Techno-community als immaterieel erfgoed?

Van verlaten industrieterreinen naar het UNESCO-comité.

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw ontstond er in Düsseldorf een nieuw geluid. Een geluid dat door middel van elektronische drumsets, toongeneratoren en vocoders resulteerde in elektronische avant-gardemuziek die de komende decennia daarna de muziekgeschiedenis drastisch zou beïnvloeden. Het brein achter deze futuristische muziek zijn vier heren die schuil gaan onder de naam Kraftwerk. Het duurde niet lang, of hun robotmuziek waaide over naar Amerika. Drie schoolvrienden uit Detroit raakten geïnspireerd en slaagden er in hun eigen interpretatie te geven aan het geluid van Kraftwerk: Techno was geboren. Clubs werden geopend voor technofans van het eerste uur, terwijl in Chicago er meer melodie werd toegevoegd aan het industriële geluid, waaruit de 'house' muziek ontstond.

Lucht-schoenen
Intussen werd ons eigen kikkerlandje omsingeld door subgenres die zich manifesteerden op verlaten industrieterreinen in Engeland, België en Kraftwerk-land (Duitsland). In Nederland werden de 'beats per minute' omhoog gegooid, waarmee 'hardcore' was geschapen. Bezorgde Nederlandse ouders herkenden hun kroost nauwelijks meer, nadat ze hun hoofden hadden kaalgeschoren, hun coltrui was vervangen voor een 'aussie' en hun sandalen waren ingewisseld voor de zogenaamde 'lucht-schoenen' van een geliefd sportmerk. De nachtrust was ondergeschikt geworden aan het 'hakken' tot in de vroege uurtjes, en terwijl moeders nietsvermoedend op één oor lag, geraakte zoon- of dochterlief in extatische sferen (al dan niet door middel van chemische wondermiddeltje, of twee) op keiharde 'hardcore'. Voor degenen met bindingsangst, hartkloppingen of zij die zich simpelweg niet konden vinden in het motto: 'Gabber ben je niet voor even. Gabber ben je voor het leven!' kwamen er (gelukkig) genoeg alternatieven. De sportief ogende dress code was niet overal meer een pré om tot de subcultuur te behoren en de epileptische snelheid van de beats werd hier en daar omlaag geschroefd en voorzien van een melodie die ook dansbaar was voor je twee linker-voeten-tellende bovenbuurman. Dat mondde in Nederland uit tot nieuwe substromingen zoals, Trance, Drum 'n Bass, Big Beat, Lounge en natuurlijk Techno.

Wat nou subcultuur?!
Enfin, twee decennia later zijn er meer techno-feesten en substromingen dan toeristen die een 'selfie' maken voor het 'I Amsterdam' icoon op het Museumplein. Is Berlijn niet alleen de hoofdstad van Duitsland, maar ook het Mekka voor de Technofiel en exposeerde het Stedelijk Museum van Amsterdam in (het op haar hoogtepunt opgegeven) club Trouw. Wellicht zul je zeggen: 'Hartstikke leuk en aardig allemaal, maar, wat nou subcultuur meneer Boom?! Als het fenomeen zo'n groot draagvlak kent kun je toch niet spreken van een subcultuur?' Welnu, daar zal ik een kleine kanttekening bij proberen te maken. Want, begrijp me niet verkeerd, ik heb het hierboven niet over het commerciële succesverhaal van de Electronic Dance Music-culture, waarin wij als Nederland zo toonaangevend zijn met onze dance-industrie. Integendeel, ik probeer middels dit artikel een impressie te geven van een fenomeen dat het daglicht niet wil (of kan) verdragen. Een onderstroom waaraan duizenden mensen met verschillende achtergronden, verspreid over de hele wereld, een collectieve identiteit ontlenen. Waarin mensen het gevoel hebben bij een gemeenschap te horen, met terugkerende rituelen die overgedragen worden van generatie op generatie, met een aangewezen plek waarbinnen men dezelfde taal spreekt. Die gemeenschap zou je kunnen beschouwen als de techno-community.

UNESCO
Onlangs heeft UNESCO de Tango en Flamenco toegevoegd aan haar werelderfgoedlijst. De Argentijnse en Spaanse muziekstromingen worden door UNESCO erkend als immaterieel erfgoed. Dat geldt (nog) niet voor de technocultuur, met haar eigen muziekstroming(en), clubs, evenementen en een eigen community. De huidige UNESCO-conventie is in de praktijk enigszins exclusief en beperkt. Momenteel bevat de lijst rituelen en tradities die helder te definiëren zijn en maatschappelijk geaccepteerd worden. Dat sluit echter niet aan bij de doelstelling van UNESCO om een brede diversiteit in kaart te brengen. In de huidige samenleving zijn er allerlei communities die minder makkelijk te definiëren zijn, omdat zij bijvoorbeeld op alternatieve wijze tot stand zijn gekomen, of omdat zij op minder gebruikelijke wijze georganiseerd zijn. Dat UNESCO deze communities nog niet op haar lijst voor immaterieel erfgoed heeft geplaatst, of zelfs niet heeft overwogen, vind ik als toekomstig erfgoedprofessional opmerkelijk te noemen. Hoewel het definiëren van een fenomeen of gemeenschap natuurlijk ook tot paradoxale gevolgen kan leiden. Immers, wanneer je de techno-community vastlegt op een lijst dreigt het fenomeen vastgelegd te worden. Het zou haar dynamiek kunnen verliezen, omdat rituelen en kenmerken gedefinieerd worden en daarmee als het ware 'bevroren' zijn.

UNESCO-conventie? Neen dank u.
Tot slot, voordat ik pleit voor het al dan niet plaatsen van de techno-cultuur op de lijst van UNESCO voor immaterieel erfgoed, moet de vraag natuurlijk gesteld worden. Hoe beschouwt deze community zichzelf?
Wat beschouwen zij zelf al dan niet als (immaterieel) erfgoed? En welke behoefte bestaat er voor eventuele plaatsing op deze lijst? Om daar achter te komen heb ik besloten om mijn scriptie aan deze case te wijden. Door middel van een beschouwend onderzoek in zowel het (Techno)veld, als het erfgoedveld probeer ik erachter te komen welke behoefte er bestaat binnen de techno-community om dit fenomeen al dan niet te plaatsen op de lijst van UNESCO voor immaterieel erfgoed.

Persoonlijk ben ik van mening dat dit fenomeen een plaats op de lijst niet zou misstaan, er zijn immers verschillende voorbeelden bekend waaruit blijkt dat de community worstelt met het behouden van haar zelfbenoemde identiteit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de 'techno-club' genaamd Berghain in Berlijn, waar een streng en meedogenloos deurbeleid wordt gehanteerd om de eigen gemeenschap te beschermen, tegen (toeristische) belangstelling vanuit de hele wereld.

Voor mij vormt de Techno-community een zeer interessante case, omdat het aansluit bij de actuele discussies binnen UNESCO over het eventuele herzien van de grondbeginselen van de UNESCO-conventie. De huidige praktijk van UNESCO hinkt nu namelijk op twee gedachten, waarbij zij enerzijds krampachtig vast probeert te houden aan een lijst die meer weg heeft van een nostalgisch rariteitenkabinet van folklore-uitingen, dan van een lijst die representatief is voor een maatschappelijke en culturele identiteit.

Ik ben van mening dat de lijst een afspiegeling van een maatschappelijke en culturele identiteit moet zijn en pleit daarom voor het herzien van de UNESCO-conventie en het plaatsen van hedendaagse culturele fenomenen, zoals de Techno-community.


Mediabestanden


1 reacties

  1. pieter franssen
    8 oktober 2015 2:17:42
    interessante stelling van hr Boom. Over de accuratesse van zijn beweringen valt nog heel veel te discussieren. Hij heeft zich ook goed her en der ingelezen. Hij prefereert rituelen boven de (al of niet)artistieke merites van dit inmiddels ongelofelijk uitgewaaierde dancegenre. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Zelf interviewde ik de guys uit Detroit, te beginnen met Derek May al in 1988 in OOR, weliswaar gepubliceerd na enige
    redactionele tegenstrubbelingen.

Plaats een reactie