Bangkokian #4

Alweer vierde week. M’n beginnersschroom is afgeworpen, ik reis confidently met bus, skytrain, taxi en tuktuk alsof ik nooit anders deed. Spring achteloos achterop een snelle bromfietstaxi en wijs met mijn rechterarm over de snorders z’n schouder voor rechtdoor en links/rechtsaf. En smul van overheerlijke soepjes en visdingetjes voor wel 1,35 euro per maaltijd. Warmte en overslaan van koolhydraten leidde al tot 4 kg afslanking. Zie uit naar maart, zou zomaar weer op gewicht 1990 zijn. En hard werken helpt. Al 100 blz Reinwardt Cahier “Publiek” geredigeerd.
bangkok

Iedereen die Bangkok aandoet en óók een beetje cultuur wil, of vindt dat-ie dat moet doen, gaat een dag naar Ayutthaya, de oude hoofdstuk een uurtje met de bus ten noorden van de stad. De musea hier zijn immers niet heel spectaculair. Of goed vindbaar, ahum.

Een lieve Engelse vriendin die een carrièreswitch viert met zes weken uitwaaien in Thailand en die speciaal voor mij een paar dagen naar Bangkok kwam, vergezelde me naar Ayutthaya. Voor een classicus een feest, zo’n Sanskriet naam: naar Ayodhya, de geboorteplaats van Rama in India, en etymologisch verwant met het Latijnse jugum , “juk”: de Onbedwingbare. Zie Yogyakarta.

Vanaf 1350 de grootste stad ter wereld, met een miljoen inwoners, aan de bovenloop van dezelfde rivier als waar na verovering door de Birmezen in 1750 Bangkok werd aangelegd. Vijftien vierkante kilometer groot, waarvan een vijfde als oustanding achiefment of human genius op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Zinderend heet, net Angkor Wat, waar je ook met een tuktuk langs de bezienswaardigheden toetert. Pas op, de westerling is te lang om vanuit zo’n ding fijn naar buiten of omhoog te kijken. Je buigt je een kronkel en halsbreuk. En Ayutthaya is ook even onbegrijpelijk als Angkor, wel. Buiten het Tourism Centre geen letter uitleg. De ene chedi, stupa en wat (tempel) na de andere prang (Khmer- toren), monumentale aanleg dit, paleis dat. De wereld kwam er langs, met Portugese, Chinese, Japanse en, jawel, ook Hollandse wijken of factorijen. Wat deden die daar, aan het Siamese hof? De rijst die in Batavia werd gegeten haalden de Hollanders eerst hier, mede in de hoop op toegang, via contacten aan het hof, tot de Chinese markt. Die vijftien vierkante km is geen lolletje. Je loopt, fietst of tuktukt (de chaufeusse meldde icoongewijs geen prijs te stellen op honden, vuurwapens en onnozelaars: een waterbuffalo is Thais voor domkop) je een ongeluk. En de echt interessante dingen, zoals het Japanse bezoekerscentrum met een state-of-the-art museale presentatie, zitten gek genoeg ver in de marges, over en onder de bekende achtbaanssnelwegspaghetti- brijen door. Voeg daarbij een misschien endemische afkeer van bewegwijzering, en een vrolijke chaos breekt aan. Een erg moderne geest werd over ons vaardig bij het niets bevatten maar allengs gelatener ondergaan van het al: Wat is het, wat was het, waarom 50 m brede avenues in de 15 de eeuw!?!, werd alles in een keer gepland & aangelegd en hoe kan dat dan, wat is Khmer- architectuur, is er een Siamese vorm van Hindoeïsme-Boeddhisme… Help! Erg leuk: de moderne Thai vereren elk Buddhabeeld met sjerp, bladgoud, wierook, lotusbloem. Niets zo mooi als continuïteit, mensen! Een overheerlijk maal, na uitgeput al dommelend in de minibus terug, in een groene-oase-in-hartje-van-de-stad-restaurant met picobello oriëntaals- Mediterraan fusion keuken, Ruen Urai (Gouden Huis geheten), maakt veel goed. Met hele vieze dure lokale open Chenin Blanc (karafje), dat dan weer wel. Verre Oosten-gangers: mijd de wijn of tast echt diep in de buidel. Goud, zeg dat wel.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie