Van de Dappermarkt naar de Hortus

De Reinwardt Academie gaat komende zomer verhuizen en voor sommigen is het maar een raar idee, anderen kijken er juist naar uit. Hoe dan ook: dit nieuwe avontuur brengt een moment van bewustwording; stil staan, terugkijken en vooruitblikken. We kijken terug op 35 jaar Reinwardt Academie en ontdekken ‘onze’ nieuwe buurt – samen met Marleen Leenders, Nancy van Asseldonk en jou.
Het gipsen wandje waarachter het kunstwerk nog verborgen zit.

De geschiedenis van de Reinwardt Academie in Amsterdam begon in 1960: in dat jaar werd het blok huizen Dapperstraat 315 t/m 327 gesloopt en de grond aan de UvA verkocht. De UvA liet een nieuw gebouw ontwerpen door architect J. Van Schaik ten behoeve van de faculteit Geografische Wetenschappen (later Fysische Geografie). Eenendertig jaar later, in 1991, besloot de UvA opnieuw tot verhuizing en daarmee kwam het gebouw aan de Dapperstraat vrij. Op datzelfde moment was de AHK op zoek naar een locatie voor de Reinwardt Academie, die in 1976 in Leiden is begonnen met de bacheloropleiding Museologie. In eerste instantie werd een gebruiksovereenkomst gesloten, maar in 1993 hebben de AHK en de UvA een overeenkomst van ruiling ondertekend: in ruil voor het gebouw aan de Dapperstraat kreeg de UvA van de AHK een gebouw aan de Vendelstraat. Na zeventien jaar in Leiden te hebben gezeten, vervolgde de Reinwardt Academie haar weg in Amsterdam.

Er is inmiddels veel veranderd: een enkel cursusjaar en zelfs het curriculum van een hele bachelor is continu onderhevig aan verandering en daar is sinds 1994 een Engelstalige master aan toegevoegd; sinds twee jaar heeft de Reinwardt ook haar eigen studievereniging; het aantal eerstejaars dat zich aanmeldt voor de bacheloropleiding groeit gestaag; en het gebouw, dat menig Reinwardter ronduit gezegd lelijk vindt, heeft meerdere gedaanteverwisselingen ondergaan – zo weet Marleen Leenders als geen ander: “Er zijn twee grote verbouwingen geweest, naast een aantal kleine. De eerste grote verbouwing vond zo'n zestien jaar geleden plaats, als ik me niet vergis. Er werd dubbel glas aangebracht! Dat was een hele verbetering, maar de verbouwing zelf was niet fijn. Het staal werd op maat geslepen en dat maakte een enorm kabaal, van 's ochtends vroeg tot in de namiddag, ook tijdens de colleges en in toetsweken. Ik herinner me dat studenten een presentatie moesten geven die niet lukte doordat ze vier, vijf keer opnieuw moesten beginnen, gestoord door de herrie. Als noodoplossing werd toen gekozen voor een andere leslokatie voor sommige lessen, waaronder de mijne: een oude, leegstaande basisschool op een afstand van een kwartier lopen. Het opvallendste aan deze noodlokatie was niet dat het er vies was, dat het stonk en dat er maar een zeer beperkt aantal wc's bruikbaar was, maar dat er geen centrale verwarming was. In het leslokaal stond een enorme, dikbuikige, gietijzeren kachel die via het luikje aan de voorkant gevoed moest worden. Het ding reutelde en knalde en gaf af en toe de moed op. Dan trok iedereen zijn winterjas weer aan en werd het een 'aangeklede' les. Er is veel gemopperd over de verwarming en de ramen van het Dapperstraatgebouw, maar ik heb daar nooit aan mee gedaan. Ik had immers erger meegemaakt...”

"Bij de tweede grote verbouwing ontstonden de domeinen, ten koste van een aantal lokalen, hokjes en docentenkamers. Vandaar dat er nog wel lokalen 308 en 309 bestaan, maar 307, 306, 305 etc. zijn gesneuveld. Wat toen ook definitief verloren ging, was de rookkamer. In het vervolg zou alleen nog buiten gerookt mogen worden. Doordat docenten hun werkkamers hadden moeten opgeven, konden ook zij niet meer opsteken. Ik kan me van voor die tijd een werkoverleg herinneren waarbij ik als niet-roker zat tussen twee vrouwen met sigaretten en twee mannen met sigaren. Sommige docenten lieten een geurspoor achter dat zelfs de lucht van de zelfgebrouwde soepjes van huismeester Wybe overtrof. Naar die soep heb ik nog wel eens heimwee. Vooral de erwtensoep, waarmee hij 's ochtends al begon, was legendarisch.”

"Ons gebouw aan de Dapperstraat heeft dit allemaal doorstaan: al dat gerook, al dat gekook, al die verbouwingen. Wat opvallend is, is dat het gebouw ondanks al die verbouwingen toch nog steeds het karakter van een laboratorium heeft behouden. Sommigen hebben dit altijd als iets negatiefs gezien: zij noemden het gebouw saai, kleurloos, onpersoonlijk en te saai voor Reinwarders. Aan de andere kant kun je ook stellen dat het een sterk gebouw is. Het liet zich aanpassen, maar in de kern niet veranderen. Het is een stoer gebouw. Ook dat heeft een zekere magie. Dag, Dapperstraatgebouw. Dank je wel. Ik heb fijn in jou gewerkt."

Zo heeft iedereen zijn eigen herinnering aan het gebouw. En natuurlijk zullen we de Dappermarkt en de gezellige cafés en het Oosterpark missen, maar wie zegt dat we daar nooit meer zullen komen? De herinneringen eraan halen we graag samen met jullie op in een laatste glorieus artikel over de periode aan de Dapperstraat.

Wist je dat...
- De bachelor oorspronkelijk in drie jaar kon worden afgerond, maar toen bij de eerste lichting bleek dat dit niet haalbaar was, het curriculum is verlengd naar vier jaar?
- De school vernoemd is naar een Nederlandse botanicus, genaamd Caspar Georg Carl Reinwardt?
- Pas in 2003 de omslag plaatsvond van het leren van theorie naar het verwerven van vaardigheden?
- Het kunstwerk in de muur in de hal beneden voor iedereen een andere bijnaam heeft, terwijl de echte titel onbekend is? De naam van de kunstenaar en het jaartal zijn waarschijnlijk wel bekend, want rechts in het hoekje staat het volgende genoteerd: J. Freeman 1974.
- Dit kunstwerk pas sinds enkele jaren te zien is? Nancy van Asseldonk liet onderstaande foto uit 2009 zien (toen de eerstejaars nog werden gefotografeerd) waarop het werk nog achter een gipsen wandje zit. Pas later is het ontdekt en vervolgens tevoorschijn is gehaald. “Een erfgoedopleiding moet natuurlijk ook haar eigen erfgoed koesteren en tonen!”


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie