Friet bij UNESCO

Vlaamse frieten op werelderfgoedlijst? Ja, je leest het goed, België is op weg om zijn geliefde friet op de werelderfgoedlijst te krijgen. Het zogeheten ‘frietkot’ staat al op de lijst van België. Maar wie bepaald eigenlijk welk eten wel of niet op de werelderfgoedlijst komt? En waarom is onze stroopwafel nog geen cultureel erfgoed?

In 2003 werd een conventie ondertekend waardoor het voor UNESCO mogelijk werd immaterieel erfgoed te beschermen. De Franse keuken was de eerste eetcultuur die binnen het immateriële erfgoed werd opgenomen. Hierdoor zijn er concrete maatregelen genomen die als doel hebben de Franse keuken te behouden, met name voor wat betreft de educatieve begeleiding op school. In december 2013 werd de traditionele Japanse keuken, genaamd Washoku, tot Immaterieel Cultureel Erfgoed benoemd op de UNESCO-lijst. De regering hoopte hiermee de interesse van de jongeren voor het traditionele eetgedrag aan te wakkeren.

Washoku is de vijfde eetcultuur die op de UNESCO-lijst van het immaterieel erfgoed staat.
De andere vier zijn:
- De Franse keuken
- Traditioneel Mexicaans
- Het Mediterrane dieet
- Keskek, een traditionele Turkse schotel

The war of potatoes
In 2014 begint België met de strijd hun frieten werelderfgoed te laten worden. Dit onder andere vanwege de positieve financiële gevolgen die het kan hebben. Een officiële erkenning kan namelijk producten en sectoren veel geld opleveren, tot bijna een derde meer. En wanneer de Belgische friet op de lijst zal staan zal dit niet niks zijn. België krijgt dan wereldwijde erkenning, en heeft zekerheid dat iets van hun cultuur bewaard zal blijven voor de toekomst. Kennelijk zijn er veel Belgen die willen dat hun beroemde friet onderdeel wordt van hun culturele identiteit. Allemaal leuk en aardig maar wat zijn nou eigenlijk de voorwaarden waar de Vlaamse frieten aan moeten voldoen?

Op de UNESCO-website zijn er de volgende criteria gegeven:
- De voorgedragen traditie voldoet aan de definitie van immaterieel cultureel erfgoed. Het heeft een kortere of langere geschiedenis en wordt doorgegeven van generatie op generatie.
- Er is sprake van levende cultuur.
- De betreffende traditie wordt gedragen door een gemeenschap en die gemeenschap draagt de traditie voor.
- Deze gemeenschap heeft de problemen in de overdracht naar volgende generaties in kaart gebracht en zet zich in om deze knelpunten op te lossen. Dat doet het door een erfgoedzorgplan op te zetten en uit te voeren.

Volgens mij voldoen de frieten grotendeels aan bovengenoemde criteria. Het is nu dus afwachten op UNESCO voor België. De belangrijkste redenen voor België om hun landelijke eetcultuur op de UNESCO-lijst te willen hebben zijn educatieve doeleinden, een positief financieel vooruitzicht en erkenning. Erkenning voor het behoud van een cultuur, die niet verloren mag gaan door de tand des tijds. Dus België, niemand zal je wat verwijten. De vraag is dan alleen nog: wat gaan wij, Nederland, opgeven bij UNESCO? Is de stroopwafel het meest Nederlandse dat we op kunnen geven? Of moeten we vechten voor onze eigen aardappels: de stamppotten? En als het geen stamppot of stroopwafel is, wat dan wel? Of moeten we ons als Nederlanders erbij neerleggen dat onze eetcultuur toch te min is?


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie