van zijn tijd is vergeten. Met de dood van iedere oudere sterft dus een aantal doden nog eens: al degenen die alleen deze dode nog heeft gekend, en van wie hij als laatste een levende herinnering met zich meedraagt. Veel van wat er in een stad beweegt verdwijnt zo binnen één generatie. Gezichten, geuren, geluiden en stemmingen kunnen we achteraf alleen nog maar aan de hand van een handvol losse notities en een enkel bewaard gebleven beeld reconstrueren. Ons collectieve geheugen, of het nu op schrift gesteld is of niet, hangt als los zand aan elkaar, en naar het meest essentiële kunnen we slechts gissen. i

Deze prachtige alinea uit Een kleine geschiedenis van Amsterdam van Geert Mak karakteriseert op een treffende manier de problematiek bij het in kaart brengen van de levensloop en geschiedenis van personen en families. We zullen nooit weten wat er echt gebeurd is, en moeten ons zien te redden met een archief en familieverhalen.
Nu kun je stellen dat de ene familie uit een groter archief kan putten dan de andere. En hoe voornamer de familie was en hoe groter haar maatschappelijke betekenis, des te meer er zal zijn gedocumenteerd en bewaard gebleven. In Amsterdam zijn er enige elite-families met stambomen die eeuwen teruggaan. Hun compleet ingerichte woonhuizen aan de grachten bevatten prachtige collecties. De familie Six is er zo een, en kon bogen op een bijzondere vriendschap met Rembrandt van Rijn en bovendien nog eens vier burgemeesters.
Het huis Six is een monumentaal 18de-eeuws pand aan de Amstel en wordt vandaag de dag nog steeds door hen bewoond. Een prachtig voorbeeld van een woning met de mooiste meubels en een schitterende collectie schilderijen en kunstnijverheid. Met twaalf docenten bezochten we het vlak voor de zomervakantie, onder leiding van Riemer Knoop. Een bezoek aan dit huis is als een wandeling door de eeuwen.
Met deze korte schets wil ik iets delen van de geschiedenis van deze roemruchte familie tot en met de huidige stand van zaken. Het is daarbij heel bijzonder dat een nog steeds in wezen particulier ensemble grotendeels door de overheid gesubsidieerd wordt.

Een beknopte geschiedenis
Voor het ontstaan van de fantastische collectie aan kunstnijverheid en schilderijen die het huis herbergt, moeten we een flink stuk terug in de tijd. Amsterdam als opkomende en bruisende metropool associëren we vooral met de zeventiende eeuw. Maar de stad was al ruim daarvoor enorm in ontwikkeling, zie Geert Maks Een kleine geschiedenis van Amsterdam. De familie Six is er dan al prominent aanwezig. Hoewel de stamboom verder teruggaat, is het rond 1586 dat de zijde- en lakenhandelaar Charles Six met zijn gezin naar Amsterdam trekt.ii Men betrekt dan een pand aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Hoewel in de begintijd al niet onbemiddeld zal de familie uiteindelijk in de zeventiende eeuw tot de rijkste van de stad gaan behoren. Het is daar bij een leuk en zeker noemenswaardig feit dat vooral dankzij het zakelijk inzicht van een vrouw (Anna Wijmer- de echtgenote van Jean Six 1584-1654) is dat de familieonderneming kon gaan bloeien. iii
In het 17de-eeuwse Amsterdam is de handel booming, er is een internationaal bezochte beurs en de stad krijgt hierdoor een dominante positie op de kapitaalmarkt. Geld is macht en je ziet dan ook dat in deze en de volgende eeuw vier Sixen als burgemeester aan het roer van de stad Amsterdam stonden. Toch is degene die het kortst burgemeester was, Jan Six het bekendst. Na een jaar stapt deze Six op. Toch zal hij dankzij het portret van Rembrandt van hem schilderde in eeuwig bekend staan als de Burgemeester Six van Amsterdam. iv Daar kom ik later op terug.

Laat ons een sprong in de tijd maken. Na verschillende grachtenhuizen te hebben bewoond, belandt de familie aan het begin van de twintigste eeuw uiteindelijk in het door ons bezochte pand aan de Amstel. Daarvoor werd er in een dubbel grachtenpand aan de Herengracht gewoond. Om plaats te maken voor de verbreding van de Vijzelstraat worden de bebouwing daar echter gesloopt. De familie nam grote delen van het interieur mee, zoals deuren en muurschilderingen. Er kwam in het nieuwe huis heel wat sloop- en breekwerk aan te pas om die een plek te geven. Een voorbeeld is het gigantisch portret van Diederik Tulp te paard door Paulus Potter (1653). Leuk detail is dat naast de lijst van het werk achteloos een twijg tegen de muur staat. Bij nadere beschouwing blijkt de twijg een zweep, en bij navraag dezelfde zweep als die in de voorstelling te zien is. Zo zijn er meer voorbeelden. Bruidshandschoentjes die onder een vroeg zeventiende eeuw portret liggen waar ze op ook afgebeeld zijn; struisvogelveren onder een stolp die exact dezelfde zijn als op een portret daarboven. Het is een beproefde manier om de betekenissen van voorwerpen en schilderijen elkaar wederzijds te laten versterken. Het bijzondere is dat we naar persoonlijke bezittingen van lang geleden overleden leden van de familie Six kijken.

Een familielijn in portretten
Wanneer je in het huis rondloopt, valt direct het grote aantal familieportretten op. Dat heeft twee oorzaken. Niet alleen zijn er door de eeuwen op meerdere momenten grote delen van de collectie door de familie geveild en alleen de familieportretten bewaard – want zo behoud je toch nog iets van je eigen rijke verleden; daarnaast is het voor de rijk geworden burgerij in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden nieuw om zich net als adellijke families te laten portretteren.v In dat licht is het veelzeggend dat de Sixen pas aan het begin van de 19de eeuw in de adelstand zijn verheven. Ook in andere landen zien we dat een de komst van de burgerij gepaard gaat met een bloei van de portretkunst. vi Het bekendste portret is natuurlijk dat van Jan Six, geschilderd door Rembrandt. Bij het betreden van de kamer die zich aan de straatzijde bevindt, vind je het portret direct aan de linkerzijde. Het werk hangt daarmee vol in het daglicht en staat flink op de tocht – qua beheer en behoud misschien niet de beste plek. Maar het is wel de charme van het huis, er wordt in geleefd. We vroegen ons af of het portret ’s avonds vanaf de straatzijde te zien zou zijn… Het jaar dat Rembrandt dit portret voltooide is 1654. Dit is in dezelfde periode als het Joodse Bruidje en dat is goed te zien aan de schildertechniek. Vergelijk de mouw van Rebecca maar eens met de mantel en handschoenen van Jan Six. Beide zeer grof en pasteus geschilderd, waarbij bepaalde gedeeltes verf zelfs met een paletmes door Rembrandt tot op het canvas zijn weggekrast. Leuk detail zijn de vingerafdrukken van Rembrandt die hij in de – toen – nog natte olieverf heeft gedrukt. Onderzoek wees uit dat diezelfde vingerafdrukken terugkomen in de pigmentzakjes die de familie onlangs op zolder heeft gevonden en nu in een vitrine in de gang staan. Hoewel Rembrandt aanvankelijk kind aan huis was, zou zijn verhouding met de familie later bekoelen.vii In dezelfde kamer hangt ook een portret van de eerder genoemde Anna Wijmer (de moeder van Jan Six), eveneens van Rembrandt. Dit is een eerder werk, wat goed te zien is aan de gladdere stijl van schilderen en de ingetogen, donkere kleuren. De samenwerking tussen de familie Six en Rembrandt is een mooi voorbeeld van hoe een opdrachtgever de naam van een kunstenaar versterkte en de kunstenaar die van zijn opdrachtgever.

Het behoud van de collectie
Op het zien van alle pracht en praal vraag je je af of deze familie überhaupt ooit iets van de hand heeft gedaan. Enig leeswerk wijst op het tegendeel. Men lijkt vooral bezig te zijn geweest met ontzamelen. Zo veilt Margaretha Six-Tulp (dochter van de bekende chirurg Nicolaes Tulp, te zien op De anatomische les van Rembrandt) in 1700 de kunstverzameling van haar man Jan Six. Alleen de familieportretten blijven bewaard. Heel wat schilderijen en voorwerpen zijn door de eeuwen heen door de familie verkocht. We kunnen het ons nu moeilijk voorstellen, maar zeker tot halverwege de 19de eeuw was er weinig belangstelling voor 17de-eeuwse Nederlandse kunst. Met de herwaardering van de Hollandse meesters drong ook het belang door ze binnen onze landsgrenzen te houden.viii Maar dan wel liefst zonder de portemonnee te hoeven trekken. In Een eeuw strijd voor Nederlands cultureel erfgoed haalt Duparc een in 1873 verschenen artikel in de Gids aan met de titel “Holland op zijn smalst”, van jonkheer Victor de Stuers die felle kritiek uit op het vandalisme van de Nederlandse regering door geen cent over te hebben voor behoud van het nationale erfgoed.ix Zo zeer zelfs dat “particulieren, die anders wel bereid zouden zijn belangrijke voorwerpen of zelfs gehele verzamelingen aan het Rijk af te staan, deze te schenken, te legateren of zelfs maar in bruikleen te geven, die zonder problemen elders van de hand doen.” Het zal de reden zijn geweest dat bijvoorbeeld de zustercollectie van de familie Loon-Winters (De familie Winters was door een huwelijk in de negentiende eeuw gelieerd aan de familie Six) in een keer aan de Amerikaanse miljardairs-familie de Rothschild wordt verkocht.x Cultuurliefhebbers in Nederland waren daar niet blij mee. Het heeft er in ieder geval voor gezorgd dat het Rijksmuseum in 1908 39 schilderijen waaronder Het Melkmeisje van Vermeer van de familie aankoopt. De voorwaarde was een vaste prijs van 750.000 gulden en ‘alles of niets’. De Vereeniging Rembrandt droeg 200.000 gulden bij en de staat de rest. Maar wanneer er veel belastinggeld aan kunst wordt besteed stuit dit doorgaans op verzet. Zo ook in die tijd, en dan met name door jonge kunsthistorici. Het zal de terughoudendheid van het Rijk verklaren wanneer de familie Six in 1921 Het straatje van Vermeer te koop aanbiedt. Uiteindelijk is de familie dermate geïrriteerd dat ze het werk ter veiling brengen. Gelukkig is daar dan de hulp van een rijke oliemagnaat die het aankoop en aan het Mauritshuis schenkt. xi

Stichtingen
Het zal niet de enige keer zijn dat de familie overhoop ligt met de Nederlandse regering. Wanneer je op internet zoekt met de termen Familie Six en Overheid, stuit je snel op krantenartikelen met koppen als “Staat in conflict over Six-collectie”, “Ruzie familie Six en overheid dreigt” en: “Akkoord kunstcollectie na jarenlang geschil.” Hier is wat aan de hand. De Nederlandse overheid geeft de Six Stichting sinds 1922 financiële ondersteuning, als ruil voor vrijstelling van successierechten. Die is namelijk door de geschatte waarde van het bezit torenhoog. Omgekeerd wordt de collectie erkend als nationaal cultuurbezit, voor welks instandhouding de familie een vergoeding krijgt – maar dan moet die wel weer publiek toegankelijk zijn. In de jaren negentig geeft de familie aan dat het bedrag te mager is om de collectie goed te kunnen onderhouden. Het antwoord is echter dat de collectie onvoldoende toegankelijk is en dat van verhoging geen sprake kan zijn. Een conflict was geboren, met een jarenlange bevriezing van het subsidiebedrag tot gevolg. Uiteindelijk, na eindeloos getouwtrek, komt er in 2008 een akkoord. In ruil voor verhoging van subsidie stemt de Six-stichting erin toe dat het topstuk van de collectie, Het portret van Jan Six geschilderd door Rembrandt, om de twee jaar voor twee maanden uit logeren gaat in het Rijksmuseum. Ook wordt bepaald dat enige andere topstukken, zoals een handschrift van Joost van den Vondel, om het jaar voor ten minste drie weken beschikbaar wordt gesteld aan musea, archieven of wetenschappelijke instellingen.xii Tenslotte komt er naast de drie bestaande stichtingen (de Six-stichting, de Stichting Stella Duce, de Jan Six Stichting) een stichting Amstel 218.xiii De regering meldt het parlement het volgende: “Gezien het verleden, dat vooral recentelijk werd beheerst door geschillen tussen staat en Six Stichting, is een dergelijke op zelfstandigheid gebaseerde beheerconstructie een noodzakelijke voorwaarde voor een duurzame oplossing, die ook toekomstbestendig is.”xiv Kortom een nieuwe stichting, naast drie reeds bestaande, met een nieuwe start. Het riep in ieder geval wat kritische kamervragen op. Hoe en wie verantwoordelijk is voor deze stichtingen (en wat ze precies doen) is mij niet duidelijk geworden. Misschien is dit interessant nog eens goed uit te zoeken.

Hoe dat ook zij, de collectie en het huis van de familie Six zijn een reconstructie van herinneringen waarin objecten en schilderijen verhalen uit lang vervlogen tijden vertellen. Dat complex biedt ons als bezoeker een prachtig inkijkje in een andere werkelijkheid, waarbij we naar sommige zaken blijven gissen. Wel zo spannend.
Rosemarijn Bügel, 2014

i Geert Mak, Een kleine geschiedenis van Amsterdam. (Amsterdam:// uitgeverij Atlas) 1995, 5.//
ii The House of Six (Amsterdam) 34-35
iii M.J. Cok-Escher, “De familie Six” (versie December //1991http://www.onsamsterdam.nl/component/content/ article/15-dossiers/dossiers/2802-de-familie-six, geraadpleegd 1 december 2014.
iv Ibid.//
v Frauke K. Laarman Families in beeld, de ontwikkeling van het Noord-Nederlandse familieportret van de zeventiende eeuw, p.39
vi Dit gegeven zien we bijvoorbeeld in Italië in de vijftiende eeuw, Nederland in de zeventiende eeuw en Engeland in de achttiende eeuw.
vii M.J. Cok-Escher, “De familie Six” (noot iii).
viii Ibid
ix F.J.Duparc, Een eeuw strijd voor Nederlands cultureel erfgoed (Den Haag, staatsuitgeverij) http://www.dbnl.org/tekst/dupa004eeuw01_01/ geraadpleegd 1 december 2014.
x M.J. Cok-Escher, “De familie Six” (noot iii)
xi Ibid.
xii “Akkoord kunstcollectie Six na jarenlang geschil”, Trouw, 19 mei 2008, //http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1242016/2008/05/19/Akkoord-kunstcollectie-Six-na-jarenlang-geschil.dhtml//
xiii Persbericht rijksoverheid, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/persberichten/2008/05/19 /akkoord-over-beheer-en-toegankelijkheid-sixcollectie.html (geraadpleegd 3 december 2014)
xiv kamerstuk 31 496 / Oprichting Stichting Amstel 218 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/31496/kst-31496-1?resultIndex=1&sorttype=1&sortorder=4 (geraadpleegd 3 december 2014)


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie