Recensie Look At Me! @ Tropenmuseum

Een recensie over de tentoonstelling "Look at me!" in het Tropenmuseum.

Het begrip “selfie” is allang achterhaald. Wie erbij wil horen moet een ussie (http://iconosquare.com/tag/ussie) of een stemfie (http://iconosquare.com/tag/stemfie) delen. Onszelf vastleggen is niet alleen van deze tijd, eeuwen geleden (ja, lang vóór de iPhone) legden wij onszelf al vast op de gevoelige plaat. Het Tropenmuseum heeft haar fotocollectie onder de loep genomen en ontdekte in de foto’s overeenkomsten met hoe wij onszelf vandaag de dag tonen. Een tentoonstelling met historische waarde én een antwoord op de prangende vraag waarom ik de drang voel om mijn eigen gezicht continu te fotograferen? Een meer-dan-honderd-jaar-oude selfie? Dat moet ik zien!

Ik vind mezelf op een woensdagmiddag in Amterdam Oost met een paar uur te overbruggen. Vanaf de Plantage Middelaan zie ik de torens van het Tropenmuseum. Ik deel nog snel een foto van het uitzicht op instagram (#museum #cultuur) en dan sta ik binnen. Ik zie wanden van ongebeitst hout die eruit zien alsof je ze zo weer weg kunt rijden en muren vol met vierkante foto’s. Een flauwe verwijzing naar de vergankelijkheid van social media? Terwijl ik erover sta te peinzen en half het tentoonstellingsboekje doorneem hoor ik een dame in een rolstoel tegen haar dochter mompelen: “We zijn te vroeg An, ‘t is nog niet af.”

Naast de oude zelfportretten worden ook beelden uit 19e-eeuwse fotostudio's en zelfportretten van hedendaagse kunstenaars getoond. Kleurrijke foto's van Iké Udé, Amerikaans-Nigeriaans modern kunstenaar, ze lijken bijna digitaal bewerkt, die de betekenis van kleding onderzoek door combinaties te maken van kledingstuken uit totaal verschillende periodes en plaatsen. Een studioportret van Gusti Pangeran Haryo Hadikusumo, genomen rond 1925, terug te vinden in de persbeelden van de tentoonstelling (http://tropenmuseum.nl/nl/pers/gezien-willen-worden-is-van-alle-tijden), maakte onderdeel uit van een fotoalbum dat de sultan Hamengku Buwono VIII en zijn familie schonken aan resident Dingemans bij zijn vertrek uit Yogyakarta in 1926. Eigenlijk niet zo anders dan het delen van een selfie.

Terwijl ik langs de wanden vol met afbeeldingen loop bekruipt me langzaam het gevoel: wat als ik hier over honderd jaar niet tussen hang? De tentoonstellingsteksten bespreken de overeenkomsten die de oude foto’s met de selfies van vandaag hebben, maar het grootste verschil wordt des te duidelijker: kwantiteit over kwaliteit. Ik loop verder langs de houten wanden met foto’s van mannen, vrouwen, kinderen, stuk voor stuk zichzelf tonend op een manier die zij kozen.

Wanneer ik buiten kom zit mijn hoofd vol met afbeeldingen. Stuk voor stuk bekeken en overwogen met aandacht, nergens doorgescrollt, gecomment of geliked. Terwijl ik mijn fiets pak trilt mijn jaszak: 5 likes.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie