The Bangkokian #2

Dit is het land van de glimlachende auto. Splinternieuwe middenklassers zover het oog reikt, met af en toe een grommende 8-cylinder ertussen. Wat ik in en rondom Bangkok zag was dan ook niet anders dan een spaghettikluwen van LA-achtige zes-, acht- en tienbaanssnelwegen. Wat niet zo gek is voor een 10 miljoen mensen tellende stad waar vier van de vijf auto’s in het land thuis zijn, en ook nog eens vier van de vijf inwoners onder de dertig. Maar als je om negen uur vanaf hier in het centrum wilt zijn moe je om zeven uur weg. Duh

Auto’s? Truc van de vorige premier (“Thailand is het Detroit van het Oosten”), in een poging de economie na de tsunami van 2004 wat op te peppen: iedereen aan de auto, voor instappers belastingvrij. Gevolg: verdubbeling verkoop tot 1,5 mln per jaar. Na jaar werd regeling weer afgeschaft, tien percent kan niet meer afbetalen, markt overspoeld door gloednieuwe tweedehandsjes. Vandaar autoparadijs.

Dat helpt ook omdat niemand hier loopt: zie busje voor naar campus, en treintje voor op campus . Dat van die jonge leeftijd van de Bangkokians verklaart misschien ook waarom er in deze stad wel 3950 filialen van 7-Eleven convenience stores zijn. Dat is meer dan de helft van alle 7-Eleven shops in de VS. Handig, makkelijk, klein assortiment, alles voorverpakt, helemaal voor de jonge generatie (en de franchise komt landelijk van 1 familie), en dag & nacht open.

Onder mijn appartementenblok pardon studentenflat zijn er al drie. Het moet ergens vandaan komen. Leidt aan de universiteit, en wie weet ook in de media maar die kan ik bijna niet volgen (ik moet naar centraal Bangkok voor een krantje), wel tot discussies. Het assortiment dat de middenstand, totaal gedomineerd door de 7-Elevens, voert heeft niets meer met dit land en zijn lange, excellente culinaire traditie te maken. Het centrum, daar kom ik vaak. De collegereeks waar ik in zit wordt gehouden in de aula van de National Galery, pal op het grote koninklijk paleis. De serie, acht donderdagen, bestaat uit theorie, workshops en case studies elders. Het thema is museummanagement: marketing, leiderschap, fondsenwerving, nieuwe media, branding. Kortom, wat we aan de Reinwardt ook doen. Het wordt gevolgd door zo’n twintig betalende mid-career professionals uit musea in en rond Bangkok. Ik geef wat mijn gastheren “holistic cultural management” (ik adviseer immers over van alles) noemen.
Men spreekt Engels maar ik word simultaan vertaald. Heen gaan we met een busje vol koffie, thee, koek en lunch voor de crew, en beamer, projector en geluidsapparatuur voor ons – een echt circus. Terug ga ik alleen, met bus, metro, skytrain en taxi. In stations word je zelfs in het Nederlands gemaand lokale valuta te trekken. De Reinwardt-inspanning in den vreemde heeft de warme belangstelling ter ambassade. Vrijdag sprak ik, jawel, twee uur met ambassadeur Boer en diens plaatsvervanger Teerling.

Ik wil met mijn studenten naar een door de koningin in 2004 geschonken bezoekerscentrum in de oude hoofdstad Aythaya. In een geconstrueerde Hollandse factorij wordt daar over de 400 jaar vreedzame handelsbetrekkingen tussen de twee landen verteld. Maar het werkt niet echt, want er komt geen hond, het is niet ‘toegeëigend’, zoals dat heet. Een schrandere Reinwardt- studente Maaike Melles liep er een half jaar stage – die ik er vorig jaar deze tijd bezocht.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie