Bangkokian #5

Museumcollectie in tempel Door: Riemer Knoop

Wat heerlijk wanneer mensen de tijd voor elkaar nemen. Iedereen groet hier altijd iedereen, en altijd met twee handen. Die gaan voor of tegen kin, neus of voorhoofd, licht tot sterk nijgend, al naar gelang de status van wie je tegenover je hebt. En je roept Sawadee Kráááb, met een brede glimlach. Voor een lompe westerling als ik een uitdaging wat je dan doet met wat je toevallig in je handen had. Ik zie Thaise mensen daar nooit onhandig mee zijn. Nou ik wel. Net als in China het eindeloos met twee handen je visitekaartje uitdelen, én aannemen. Mijn
gesprekspartners hebben altijd beide handen vrij. Ik nooit. Afijn, men is niet verbaasd dat wij wat langzamer zijn. En wij zijn verrukt over de lichtheid en tevens serieusheid van deze rituelen (die me doen denken aan eigentijdse graffito bij fietsstoplichten: “even een moment voor jezelf”).

Ik was een lang weekend met een groepje docenten van “mijn” universiteit op werkbezoek in Chiangmai, de hoofdstad van het vroegere Lanna koninkrijk, in het hoge noorden. Voor d u i z e n d e n westerse types dé emigré-bestemming, want algemeen beschouwd als de prettigste stad ter wereld. Cultureel, relaxed, voorzieningen, verbindingen, niet te druk, niet al te heet, lekke groen, mooie multimix. Goedkoop ook. Mijn gastheren engageren zich sterk met etnische minderheden, die vooral in de berggebieden rondom Chiangmai zitten. Hoe kun je lokale culturen steunen? Wat zijn die gemeenschappen, hun centra, musea, erfgoed? Goed voor een klein weekje hard werk. Ontdekking: alles is in flux, ook hier. De Karen, Mon, hilltribes etc. gaan steeds vaker als street vendors in de eigentijdse samenleving op. Zelfde vraagstukken als bij ons: zoveelste generatie immigranten (hier: migrants) die niettemin trots blijven op hun herkomst en taal. We deden drie duurzame toerismeprojecten in de etnische kerngebieden buiten Chiangmai aan. Waar je telkens buitenstaanders nodig blijkt te hebben om de zaak een economisch duwtje geven. En in de stad bezochten we tien musea. Die allemaal hetzelfde melden, op soms best wel mooie maar altijd eenzijdig toeterende wijze. Kom op zeg, mag het wat participatiever? Participatie was weer wel aan de orde tijdens twee workshops die we hadden georganiseerd. Een in het Nationaal Museum, met een man /vrouw of tien waarbij ik enige culturele kennissen van me uit Chiangmai, op doortocht of metterwoon gevestigd, had uitgenodigd. De ander in het architectuurmuseum, waar een prachtige, technische visie op de verworvenheden van traditioneel en gemengd westers bouwen had postgevat. In een koloniaal paleisje, dat weer wel.

Echt fascinerend is de spanning tussen boeddhisme en cultureel erfgoed, althans onze notie daarvan. Wat de boeddha zei, waar hij was (footprint!) en hoe zijn onderwijzingen door tempels en monniken worden doorgegeven: daar gaat deze samenleving helemaal voor. Iedereen wil leren hoe men zich in de oneindige cyclus een volgend, hoger leven waardig wordt, om uiteindelijk de nare tijdelijkheid van dit bestaan te ontstijgen. En wat doen musea? Die bewaren van alles, nota bene liefst voor de eeuwigheid - terwijl je aan dat alles juist moet willen ontsnappen! Vandaar, denk ik zo, dat in musea hier vooral dingen staan, hangen en liggen die de ziel verheffen, en je helpen ontsnappen aan het eeuwig draaiende wiel. Dus spirituele agency hebben, en in
boeddhistische context betekenisvol zijn. Bijvoorbeeld omdat ze in de tempel gebruikt zijn (zie foto onder). Dat geldt ook voor de dingen des konings, die een soort halfgoddelijke status geniet, en tevens hoofd van de staatsreligie is. Dat een en ander de musea ongenietbaar saai maakt voor degene over wie deze geest niet vaardig werd, en dat je de koning altijd en overal in beeld tegenkomt (18 jaar gevangenis als je iets naars over hem zegt), moet je dan maar op de koop toe nemen.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie