Een steekje los: interview met een textielrestaurator

Zonder het harde werk van restauratoren overal ter wereld, zou ons erfgoed er een stuk schraler en treuriger uitzien. Het behoeden van erfgoed voor de ondergang, is een onderdeel van het in stand houden van een gezamenlijk verleden. Deze verantwoordelijkheid hoort bij het werk van een restaurator, die voor en achter de schermen de levensduur van een object probeert te verlengen. In dit vraaggesprek wordt de wonderlijke wereld van textielrestauratie verder toegelicht, door textielrestaurator Sophie*.

Sophie is niet begonnen in het restauratievak. Van oorsprong is ze kunsthistorica. Tijdens haar opleiding liep zij stage bij Ernst van de Wetering, een restaurator. In zijn atelier besprak hij de restauratie-ethiek. Via een project over textiel kwam zij hier terecht. Later is zij hier als vrijwilliger gaan werken. Hier leerde zij ook al het hand- en reparatiewerk dat bij restaureren kwam kijken. Een paar van haar eerste opdrachten waren restauraties bij het theatermuseum. Door al deze ervaringen is ze als het ware vanzelf de textielrestauratie ingerold. De fijne kneepjes leerde zij in de praktijk, omdat er nog geen opleiding voor was.

"Ik heb meer de kunst-theoretische kant gehad dan de scheikundige." zegt ze. Het verschil tussen restauratoren uit de jaren '70 en de restauratoren van nu, is dat de restauratoren van nu meer een scheikundige achtergrond hebben, meer theorielessen hebben gehad en waarschijnlijk minder praktijk dan de restauratoren die hen voorgingen.

Ik vraag of de manieren van restaureren erg veranderd zijn door de jaren heen.

"In het begin was het meer praktijk, later pas is er ethiek ontwikkeld, in de jaren '70. Op grond daarvan zijn de meeste conserveringstechnieken ontwikkeld. Ook het idee van reversibiliteit is toen ontstaan. Voor die tijd waren restauraties minder vaak reversibel. De lijm die werd gebruikt, liet na tien jaar niet meer los en dan bleek dat een stuk compleet bedorven was. Hierna is men na gaan denken over hoe deze lijmen wel reversibel konden worden gemaakt. Het streven werd om het stuk zo veel mogelijk authentiek te laten. Alle toevoegingen werden er in principe afgehaald en er mocht niet teveel veranderd worden."

Maar wat als een object dan een geschiedenis heeft doorlopen die wat vertelt over het object?

Als een object een hele geschiedenis van historische veranderingen heeft doorlopen, wordt het lastig. Authentiek is niet alleen de beginfase, latere historische kenmerken moeten ook behouden worden, zegt ze, er wordt dan een keuze gemaakt voor welke periode er behouden wordt. In samenspraak met de belanghebbenden wordt deze afweging gemaakt; een restaurator doet dit bijna nooit alleen. Er wordt gekeken naar wat belangrijk wordt gevonden aan het object, hoe oudere fases kunnen worden bewaard et cetera. Deze lastige afweging kan iets makkelijker worden gemaakt door de rest van de geschiedenis te documenteren en te fotograferen, zodat deze niet helemaal verloren gaat.

"Er zijn ook objecten geweest die zodanig oud waren dat ze niet meer te redden waren. Dan liet je het. Sommige schades kan niks meer aan gebeuren. Sommige vlekken gaan er niet uit, gaten kun je nooit helemaal laten verdwijnen. Camoufleren en ondersteunen kan wel, maar het blijft een gat. Soms worden er dan replica's gemaakt en wordt het origineel bewaard in het depot."

Sophie legt uit dat een voorbeeld hiervan de glazen koets is. Alle borduursels zijn eruit gehaald, een gedeelte hiervan is geconserveerd en opgeslagen in het depot. Volgens Sophie konden deze borduursels nog wel gebruikt worden, omdat ze weliswaar sleets maar authentiek waren. De opdrachtgevers wilden dit niet: de koninklijke familie inclusief kinderen moest gewoon van de koets gebruik kunnen maken, inclusief het zitten en aanraken van het borduursel alsof er niks mee aan de hand is. Van deze borduursels is een replica gemaakt die nog wel gewoon gebruikt konden worden. De functionele authenticiteit was hier dus het belangrijkst.

"Als je het gebruikt is het heel wat anders dan wanneer het in een museum in een vitrine komt te hangen."

 

Sophie heeft een voorkeur voor het restaureren van zogeheten vlak textiel, zoals vaandels, vlaggen, tapijten en tapisserieën. Ze restaureert minder kostuums. Haar gevoel gaat meer uit naar vlak textiel, ook omdat zij hier meer mee in aanraking is gekomen. Dingen zoals historische tapijten komen simpelweg meer voor.

Uniformen

 

Restaureren in de praktijk

Restaureren gaat volgens een vast stappenplan. Begonnen wordt met een algehele beschrijving van het object, daarna volgt een schadebeschrijving. Daarna volgt het conserveringsplan, dit wordt voorgelegd aan de opdrachtgever. Eventueel worden er twee verschillende plannen gemaakt, als een van de twee plannen erg kostbaar is. De opdrachtgever beslist uiteindelijk wat er gaat gebeuren. Het plan wordt vervolgens uitgevoerd. Voor, tijdens en na de conservering worden er detailfoto's gemaakt. Er wordt afgesloten met een verslag. Dit is ook om het juridisch netjes te houden.

Sophie vertelt verder: "Soms vindt de opdrachtgever de aangeboden oplossing niet drastisch genoeg. Gaten moeten dan onzichtbaar gemaakt worden en dat kan niet altijd. Er moet dan worden uitgelegd dat dit niet mogelijk is. Soms mag een object dan niet meer gebruikt worden. Veel werk is dan ook adviserend werk, omdat veel opdrachtgevers niet altijd weten hoe kwetsbaar hun collectie is. Er wordt veel advies gegeven over onderhoud, schoonmaken en behoud."

Haar meeste klanten zijn musea. Particulieren hebben vaak maar kleine objecten en van particulieren valt niet te leven. Antiquairs, musea of het RCE in Rijswijk zijn allemaal opdrachtgevers. 

Het leukste aan het restauratiewerk vindt Sophie het mooi maken van het object: "Het werken met textiel zelf, heel erg dicht op het object werken, heel erg met de details werken maar het beoordelen op een afstand. Dat is heel prettig. Het is manueel leuk werk. Visueel het object mooi maken is leuk."

Sophie komt best vaak problemen tegen met het tentoonstellen van textiel. Musea hebben het object dan bijvoorbeeld niet erg verantwoord opgehangen, waardoor er teveel druk komt te staan op bepaalde delen van het object. Er wordt bijvoorbeeld geen gebruik gemaakt van steunweefsels, terwijl het wel handig kan zijn om een object ietwat schuin tentoon te stellen, omdat de druk dan beter wordt verdeeld.

"Met een museum wordt samen gekeken wat de mogelijkheden zijn voor hun collectie. Vaak worden restauratoren erbij gehaald om depots in te richten."

 

Erg trots is Sophie op een serie wandtapijten die ze heeft gerestaureerd. Ontkleuring bij dit soort objecten komt veel voor. In landen zoals de VS wil men objecten het liefst er weer nagelnieuw uit laten zien. In Europa is dit een stuk minder het geval.

"Tegen verkleuring is weinig te doen. Het wordt wel gedaan dat wandtapijten binnenste buiten worden opgehangen, dus dat de kant die altijd tegen de muur hangt, zichtbaar wordt voor het publiek. Daar is nu heel erg discussie over of dat ethisch verantwoord is. Het levert wel een mooi resultaat op, maar het is dan niet meer het originele stuk omdat het in spiegelbeeld hangt."

 

Restauratoren in Nederland weten vaak van elkaar wat hun sterke kanten zijn. Dit is afhankelijk van hun achtergrond. De een is beter in kostuums en de ander beter in vlak textiel. Opdrachten worden daarom soms onderling uitgewisseld. Veel van de restauraties gebeuren op lokatie. Dat is simpelweg minder risicovol voor het object. "Dat iets klaarmaken voor een tentoonstelling, of werk in het depot, dat soort dingen doe je allemaal op lokatie. Bij grote projecten doe ik ook kunsthistorisch onderzoek, als dit gevraagd wordt. Dat is dan in samenhang met zo'n project. Het hangt ervan af of ze daar ook geld voor geven. Als kunsthistoricus heb je een andere invalshoek en kijk je iets anders."

Op de vraag wat ze lastig vindt aan het restaureren van textiel, antwoordt Sophie: "Het probleem bij textiel is dat het vaak stoffig is. Hierdoor kan je last krijgen van je ogen. Soms ligt het object er al tien jaar en dan kom je met enorm veel stof in aanraking. In het rapport komt dan te staan dat het schoongemaakt moet worden. Ik doe dit alleen zelf als ik een stuk ter restauratie krijg, soms laat ik het reinigen bij een ander atelier. Reinigen is weer een heel ander gebied, wat best lastig is."

 

Textielrestauratie in de toekomst

"De aandacht binnen het restauratievak is nu heel erg gericht op moderne kunst, met moderne materialen. Die zijn ook vergankelijk. Daar wordt nu steeds onderzoek naar gedaan. Qua textiel zijn de meeste behandelingen al best goed, maar er kunnen zich altijd nog nieuwe materialen aandienen voor het ontwikkelen van steunen. Lijmen en reinigingsmiddelen, de chemische kant wordt erg ontwikkeld. De steunkant en de materialen ook. In het reinigen worden ook veel nieuwe dingen ontdekt. Ik heb bijvoorbeeld een heel project gedaan met geprint borduursel op zijde. 3D zou misschien ook nog kunnen. Je hebt het textiellab in Tilburg en daar wordt machinaal geborduurd, machinaal geweefd, daar kunnen ze alles via digitaal printen. In de restauratie leveren dit soort nieuwe uitvindingen meer nieuwe producten en replica's op."

 

 

*Op verzoek van de geïnterviewde is deze naam gefingeerd


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie