"Hou je hoofd nou maar koel." 40 jaar werken in het museum

Het is maandagmiddag, kwart voor drie. Ik fiets met een koude wind die door mijn haren blaast, mijn ogen knijpend tegen de felle zon, genietend van de kleurrijke herfstbladen richting het Amsterdam Museum.
Bij de dienstportier krijg ik mijn pasje met sleutels en loop ik naar de kantoorruimte van de afdeling Beheer en Behoud. Daar zit ik dan. Tegenover me zit een man van 65 met een bril en een t-shirt zo rood als de vlag van Amsterdam. Hij vouwt zijn handen in elkaar en ik blaas op mijn dampende thee. Ik begin het gesprek met een zenuwachtig gevoel. Niet omdat ik een belangrijke grote directeur tegenover me heb zitten, maar Arie Zeiss. Een nuchtere Amsterdammer met vijftig jaar werkervaring, boordevol kennis over de collectie en het reilen en zeilen van het museum. Arie is sinds september met pensioen nadat hij maar liefst veertig jaar voor het Amsterdam Museum heeft gewerkt. Hij wordt al erg gemist.

Het begin (Arie denkt na)
‘Toen ik vijftien jaar oud was ben ik gaan werken in de bouw, hier heb ik tien jaar lang gewerkt. In 1975 kreeg ik een invalsklusje bij de toenmalige stedelijke musea, daar vielen instellingen onder zoals het Stedelijk Museum Amsterdam, het Amsterdam Museum, Willet Holthuys en museum Fodor. Twee weken lang werkte ik aan het demonteren van de stijlkamers die te zien waren in het Stedelijk Museum. Ze werden overgedragen naar de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, en een stijlkamer (de Beuningen stijlkamer) werd in bruikleen gegeven aan het Rijksmuseum. Na deze twee weken ben ik eigenlijk nooit meer weggegaan. Ik kwam terecht bij de afdeling assemblage. Deze afdeling zorgde voor alle kisten en verpakkingen van de kunstwerken. De stijlkamers die in het depot liggen, hebben nog een kist die door mij is gemaakt. Laatst kwam ik bij het Stedelijk Museum Amsterdam waar ik ze zelfs ook nog zag staan.’

Amsterdams Historisch Museum (Arie is nostalgisch)
‘In 1984 kwam een leidinggevende onze afdeling binnengelopen en zei: “ jij, jij, jij en jij gaan naar het Amsterdams Historisch Museum. Jij, jij, en jij blijven hier." Willekeurig werden we aangewezen en onderverdeeld omdat de stedelijke musea opgesplitst werden. Ik werd toevallig gekozen om naar het Amsterdams Historisch te gaan, maar ik had net zo goed veertig jaar bij het Stedelijk Museum kunnen werken. Wel vind ik de collectie van het Stedelijk Museum bruisender. Het is natuurlijk een veel jongere collectie, niet zoals bij het Amsterdam Museum een historische collectie met vooral kunstenaars die niet meer leven. Het Stedelijk Museum heeft een keer geld uitgegeven aan een kunstwerk waarbij twee echte mensen een uur stonden te zoenen. Zoiets geks, dat maakt het heel leuk en levendig. In die tijd zag het Amsterdams Historisch er anders uit dan nu. Zo was er een afdeling binnen het museum die de tentoonstellingsbouw verzorgden, dat zie je op het moment nergens meer. Musea hadden veel meer in huis om zelf alles te regelen. Werk is werk, bij het Amsterdam Museum zat ik net zo goed op mijn plek.’

Koerieren (Arie trekt zijn wenkbrauwen op en heeft een klein lachje)
‘Ik heb in mijn veertig jaar een hele hoop afgereisd naar onder andere Moskou, Wenen, New York, Washington, Munchen, Brussel, maar natuurlijk ook heel veel in Nederland zelf. Ik heb het idee dat er vroeger meer openheid was onder musea. Het was niet zo een probleem om werken uit te lenen. Er werd net zo veel uitgeleend als nu, maar het wordt ons tegenwoordig allemaal heel moeilijk gemaakt met de huidige voorwaarden en regels. Iedereen is zich gaan indekken, daaraan is te merken dat het vertrouwen in elkaar minder is geworden. In een aantal gevallen snap ik dit in verband met kwetsbare werken of slechte ervaringen met musea. Toch denk ik dat de hoeveelheid regels, eisen en de mate van voorzichtigheid overdreven zijn. Het is allemaal niet zo moeilijk een veel!

Vroeger waren er ook vele malen meer snoepreisjes, koerierstaken naar de mooie grote steden werden uitgevoerd door conservatoren. Dit leverde soms problemen op doordat conservatoren geen behoudstechnische kennis hadden. Als er iets mis ging werd dit vervolgens in de doofpot gestopt… Ja, zo ging dat toen. Nu is dit gelukkig veranderd en daarmee is de collectie veiliger op transport.’

Verhuizingen (Arie kijkt trots)
‘Ik heb op veel verschillende locaties gewerkt, en de collectie is vaak in delen of in zijn z’n geheel verplaatst. Ik kan zeggen dat ik door al die verhuizingen en projecten alle 90.000 objecten in mijn handen heb gehad, ik ken de collectie daardoor ook erg goed. Een tijd lang heb ik in mijn eentje alle collectiekaarten bijgehouden. Dit was voordat we de collectie digitaal registreerden. Elk object had een eigen kaart. Niemand kwam aan de kaarten, want da’s van Arie! Er is een periode geweest dat ik in mijn eentje alle werkzaamheden deed. Ik was dus registrar, koerier, hield de collectie bij en zo voorts. 

De verhuizingen die ik lang geleden heb uitgevoerd zijn anders gegaan dan de laatste verhuizing naar ons huidige Collectiecentrum bijvoorbeeld. Er waren geen chique verpakkingen van zuurvrij materiaal. De collectie overleefde het toen ook prima met krantenpapier als bescherming, dat was goedkoper. Het is nu veiliger geworden, maar ook duurder.’

Gekke momenten, gekke objecten (Arie grinnikt tijdens het vertellen)
‘Wat vroeger net zo gebeurde als nu, is dat er last-minute allemaal klusjes bij komen. Zo moest er een keer een beeld van Wilhelmina vervoerd worden, maar het was zo kort dag gemeld dat we geen kist op maat hadden kunnen maken. Na even denken kwamen we op het idee balen stro te gebruiken om het beeld te vervoeren, dat vond ik een komische oplossing, het werkte gewoon. Ook hebben we een keer een schilderij vervoerd waarvan de verf nog nat was. Met behulp van een constructie in de vrachtwagen is het schilderij (zonder kist of verpakking) zo uit het atelier, in de vrachtwagen gegaan. Ook heeft het Amsterdam Museum ooit een schilderij uitgeleend aan een ander museum, maar toen ik die avond het journaal keek over dat museum, zag ik dat het schilderij opeens in een andere lijst was gehangen zonder toestemming. Ik heb het gemeld, en later bleek ook dat er zeker schade door was ontstaan.

Verder heb ik geen lievelingsobjecten of iets dergelijks. Het ene vind je mooi, en het andere niet. Het is gewoon werken met de collectie.’ 

Het huidige Amsterdam Museum (Arie is serieus)
‘Ik heb zelf niet iets van de verzelfstandiging gemerkt in 2009. Mijn loonstrookje veranderde, dat was het dan ook. Als ging gewoon z’n gangetje.

Een groot verschil met vroeger is de hoeveelheid inhuur. We hadden eerst zelf alles in huis om het museum in de organisatie te voorzien in al haar activiteiten. Dat was vroeger in veel opzichten makkelijker. Er worden nu veel problemen gezien, iedereen rent rond en ziet overal obstakels. We maken het onszelf moeilijk door de huidige regels en bezuinigingen op personeelskosten waardoor inhuur noodzakelijk wordt. Vroeger hadden we zelf een transportbusje. Nu moeten er telkens bedrijven zoals Crown ingehuurd worden. Dit kost een hele hoop geld. Het museum was vroeger veel completer. Op het moment zijn er veel losse afdelingen en zelfstandig ondernemers die maar tijdelijk aanwezig zijn, of medewerkers die maar vijf jaar werkzaam zijn. Bij veel mensen is het om cijfertjes gaan draaien, en dat is heel jammer. Vaak wordt gezegd dat alles moet kunnen, maar dan hou ik gewoon mijn handen omhoog en zeg ik: “ik heb er maar twee!”. Ik zie dat veel mensen houvast zoeken aan al die nieuwe regels en maatstaven. Dit werkt niet goed, hou je hoofd nou maar gewoon koel, laat je niet gek maken en geef je grens aan. Je kunt niet door blijven gaan, je kunt niet trekken aan een dood paard. Als een collega niet wil horen wat ik zeg en niet wil luisteren naar hetgeen dat ik zeg, stop ik. Wanneer dit voorkomt, weet ik dat het geen zin heeft om te proberen iemand over te halen. Ze komen er zelf uiteindelijk wel achter.

Zoals ik al zei, heb ik een tijd lang in mijn eentje veel taken uitgevoerd. De taken worden nu door veel meer mensen gedaan, terwijl de hoeveelheid werk hetzelfde is gebleven. Het verschil is dat er vroeger betere communicatie was tussen de afdelingen, iedereen was van alles op de hoogte. Nu gaat veel langs elkaar heen, dat kost tijd.’

Marketing en populariteit (Arie is geduldig)
‘Nog een groot verschil met vroeger is de omvang van de afdeling Marketing en Communicatie. Vroeger werd alles gedaan vanuit de collectie, stond de collectie centraal en was dat de belangrijkste focus, er waren toen maar één, hooguit twee mensen die zich bezighielden met marketing. Nu moet het museum zo veel mogelijk bezoekers binnenkrijgen en ligt de focus vooral daarop. Dat gaat ook heel vaak ten koste van de collectie. Ik heb er vertrouwen in dat dit ook in de loop der tijd over zal gaan. Het is net zoals mode. Eerst is het hip, daarna vind niemand het meer mooi en vervolgens, na een bepaalde tijd, is het weer mode. Zo zal het ook gaan met de populariteit van de afdeling Beheer en Behoud in musea. Het heeft veel te maken met de maatschappij waarin we leven. Er is minder budget en aandacht voor de collectie. Hierdoor wordt er ook minder goed geluisterd naar wat de afdeling Beheer en Behoud te zeggen heeft. Daar kun je tot op een bepaalde hoogte weinig aan veranderen, dan kun je jezelf er beter bij neerleggen en doorgaan. Het heeft ook te maken met het bestuur van het museum. Ieder bestuur heeft een eigen voorkeur hoe een museum gerund moet worden. Ik ben benieuwd hoe het zal zijn met een andere directeur die vanaf februari zal starten.

Een verbetering is het digitaliseren van alle objecten. De collectiekaarten waren ook erg goed maar ook minder veilig doordat informatie verloren kan gaan wanneer er sprake is van waterschade of een brand uitbreekt. Met een digitaal systeem kan dit natuurlijk ook door een storing mis gaan, maar minder snel in verband met back-ups.’ 

Verborgen in depots (Arie lacht)
‘Er is veel discussie rondom de objecten in depots en de onzichtbaarheid hiervan. De maatschappij moet beseffen dat een depot niet voor niets een depot is. De objecten staan om een verschillende redenen opgeslagen. Daar kun je niets aan doen, het is gewoon zo. Je kunt een object niet in een bakfiets flikkeren en het dan ergens afgeven om tentoon te stellen. Je moet aan allemaal eisen voldoen, mensen buiten de sector of zelfs al buiten de afdeling Beheer en Behoud hebben geen idee hoeveel het daadwerkelijk kost om een object te vervoeren en juist te hanteren en conserveren. Het is niet realistisch om alle objecten tentoon te stellen, veel objecten zijn ook studiemateriaal.’

Arie (…is Arie)
‘Persoonlijkheid en ervaring maakt mij tot de rol of functie die ik heb gehad in het museum. Je niet gek laten maken, je hebt maar twee handen om mee te werken. Daarmee is alles gezegd. Communicatie en eenvoud zijn belangrijke aspecten. De mensen met wie je samenwerkt maken een groot verschil in het dagelijks werk. Wanneer je terecht komt in de nee-cultuur, ontstaat er veel wrijving, iets wat in elke organisatie voorkomt. Dat is niet altijd even praktisch of goed voor de werksfeer. Dan is het soms nog makkelijker om er stiekem toch even ‘ja’ te doen.

Ik ben heel nuchter. Ik heb vijftig jaar lang gewerkt waarvan veertig in de museale sector, het is prima zo. Je bouwt veel kennis op als je zo lang werkt. Nu gaan veel studenten na hun studie reizen omdat ze moe zijn, beginnen pas later te studeren en zijn pas klaar op hun 25e. Toen had ik al tien jaar ervaring opgebouwd.

Kennis en een bepaalde koelheid maakt je tot een stabiele factor. Dat is voor jezelf fijner, en voor je collega’s biedt het ook houvast.’

Boodschap voor jonge museumprofessionals (Arie is duidelijk)
‘Laat je niet gek maken.’ 

Het einde (Arie komt nog terug)
Ik leg mijn pen neer, het gesprek is ten einde. Arie staat op en loopt de deur uit waar ex-collega’s aan het werk zijn. Het is te merken dat de kennis van Arie belangrijk is en gemist wordt, want er worden gelijk een aantal praktische zaken aan hem gevraagd. Daarna zegt iedereen hem gedag. Ik kijk voor me uit, denkend over het gesprek. Op de achtergrond hoor ik mijn collega’s zeggen dat ze het liefst nog een paar dingen meer hadden willen vragen… Het liefst wordt Arie permanent in de collectie opgenomen.

 


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie