Een nieuwe koers voor het Rembrandthuis

Recensie over de tentoonstelling Rembrandts late leerlingen - In de leer bij een genie

Museum Het Rembrandthuis wijdt momenteel een tentoonstelling aan de leerlingen van Rembrandt die tijdens de laatste periode van zijn carrière (de bewogen jaren van 1650 tot zijn dood in 1669) bij hem in de leer waren. De tentoonstelling vormt het begin van een reeks over de praktijk van het kunstonderwijs, waarmee het museum een nieuwe weg wil inslaan. Een ander onderdeel van deze herpositionering is het aangaan van nauwe samenwerkingen: niet toevallig is in exact dezelfde periode in het Rijksmuseum een tentoonstelling over de late Rembrandt te zien.

Het roer om
Het Rembrandthuis zegt een nieuwe rol te willen innemen en naast museum ook een educatiecentrum te willen zijn – als het natuurlijk om Rembrandt gaat. We zijn inmiddels namelijk wel bekend met Rembrandts schilderijen, kwaliteiten en geschiedenis. Daarentegen zouden we nog meer kunnen leren over de invloed die hij had op zijn leerlingen en andere schilders. Daarnaast wil het museum ook dieper ingaan op de leerling-meesterrelatie in het algemeen, zoals die ooit begon bij het leren van een ambacht in de Middeleeuwen tot aan het onderwijs op de kunstacademies anno 2015.

Hardwerkende leerlingen in de spotlights
In de praktijk blijkt dit goed uit te pakken; ik word ondergedompeld in een tentoonstelling met tientallen schetsen, prenten en schilderijen van Rembrandts leerlingen en muren vol artikelen over de leerling-meesterrelatie. Er is veel te zien, te lezen en te horen (de gratis audio-tour geeft nog meer informatie), zonder dat het mij duizelt of dat ik ‘museummoe’ word, te danken aan de thematische opbouw en zachte uitstraling van de zalen. Hoewel dit laatste eigenlijk niet geldt voor de ruimte waarin de geschiedenis en de ontwikkeling van de leerling-meesterrelatie in het algemeen worden behandeld: de tientallen witte artikelen die fel worden verlicht steken sterk af op de zwarte muren. Het geheel intimideert, maar wekt tegelijkertijd de nieuwsgierigheid. Bij het begin beginnen en de artikelen een voor een lezen en in je opnemen, is mijn advies – en dan blijkt het best interessant.

Dat geldt ook voor de rest van de tentoonstelling over Rembrandts leerlingen. Het begint met een introductie (en een looproute door het zeventiende-eeuwse woonhuis van Rembrandt met werken van hemzelf, tijdgenoten en schilders die hem inspireerden – om in de flow te komen): we zien enkele werken van Rembrandt zelf, die zijn meest kenmerkende stijlen of poses typeren, en een overzicht van de laatste veertien leerlingen, ieder ondersteund met een schilderij dat diens stijl of verhaal symboliseert. Zo staat Willem Drost voor het keerpunt in Rembrandts carrière: hij was de meesterleerling van Rembrandt en een grote inspiratiebron voor zijn medeleerlingen. We zien dat schilders als Nicolaes Maes, Abraham van Dijck en Arent de Gelder (Rembrandts laatste leerling) al erg vakbekwaam waren en bij Rembrandt in de leer gingen om de puntjes op de i te zetten.

De volgende zaal is ingedeeld naar thema’s uit het kunstonderwijs: compositie, portret, landschap, emoties, licht, genrevoorstelling en figuurstudies. Ook wordt aandacht besteed aan de speciale opdrachten die Rembrandt zijn leerlingen gaf, zoals het spelen met kleurgebruik en oefenen met afsnijding van het beeld. Bij ieder thema zien we vooral schetsen en (aan)tekeningen die vaak worden ondersteund met het schilderij als eindresultaat. Op die manier krijg je een goed beeld van het leerproces dat aan een werk vooraf ging – een geweldige meerwaarde.

Rembrandthuis vs. Rijksmuseum
De tentoonstelling in het Rijksmuseum, over Rembrandts eigen late jaren, is ook op die thematische manier opgebouwd en ondersteund met veel schetsen. Nadeel is de drukte: vaak sta je op zijn minst een uur in de rij en vervolgens zie je door de massa’s mensen soms slechts glimpen van de werken. Ook verklap ik alvast dat De Nachtwacht niet in de route is opgenomen: als symbool voor het hoogtepunt in zijn carrière (rond 1642 gemaakt), past het simpelweg niet in een overzicht van zijn late oeuvre. Gelukkig kun je met je kaartje ook de rest van het museum zien.
Vreemd overigens is de relatie tussen de twee musea: waar het Rembrandthuis op haar website bijna ‘reclame’ maakt voor het Rijks, rept het Rijks met geen woord over het Rembrandthuis. Hoezo samenwerking? Maar beide tentoonstellingen zijn goed, en die van het Rembrandthuis is zelfs sterk: hier wordt de verdieping opgezocht en een nieuwe koers uitgezet. Benieuwd waar die de komende jaren heen zal voeren.

De tentoonstelling Rembrandts late leerlingen – In de leer bij een genie is nog t/m 17 mei te zien.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie