Habitus Horti

De Reinwardt Academie is sinds begin dit collegejaar naast de Hortus gevestigd. Deze nieuwe buurman vormt de aanleiding voor het topic van de eerste Erfgoedarena op de nieuwe locatie: de Hortus Botanicus. Er wordt gesproken over groen erfgoed, de wetenschappelijke en educatieve waarde van horti en de relevantie van de hortus voor de stadsbewoners als rustplaats.

De trouwe arenabezoeker kan zich niet alleen aan het nieuwe gebouw vergapen, maar krijgt ook te maken met een nieuwe opzet van de Erfgoedarena. In plaats van de gebruikelijke rits aan sprekers, gevolgd door een debat, worden sprekers afgewisseld met stellingen. Tijdens een intieme avond met buurtbewoners, museummedewerkers, studenten, docenten, alumni en andere geïnteresseerden wordt de achtergrond, maar ook de problemen en het perspectief van de wereld van de horti een stukje inzichtelijker gemaakt.

Taeke Kuipers, directeur van de Hortus Amsterdam, trapt af. De Hortus is volgens Kuipers een museum met een levende collectie. De planten leven en zijn dus veranderlijk. De collectie is zowel een lust als een last, met circa honderd vrijwilligers en nog eens 160.000 dierlijke ‘vrijwilligers’. Na de introductie van Kuipers  komt de eerste stelling aan bod: een typische Hortus Botanicus is heel veel, maar geen erfgoed. Hier is in de zaal geen twijfel over, de ICOM-definitie includeert ook een Hortus Botanicus: horti zijn erfgoed. De authenticiteit van een dergelijke collectie wordt wel betwist, een stekje van de Anne Frankboom heeft niet dezelfde historische of maatschappelijke waarde als het origineel, ondanks dat het genetisch identiek is.

In tegenstelling tot de Hortus Amsterdam is de Hortus Leiden onderdeel van de universiteit. De tweede spreker van de avond, Gerda van Uffelen, collectiebeheerder van de Hortus in Leiden, legt uit dat deze Hortus meer gefocust is op onderzoek. Met een tuin die maar liefst 1,8 hectare groter is dan de Hortus in Amsterdam is er ook meer ruimte voor experiment en verandering. Een mooi voorbeeld daarvan is de in 2015 aangelegde Chinese kruidentuin. De inbreng van Van Uffelen vormt de aftrap voor een tweede (vraag)stelling: welk belang heeft de Hortus Botanicus voor de gemeente?

Hierbij komt ook de financiële afhankelijkheid om de hoek kijken, met de twee horti als sterk verschillende casus. Veel horti in Nederland zijn in het verre of recente verleden failliet gegaan en gered door stadsbewoners of door een mecenas. Voorbeelden zijn de horti in Nijmegen en Wageningen en de vaak besproken Kew Gardens in Londen. Volgens Kuipers zijn horti te vergelijken met planten: ze evolueren langzaam, net als planten, om zo te kunnen overleven. De welbekende koorddans wordt ook hier uitgevoerd: aan de ene kant commercieel aantrekkelijk blijven, maar aan de andere kant wel ethisch omgaan met erfgoed.

Tot slot betreedt Hanneke Jelles, hoofd educatie bij de Hortus Leiden, het podium. Hanneke overtuigt het publiek – in vloeiende rijm – van het educatieve programma. Dan is het al weer tijd voor de laatste stelling: horti gaan te weinig met hun tijd mee. Deze wordt door de horti meteen gepareerd met ‘De bezoekers gaan niet met hun tijd mee’.  Beide horti hebben veel onderzoek en cijfers paraat om hun bestaan te verantwoorden. Horti lijken minder met de tijd mee te gaan, juist omdat de bezoeker dat wil. De bezoeker wil stilstaan bij de flora en genieten van de rust, zonder telefoon of laptop.

Het publiek is streng voor de horti. Een hortus is een plantentuin met een bedoeling, maar die bedoeling is niet altijd duidelijk, wat volgens het publiek in de zaal wel zo zou moeten zijn. Er lijkt een kloof te zitten tussen het publiek, de sprekers en de bezoekers van de hortus. Deze geanimeerde avond blijkt niet zomaar een arena te zijn, maar een ontmoeting van twee verschillende werelden, wat alleen maar bezieling aan het debat toevoegt. De standaard is hiermee gezet voor de vernieuwde erfgoedarena, en de wonden kunnen – zoals vanouds – weer gezalfd worden bij de borrel. 

 


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie