'Duizenden schoenen, omroepberichten en snerpende fluitjes'

Een recensie over 'Het Station' van Joris van Casteren

Laatst zat ik met een kroketje in de zon op station Amsterdam Centraal. Als je tijdens het eten naar een kroketje kijkt, geniet je er meer van, bedacht ik me. Zo is dat eigenlijk ook met erfgoed. Je geniet er meer van als je er goed naar kijkt, als je er aandacht voor hebt. Schrijver en journalist Joris van Casteren observeerde het rijksmonument Amsterdam Centraal bijna een jaar lang en legde zijn waarnemingen vast in zijn boek Het Station dat dit jaar uitkwam.

Het station als podium

‘I enjoyed observing them and I enjoyed listening to them. They were like actors in a play, only the play was real.’ Met dit citaat van de Amerikaanse schrijver Joseph Mitchell begint Van Casteren zijn boek. Het Station is opgebouwd uit verschillende korte verhalen waarin gesprekken met onder andere medewerkers, zwervers en reizigers worden afgewisseld met observaties en achtergrondinformatie over de geschiedenis van het gebouw. Het citaat van Mitchell past goed bij de stijl van het boek. Door de manier waarop de auteur de mensen en het station beschrijft, krijgt het geheel een theatrale sfeer. De mensen worden personages met het station als podium.

Amsterdam Centraal Station

Seks, drugs en treinen

Een van de personages waar Van Casteren mee spreekt is Karel van Brederode, oudmedewerker van de NS. Momenteel is hij ‘bijzonder opsporingsambtenaar’ van Prorail. Kortgezegd bewaakt hij de orde op het station. Van Brederode is kalend, heeft een grijze snor en draagt een lichtblauw overhemd met zilverkleurige epauletten. Op de vraag wat typisch is voor Amsterdam Centraal, antwoordt hij stellig ‘De verbouwingen’. ‘Het is altijd maar in beweging, voortdurend zijn ze bezig hier’. Verbouwingen maken volgens Van Brederode de handhaving lastig omdat je het ‘gespuis’ minder goed in de gaten kan houden.

Tegenwoordig is overlast dankzij veel beveiligers en honderden camera’s redelijk onder controle. In de jaren negentig was er echter veel drugs- en prostitutieoverlast op het station. In goederenliften in de oosttunnel werkten prostituees en schandknapen hun klanten af. Het was Van Brederode’s taak om dat verschijnsel tegen te gaan. Ook de vaste groep junks, destijds een man of zestig, moest hij het station uit jagen. Na een tijdje kenden de voornamelijk Surinaamse dealers en junks hem van gezicht. ‘Papa’ noemden ze hem.

Rijksmonument

In 2014 bestond Amsterdam Centraal precies 125 jaar. Van Casteren is de archieven ingedoken en beschrijft de geschiedenis en totstandkoming van het station.

Johan Rudolph Thorbecke, minister van binnenlandse zaken, heeft in de 19de eeuw de locatie van het station bepaald, ondanks protest van onder andere schilder Jan Veth die sprak van ‘Stedenschennis’ en een advocaat die vreesde dat de komst van het station de scheepvaart in Amsterdam zou vernietigen.

De katholieke architect Pierre Cuypers werd gevraagd het gebouw te ontwerpen. Tegenstanders probeerden de ‘kerkbouwbeginselen’ van Cuypers onderuit te halen. Het ontwerp greep namelijk terug op middeleeuwse principes, toen de christelijke kerk nog een eenheid was; dit werd in reformatorische kringen gezien als een provocatie. Het gebouw werd geopend in 1889. Vriend en vijand waren het erover eens dat er iets zeer bijzonders was neergezet. In 1974 is het station uitgeroepen tot rijksmonument.

Centraal station Amsterdam

Ode aan de nieuwsgierigheid

Door het lezen van Het Station ben ik beter gaan kijken, meer gaan zien. Als ik ‘s ochtends naar de metro loop, kijk ik af en toe over mijn schouder naar de voorkant van het stationsgebouw en ontdek steeds nieuwe, van symboliek doorspekte teksten en sculpturen. Met de colleges van Joppe Knoester in mijn achterhoofd zie ik ook steeds meer elementen van de Hollandse Renaissance-stijl terug. Ik werp een blik over het plein voor de ingang. ‘Is dat Thea?’. Een vrouw die al bijna twintig jaar lang de daklozenkrant verkoopt op het station. Mijn ogen speuren het station af en ik zie schoonmakers met felgekleurde hesjes aan. ‘Hoe zag hun dag er tot nu toe uit?’, ‘Wat zouden ze zijn tegengekomen?’. ‘Wordt ik op dit moment in de gaten gehouden door de medewerkers die de camerabeelden bekijken en zou ik verdacht overkomen met mijn onderzoekende blik?’. Inmiddels heb ik zelfs een bezoekje gebracht aan Kaketoe Elvis die zijn dagen slijt op een stok in café-restaurant 1e Klas op perron 2b.

Programmamaker en correspondent Jelle Brandt Corstius noemt het boek een ‘Ode aan de nieuwsgierigheid’. Daar kan ik me in vinden. Als je niet al nieuwsgierig naar Amsterdam Centraal was, dan wordt je het wel door het lezen van Het Station.

 


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie