Bangkokian #1

Jullie hebben nou toch wel een bericht verdiend. Dinsdagavond 6 januari vertrokken, woensdagochtend in Bangkok
geland. Vriendelijke international affairs-medewerker Kenny van de universiteit haalde me op in RILCA-busje.
Kenny? Jawel, naar die sneuerd uit South Park O my God they killed Kenny. Iedereen heeft hier een
eenlettergrepige roepnaam, wat best wel mag gezien namen als deze (van mijn gastvrouw): Patoo Cusripituk. Haar
roepnaam is Oei. Of Nipawan Charoenlak, zeg maar Noi

Ik zit bij een van de tientallen universiteiten in Bangkok, de Mahidol, op een aantal punten, zoals muziek en medicijnen, tot de top tien van het land behorend. Ligt een uur met de bus uit het centrum, op een perfect
vierkante, héle grote campus omgeven door een gracht. Frisse lucht, veel groen. En vanwege de gracht loop je je een ongeluk op zoek naar de ingang. Tienduizenden studenten, schattig in zwartwitte uniformpjes. Mijn gastinstituut is piepklein, met maar 10-15 masterstudenten onderzoek. Naast mij zijn er drie andere buitenlanders, onderzoekers uit Amerika, Japan en Oostenrijk (ken jij Steven Engelsman? Ja!). Da’s leuk, kantoorgrappen bij de koffieautomaat, echt iets voor mij.

Na kennismaking en medische keuring (alles duurt hier tien keer zo
lang als bij ons – mijn dossier ter academie is ongelogen 7 cm dik)
vroeg vooral de inkwartiering aandacht. Ik zit in een complex van 700
appartementen op driekwart kilometer van de campus, die ook als
hotelkamers worden verhuurd. Niet duur: 135 euro per maand. En
dan heb je een flinke Uilenstedekamer. Maar zonder koken, waardoor
het rondom de vier kalige flatgebouwen (met zwembad, dat
wel) zoemt en bruist van de mini-eetraampjes. Meneertje / mevrouwtje
met handkar waarop kooktoestandje met onduidelijke
worstjes, soepjes en vleesjes. Ik dacht: kip ik heb je, want m’n
darmen gaan er sowieso aan, dus gelijk maar doen. Tot nu toe nog
geen ontploffing gehad. Maar geen gekook op kamer is ook knap
lastig. Geen beker, en geen lepie.

Pas vrijdagmiddag uitvoerig met de gastheer en –vrouwen vergaderd. Ze willen mij laten optreden in hun nieuwe cursus Museum Studies, een samenvloeiing van allerhande eerdere thema’s en onderdeel van een masteropleiding Cultural Studies. Net als bij ons is die niet bekostigd. Ze moeten dus zoveel mogelijk betalende studenten en professionals van buiten krijgen. En geheel anders dan bij ons, zetten ze de cursus, die acht weken duurt, op rond klassieke business vakken: management, communicatie, marketing, ICT, leadership en fundraising. Nu ik het
opschrijf begrijp ik opeens dat ze mij als visiting critic best kunnen gebruiken. Naast colleges (eigenlijk een aftreksel
van onze module Strategies, waar ik gelijk maar Ethics aan heb vastgeplakt), vragen ze me ook dit eerste jaar van
hun nieuw curriculum kritisch te begeleiden. Het onderwerp fundraising had ik in 3 minuten al naar Osterwalders
Business Model Generation getrokken. Ga ik dus met ze workshoppen.
Ik moet 6 uur per week op een kamertje zitten. Oef. Niet om het een of ander, maar, bezwoer men mij, dat zijn de publiekstijden van elke full time professor. Staat vanaf nu in ook hun agenda’s: “Prof. Knoop is er maandag- en vrijdagmiddag”. Verder zag ik in het schema niks tussen 22 februari en mijn afreisdatum 8 maart. Oh, maar je kunt mee op een weekexcursie naar Vietnam, op veldonderzoek naar de Black Tai
(een waanzinnig interessante etnische groep die ook in China voorkomt). ? Jaha, met
zoiets sluiten we altijd het kwartaal af. Mag mijn Richard dan mee? Geen probleem. Na aldus gedane zaken met z’n zessen busje in om dertig kilometer verderop een wereldberoemde tempel te bezoeken, feeëriek belicht, de poeppiehoge (127 m) Nakhon Pathom, geboorteplaats van het Thaise boeddisme. “UNESCO” zeggen ze hier gelijk, en dat staat ook zo op wikipedia, maar volgens de officiële lijsten is dat niet zo. Wij kwamen er uiteindelijk om geweldig te eten, op straat, met handen en voeten, bijna. Niet gekeken wat er allemaal op en in zat.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie