Interview Annemarie van Eekeren

Het meest succesvolle participatieve museumproject van de afgelopen jaren in Amsterdam en misschien wel in Nederland was zonder twijfel Buurtwinkels van het Amsterdam Museum. In 2010 ging het van start met nieuwe methoden van crowdsourcing, interactie en verzamelen. Ik spreek hierover met projectleider van toen: Annemarie van Eekeren, tevens hoofd educatie van het Amsterdam Museum. Welke lessen kunnen wij als erfgoedprofessionals leren van dit geslaagde project?

De voorloper van Buurtwinkels was Het geheugen van Oost, een communitysite die werd opgericht naast een tentoonstelling in het Amsterdam Historisch Museum over verhalen uit Amsterdam Oost. De website staat inmiddels vol met verhalen die Amsterdammers zelf hebben toegevoegd en bestaat elf jaar na dato nog steeds. Je kan dus wel zeggen dat dit een erg succesvol project is geweest. Het project waar Annemarie haar eerste hand aan mocht leggen als kersvers hoofd educatie was Buurtwinkels, ook een participatief museumproject. Het grote verschil met Het Geheugen van Oost was dat het ook actief zichtbaar was in de buurtwinkels in Amsterdam Noord en Oost. Bezoekers, buurtbewoners en bedrijven konden de tentoonstelling buurtwinkels zelf vormgeven door verhalen, foto's en materiaal te delen. Zo groeide het tot een volwaardige tentoonstelling. De online community van dit project groeit nog steeds met verhalen en Mustafa van de locatie uit de Javastraat begint nu net pas met het ontmantelen van de tentoonstelling.

Heilig moeten
Het Amsterdam Museum heeft een lange geschiedenis van participatieve museum projecten. Het is ondertussen een soort heilig moeten. Ook steeds meer andere musea, instellingen en buurtgemeenschappen beginnen projecten met participatie als hoofdlijn. Annemarie denkt dat participatie één van de hoofdlijnen wordt waarmee musea zich zullen gaan manifesteren. Zei zegt hierover: “Ik krijg ook wel signalen uit andere musea dat het weer meer 'in' wordt. Het past ook wel heel erg bij al de ontwikkelingen rond dingen die in de wijk gebeuren, zoals circulaire economie, het zelf dingen doen, dus ik denk wel dat dat in de toekomst meer standaard een onderdeel wordt van publiek en publieksbenadering.” Annemarie is met haar beleid zelf steeds opzoek naar nieuwe manieren van participatie en publieksbenadering.

Gouden formule
Ik was natuurlijk zelf erg benieuwd waar het succes van Buurtwinkels vandaan kwam. Bestaat er een gouden formule voor? Annemarie geeft aan dat dit hartstikke ingewikkeld is. Zij heeft met verschillende partijen samengewerkt en zo elkaars doelstellingen kunnen behalen. Publiek in de wijken trekken is een kwestie van de juiste sleutelpersonen vinden. Het moeilijke aan dit soort projecten is dat je er vaak in gaat met doelstellingen gericht op laagdrempeligheid, een divers publiek trekken, een nieuwe doelgroep voor het museum aantrekken maar het is volgens Annemarie een utopisch beeld om te denken dat je met vijf maanden een duurzaam project neer kan zetten. Zowel bij Buurtwinkels als bij Het Geheugen van Oost is het pas echt opgepakt na afloop van het project. Het duurt enige tijd voor mensen elkaar kunnen vinden online en offline. De Noorderparkkamer in Amsterdam Noord is volgens Annemarie ook één van die succesverhalen. Pas twee jaar na de start van de Noorderparkkamer komen de buurtbewoners erheen.
Annemarie zegt hierover: ‘Toen de noorderparkkamer werd geopend, ging ik daar meteen naartoe. De buurtbewoners die met hun bessenbier langs de zijlijn toekeken waren er niet over te spreken “ze hebben niet eens koffie, ze doen aan ballet het moet toch niet veel zotter worden”. De initiator van de Noorderparkkamer, Floor Ziegler, heeft een enorm uithoudingsvermogen getoond. Het is leuk om te zien dat toen ik er vaak kwam de buurtbewoners het niks vonden maar nu het na twee jaar zichtbaar is geweest in de wijk het ook opgenomen is in de wijk, vaak als ik er nu een stap binnen zet voel ik me juist niet passen. Maar dat vind ik juist prachtig; het is niet voor mij maar voor de buurt"

Conclusie
Het blijft voor veel participatieve museum projecten een groot obstakel om de doelgroep te bereiken die je ook daadwerkelijk naar jouw project wilt trekken. Uit mijn gesprek met Annemarie blijven we hier op terugvallen. Annemarie heeft hier zelf ook geen oplossing voor en zegt ook dat dit één van de lastigste dingen is en zal blijven. Het kost tijd, moeite, doorzettingsvermogen en vooral erg veel geduld. Als je eenmaal in aanraking komt met de juiste sleutelpersonen kom je stukje voor stukje in de juiste richting. De laatste wijze woorden die Annemarie mij nog meegeeft zijn dat we misschien ook eens meer moeten nadenken waarom wij deze mensen perse in contact willen laten komen met een museum. "Kijk wij vinden het heel belangrijk, wij worden blij culturele instellingen maar anderen misschien niet. Dit neemt niet weg dat ze misschien wel hele andere interessante dingen hebben te benoemen, vertelen en leuk vinden", als je als instelling je wat meer gaat inleven in het publiek dat je wilt trekken kom je waarschijnlijk veel verder dan er vanaf buitenaf over te praten. Ga een gesprek aan en luister naar wat zij jou te bieden hebben en kijk daarna naar jezelf.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie