Een leven na de Reinwardt Academie


Een interview Maartje van Laarhoven                               

Het is dinsdagmiddag. Maartje komt net van haar werk en we gaan naar een café daar in de buurt. We nemen plaats aan een klein tafeltje en bestellen beide een biertje. Maartje is een oud-Reinwardt studente, afgestudeerd in 2009. Na het behalen van deze bachelor is ze op verschillende plekken te werk gegaan als tentoonstellingsmaker of projectleider. Momenteel is ze werkzaam bij Tinker Imagineers, een bureau voor creatieve consultancy en Maartje van Laarhoven belevingscommunicatie dat gevestigd is in Utrecht. Tijd voor een gesprek om te kijken hoe ze het er vanaf brengt na de Reinwardt.

Je vader heeft veel gedaan in de culturele sector. Zo is hij o.a. directeur geweest van het Noord Brabants Museum. Was kunst en cultuur iets belangrijks bij jullie thuis?

‘Mijn ouders vonden het leuk om ons over kunst en cultuur bij te brengen. Het was niet iets dat moest, maar ik vond het altijd wel erg leuk. Ik weet nog dat we als kinderen als vrijwilliger gingen helpen bij mijn vader in het museum. Later werden dit bijbaantjes in bijvoorbeeld het museumcafé. Het was een natuurlijk proces waar we als kinderen in mee gingen. Ik denk wel dat mijn ouders expres hier de leuke kanten van hebben laten zien.’

Hoewel Maartje het altijd leuk vond om met haar vader mee te gaan, was het voor haar niet de logische eerste stap om een studie te doen in de culturele sector. Ze is aan verschillende studies begonnen, maar kon haar weg niet vinden.

‘Eigenlijk was ik een beetje een geflopte student. Op een gegeven moment wist ik echt niet meer wat ik moest doen. Mijn vader had in die tijd een stagiair van de Reinwardt Academie die hem aan mij deed denken. Hij is dan ook degene geweest die me tipte om daar eens te gaan kijken. Uiteindelijk ben ik niet eens naar de open dag gegaan, maar heb ik me zomaar ingeschreven. Op puur geluk. Maar het was een goede keuze! De opleiding paste goed bij me. Het voelde voor mij als thuiskomen.’

Opeens had je het gevonden?

‘Ja, natuurlijk waren er ook mindere kanten, maar dat heb je overal wel.’

Na de studie ben je aan de slag gegaan als tentoonstellingsmedewerker bij Museum Kempenland. Hoe ben je hier terecht gekomen?

‘Mijn vader werkte voor het museum als organisatieadviseur. Er was weinig budget en er moest een tentoonstelling gemaakt worden. Omdat ik net afgestudeerd was en niet aan een baan kon komen, vroeg hij of ik dat niet op me wilde nemen. Dit heb ik gedaan, zonder dat ik er geld voor kreeg. De tentoonstelling ging over landschapskunst. Ik heb het concept bedacht, de inrichting, de teksten geschreven. In samenwerking met de conservator uiteraard. De directrice deed de marketing. Toen het museum eindelijk wat meer geld in het laatje had, heb ik er betaald voor gekregen. Daarna heb ik voor hetzelfde budget nog drie of vier andere tentoonstellingen gerealiseerd.’

Hoewel ze het spannend vond in het begin, durfde ze deze kans met beide handen aan te pakken door leerzame stages tijdens school.

‘Daarnaast was Museum Kemperland redelijk klein, waardoor de organisatie wat gemoedelijker was. Het was nooit een probleem om een vraag te stellen als ik iets niet wist. Maar natuurlijk was het spannend! Ik vind het nog steeds spannend als ik op een nieuwe plek ga beginnen.’

Je hebt ook veel ervaring op gedaan door met je vader samen te werken. Jullie zijn samen het adviesbureau Van Laarhoven Musea en Erfgoed begonnen. Hoe is dit idee ontstaan?

‘Mijn vader werkte eigenlijk al als éénmanszaak. Hij had organisatieadvies aan culturele instellingen. Hij merkte hierbij dat er vaak iemand miste, die bijvoorbeeld een tentoonstellingsconcept kon opzetten. Ik vond het nog steeds lastig om aan een baan te komen. We besloten onze krachten te bundelen en er samen voor te gaan. In het begin deden we veel projecten samen, maar dit is uiteindelijk een beetje uit elkaar gegroeid. Dit kwam omdat we allebei in hele andere takken van de sport bezig waren. Ik met het projectmatige en hij met het organisatieadvies.’

Ging het wel altijd goed?

‘Ja, het ging heel goed. Mijn vader heeft natuurlijk veel ervaring en kon me goed coachen. Maar op een gegeven moment  merkte ik dat ik altijd dezelfde soort klussen kreeg: kleine musea met een klein budget. Op zich was dit heel leerzaam maar na loop van tijd merkte ik dat mijn persoonlijke ontwikkeling een beetje vastliep. Toen ben ik zelf op zoek gegaan naar een baan. Het ging allemaal een beetje plotseling. Ik kreeg de kans om bij Tinker Imagineers te werken en die wilde ik niet laten schieten. Momenteel zit ik daardoor met verschillende projecten die ik nog moet afronden. Dit heeft ongeveer een jaar uitloop, naast mijn fulltime baan bij Tinker.’

Waarom was het zo lastig om aan een baan te komen?

‘Dat kwam vooral door de financiële crisis rond die tijd. In de culturele sector werd er opeens enorm bezuinigt en voorzichtig gedaan.’

En wat zijn de verschillende projecten die je nog moet afronden voor Van Laarhoven Erfgoed en Musea?

‘Een project voor het museum in Deurne, een tentoonstelling in Museum Asten en enkele aanpassingen aan de herinrichting voor Museum Kluis in Boekel.’

Het klinkt alsof je het erg druk hebt!

‘Haha, jazeker. Maar ik vind het heel leuk en bij Tinker Imagineers zijn ze gelukkig flexibel. Soms moet je de sprong gewoon maken.’

Bij Tinker Imagineers ben je nu een maand werkzaam. Aan wat voor projecten werk je hier?

 ‘Hier werk ik ook aan drie verschillende projecten, als projectmanager. Bij de ene zitten we nog in de pitchfase. Het andere project moest ik overnemen, wat wel lastig is. Hoewel de overdracht goed is gegaan, loop ik elke week tegen nieuwe dingen aan. Zo zijn er bijvoorbeeld afspraken gemaakt waar ik niets van weet. Het derde project is een bedrijfstentoonstelling.’

Wat is een gebeurtenis geweest in je carrière waar je veel van hebt geleerd?

‘Ik was nog erg jong toen ik mocht werken als projectleider voor Museum Asten. Er moest een herinrichting komen en het budget was echt heel laag. We hadden maar een heel korte tijd en het was in samenwerking met bijna alleen maar vrijwilligers. Een enorme uitdaging. Ik ben er trots op dat het concept er uit is gekomen zoals we voor ogen hadden, maar met meer budget had ik het wel anders aangepakt. Dankzij het concept, dat door mijn vader is bedacht, en de inrichting hebben we de Museumprijs 2014 gewonnen van de Bank Giro Loterij. Het was mijn allereerste hele grote project: het was geen tijdelijke tentoonstelling, maar de complete herinrichting van het museum. Het is allemaal wel goed gegaan!’

Is er ook een gebeurtenis te noemen die helemaal mis ging?

‘Ja, dat zijn gelukkig wel kleinere dingen. Wat ik bijvoorbeeld heel erg heb moeten leren was het omgaan met vrijwilligers. Op de Reinwardt wordt je hier al voor gewaarschuwd, maar in de praktijk merk je pas in welke mate dit lastig kan zijn. Je moet mensen in hun waarde laten, maar wel laten weten dat jij de leiding over het project hebt en dat bepaalde dingen gewoon moeten gebeuren. Dat is lastig, omdat ze het natuurlijk voor niks doen, en dat zorgt toch voor een zekere vrijblijvendheid. Begrijp me niet verkeerd, zonder vrijwilligers zou er misschien wel de helft minder musea zijn en ik waardeer ze enorm. Maar ik heb wel bizarre dingen meegemaakt waarbij een individu bijvoorbeeld zo veel macht heeft binnen een organisatie, dat je daar niet zomaar iets tegen kan zeggen. Zo was er bij de herinrichting in Asten een vrijwilliger die stratenmaker is geweest. In het museum lag een klein vloertje, wat eigenlijk vernieuwd moest worden omdat het er niet uit zag. Maar je kon er veilig op lopen en door de korte tijd voor de herinrichting zaten we aan een strakke planning. We hadden echt andere prioriteiten. Die man wilde maandenlang het vloertje vervangen. Op een maandagmorgen kwam ik aan bij het museum en zag dat hij de hele vloer eruit had gehaald! We moesten de hele planning omgooien. Die dingen zijn goed bedoeld. Ik heb hier echt van geleerd dat ik soms strenger moet zijn ook al zijn mensen soms een stuk ouder met veel meer ervaring. Ik nam het mezelf toen wel kwalijk, maar eigenlijk had ik het niet kunnen voorkomen. Soms kom je in een organisatie waar de dingen gaan zoals ze gaan en moet je er maar het beste van maken.’

Bij of met welk bedrijf zou je heel graag nog willen werken?

‘Dat is grappig. Voordat ik bij Tinker werkte zou ik Tinker hebben gezegd. Ik vind dat ze echt hele gave dingen maken met een goed oog voor de bezoeker. Het gaat er niet om te laten zien wat je als tentoonstellingsmaker allemaal in huis hebt, maar of het iets toevoegt aan het concept en voor de doelgroep. Niet iedereen gaat zo te werk. Vaak wordt er gedacht vanuit de inhoud en niet vanuit de bezoeker. Ik vind deze benadering echt inspirerend! Natuurlijk zou ik het fantastisch vinden om een keer met een groot museum zoals het Rijksmuseum samen te werken. Misschien vooral omdat ik altijd met kleine budgetten heb gewerkt, waardoor ik heel benieuwd ben hoe dat is in een groot museum.’

Maar wil je steeds groter gaan in je werk? Naar grotere organisaties?

‘Ik ben naar Tinker gegaan omdat ik meer behoefte had aan professionaliteit. Om meer te kunnen doen. Ik merk nog steeds dat ik bij vergaderingen van Tinker alleen maar aan kostenbesparing zit te denken terwijl dat daar toch minder nodig is. Toch is het wel goed om realistisch te blijven, dus ik zal het ook niet helemaal afleren. Ik kan creatiever te werk gaan, maar werk ook samen met mensen die echt gespecialiseerd zijn in bepaalde onderwerpen waardoor ik niet zo veel research hoef te doen. Je kan putten uit de kennis van een ander. Werken met kleine musea vind ik echter nog steeds super leuk om te doen. Je kan zo veel winst halen uit het ontdekken van verborgen collecties, dat blijft leuk. Maar voorlopig blijf ik nog bij Tinker. Ik wordt nu nog ingewerkt, wat allemaal hartstikke spannend is. Momenteel ben ik al blij als ik weet hoe het administratieve computersysteem werkt! Maar ik wil heel graag in dit bedrijf werken en vooral groeien.’

Tot slot: welke tip zou je geven aan een Reinwardt student?

‘Goeie vraag zeg. Hier moet ik even over nadenken... Het is een lastige sector om direct na je studie aan een baan te komen. Je moet slim kiezen. Qua stage kan dit al veel helpen. Kies niet voor het gemak van een stageadres om de hoek, maar echt iets wat jou interesseert en verder kan helpen. Onderschat je stage niet, het kan veel doen voor je latere contacten en je kans op een baan. Daarnaast moet je niet bang zijn om een gratis klus aan te nemen. Als ik die tentoonstelling voor Museum Kempenland niet had gedaan, was ik waarschijnlijk nooit zo ver gekomen. De betaling kan ook de ervaring zijn en het uitbreiden van je netwerk. Dit soort dingen moet je altijd afwegen, vooral als je net begint.’

 


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie