Een open depot is een utopie

De Wereld Draait Door heeft op donderdag 29 januari 2015 haar eerste pop-up museum geopend in het Allard Pierson Museum te Amsterdam. Tien gastconservatoren mochten eenmalig een eigen tentoonstelling inrichten, in samenwerking met tien grote musea in Nederland, met kunstwerken die normaal in depots liggen. In vier maanden tijd heeft het museum maar liefst 55.000 bezoekers getrokken en kan dus zeker een succes genoemd worden. In mei dit jaar maakte het programma bekend dat het tweede pop-up museum -en tevens het laatste- eind januari 2016 zal openen, wederom met depotkunst. De afgelopen tijd is er erg veel aandacht voor kunstdepots in de media. Grootste reden hiervan is het enorme aantal kunstwerken dat in deze depots ‘verstopt’ ligt en dus niet te zien is voor publiek. Maar moeten we depots wel openbaar maken? 

 

Initiatieven voor het openbaar maken  

Naast het DWDD pop-upmuseum zijn er nog andere voorbeelden te noemen waarbij depots openbaar worden gemaakt. Twee jaar eerder bijvoorbeeld tijdens het Nationaal MuseumweekendHet Militaire Luchtvaart Museum in Soesterberg en het Delftse Legermuseum opende speciaal voor dit weekend de deuren van hun depot. Dit betreft de voormalige Vliegbasis Soesterberg. Bezoekers konden gratis met een pendelbus een exclusief kijkje achter de schermen nemen. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen. Het archeologiedepot van de gemeente Gorinchem is bijvoorbeeld gratis te bezoeken tijdens de Nationale Archeologiedagen in oktober 2015.  

Museum Boijmans van Beuningen pakt het anders aan. In plaats van de bezoeker bij het depot uit te nodigen, wilt het museum een Collectiegebouw. De gigantische collectie die in verschillende depots bewaard worden, zullen dan onder één dak gepresenteerd worden, te bezichtigen door publiek. 
De politiek wil ook zoveel mogelijk de werken uit depots beschikbaar stellen. Zo wilt de VVD dat de gemeentelijke collecties gebruikt gaan worden voor commerciële bruiklenen. 

 

De bedoeling van een depot 

Laten we eerst terugdenken naar de originele functie van het depot. Het primaire doel van een depot is om de collectie in de best mogelijke omstandigheden te bewaren, zodat de collectie zo lang mogelijk blijft bestaan. Ik snap dat er interesse is naar de verborgen schatten van Nederland. Maar tachtig procent van de objecten uit depots zijn bedoeld voor onderzoek. Niet om getoond te worden. Het is een leuk initiatief om depots openbaar te maken. Echter, alles wat u te zien krijgt van deze depots is zorgvuldig geselecteerd op basis van risico op schade/verval op het object en de waarde van het objectDaarnaast is het gros van de objecten van een veel lagere waarde als de objecten die op zaal getoond worden. Het is dus niet verstandig of interessant om alles beschikbaar te maken.  

 

De ‘verborgen schatten’ 

Toch zijn er in veel depots -vooral van de grote musea, zoals het Rijksmuseum- erg waardevolle kunstwerken te vinden die niet op zaal getoond zullen worden, niet voor onderzoek bedoeld zijn en niet ontzettend kwetsbaar zijn. Om deze objecten toch te tonen denk ik dat het beter is om meer aandacht te schenken aan het eenvoudiger maken van bruiklenen tussen musea. De samenwerking tussen musea kan veel beter. Het uitlenen van objecten van een groot museum naar een kleiner museum is iets wat namelijk relatief weinig gebeurt. Dit, terwijl de klimatologische en beveiligingsaspecten in deze kleinere musea goed genoeg zijn voor het object.  
 
Misschien is het dus beter om de bezoekers niet naar het depot te brengen en het depot ook niet naar de bezoekers, maar om in de juiste omstandigheden bepaalde werken (opnieuw) aan het licht te brengen. Veel initiatieven zijn op originele wijze bezig om de bezoeker en de objecten dichter bij elkaar te brengen. Laten we echter niet in doorslaan en eisen dat alles openbaar wordt. Het gemakkelijker maken van bruikleenverkeer is een realistischer streven. 


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie