De kunst van het vergeten

De Amerikaanse psychiater Oliver Sacks noteert in een van zijn boeken het geval van een patiënt, een Italiaan van middelbare leeftijd, die in de jaren tachtig last heeft van een Post Traumatisch Stress Disorder. Onbekwaam te functioneren, dwangvoorstellingen, suïcidaal, gewelddadig. Wat was hem overkomen? Hij had als puber zijn geboortedorp, een bergstadje in de Apennijnen, voor zijn ogen door de geallieerden in 1943, meen ik, gebombardeerd zien worden, en vele familieleden verloren. Na intensieve en langdurige therapie wist Sacks zijn patiënt te genezen, althans hem het leven weer draaglijk te maken. De man was tot op het eind van zijn genezing in staat geweest een perfecte tekening te maken van hoe het bergdorp, inclusief de meest minutieuze details en kleurschakeringen, er enige minuten voor het bombardement uitzag. Op z’n autistisch. Dat heet freezing – het onverwerkbare niet kunnen verwerken. Maar na zijn genezing had hij direct het vermogen dit picture perfect plaatje te maken, verloren. Les: het verleden als zodanig bestaat niet, het is een figment of our imagination.
Download

De kunst van het vergeten

En de spullen zijn die geschiedenis niet, het zijn kapstokken voor het voortdurend creëren en telkens anders recreëren van narratieven. Alleen het onverwerkte verleden, “Merelveld 1389” als onwrikbaar feit in de Servisch-nationalistische verbeelding, is een op zichzelf staand, onveranderlijk ding. Heb je je ertoe verhouden, het geïntegreerd in je persoonlijkheid, het daar onderdeel van gemaakt zodat je verder komt: dan kun je er ook mee omgaan zonder er het slachtoffer van te worden. Je vergeet dan als het ware de momentopname. (Helaas ben ik vergeten – hoe veelzeggend – waar precies in Sacks’ werk deze casus staat – excuus)

Dat brengt me op voortreffelijk werk, in onze erfgoedwereld ten onrechte niet breed opgemerkt, van de socioloog Paul Connerton. In zijn artikel “Seven types of forgetting” maakt hij duidelijk dat het aan verering grenzende respect voor alles wat met bewaren, herinneren en terugroepen te maken heeft, een tegenhanger heeft. Er bestaat een mooie en lange traditie van vergeten, vaak geïnstitutionaliseerd, vaker onbenoemd onderdeel van een cultuur. Hij onderscheidt zeven vormen, van quasi-officiële repressie (zoals de Romeinse damnatio memoriae, het uit officiële inscripties wegbeitelen van de naam van een in ongenade gevallen persoon, meestal een je onwelgevallige voorganger als keizer; maar ook het verdwijnen van adellijke titels na de Franse revolutie of de dwangmatige ontkenning door de Futuristen van enig verleden) tot bewuste, open manieren om onverdraaglijk leed in het openbaar te benoemen en er vervolgens mee verder te gaan, zoals dat in de Zuidafrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissies gebeurde.

Je moet immers vergeven om te kunnen vergeten. De Atheners hadden er een speciaal heiligdom voor, gewijd aan de godin Lethe, van de vergetelheid. Wat wij nu beschaving noemen trad pas in op het moment dat de vicieuze cirkel van bloedwraak doorbroken werd met de instelling van het hooggerechtshof op de Areopagus. Orestes werd er berecht voor én gezuiverd van de moord op zijn moeder Klytaemnestra. Het rechtssysteem beëindigt de eeuwige automatismes van het niet mogen, kunnen of willen vergeten. Amnesie en amnestie helpen. Ook bij ons is dat zo (overigens met uitzondering van zedenmisdrijven, die als enige voor altijd op iemands strafblad blijven). Daarnaast is vergeten soms een noodzaak om tot een nieuwe identiteit over te kunnen gaan. Bij zeer mobiele eilandgemeenschappen in de zuidelijke Stille Oceaan is het bijvoorbeeld belangrijker om je verbonden te weten met wie in je directe omgeving is dan met voorouders die op een alweer lang verlaten eiland elders in de natte oneindigheid zaten. Dan krijg je horizontale in plaats van verticale genealogieën, je buren worden je ooms en tantes.

lees verder:


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie