Scherven uit het verleden, behouden voor de toekomst!

Waar vroeger restauratiewerkzaamheden vooral gedaan werden door de ambachtsmannen als een timmerman of een metaalbewerker, is er tegenwoordig de restaurator die aan de slag wordt gezet om de collectie van een museum te conserveren en te herstellen. Het beroep restaurator interesseert mij heel erg. Écht intensief bezig zijn met een collectie en alles te weten komen over het object door er onderzoek naar te doen en het te behandelen.

Maar wat doet een restaurator nu precies? Dat is een vraag die in mijn persoonlijke omgeving heel vaak aan mij gesteld wordt. Mensen zeggen ‘wat interessant’ maar weten eigenlijk niet wat ik bedoel. Een enkeling verwart het zelfs met een restauranteigenaar! Als ik dan uitleg wat ik bedoel is vaak iedereen enthousiast en wil best meer weten.

Met dit in mijn achterhoofd besloot ik om een interview te houden met de restaurator van het Rijksmuseum van Oudheden. Dit omdat zij werkzaam is in het beroep en de specialisatie die ik later zelf ook wil beoefenen, maar ook omdat het museum door middel van een blog, haar publiek voorziet van informatie omtrent het huidige restauratieproject. En het publiek betrekken en informeren over de wereld van de restaurator mag best meer gedaan worden.

 
Ontmoet de restaurator

Renske Dooijes is restaurator glas en keramiek van het Rijksmuseum van Oudheden. Zij maakt deel uit van het team dat een grootschalig restauratieproject uitvoert op de Griekse collectie van het museum. Dit in het kader van de nieuwe permanente opstelling binnen het museum.

‘Na de middelbare school had ik al de ambitie om aan het Instituut Collectie Nederland de restauratieopleiding te gaan volgen. In die tijd startte de opleiding met het specialisme, dat ik graag wilde, slechts om de paar jaar. Het was dus niet mogelijk om meteen door te stromen dus besloot ik mijn tweede passie archeologie te gaan volgen. Binnen de archeologie opleiding richtte ik mij, bij mijn afstudeeronderzoek, al op de restauratie van antieke objecten. Het volgen van de ICN restauratie opleiding was na deze studie dus een logische keuze.

Renske Dooijes aan het werk

Foto van het Rijksmuseum van Oudheden

Via een stage is zij in 1995 bij het Rijksmuseum van Oudheden in dienst getreden. Renske heeft al vele grootschalige projecten meegemaakt, maar de projecten waarbij een combinatie van onderzoek en praktijk aan bod komt, zijn voor haar het meest interessant:

‘Echt lange tijd met één ding bezig zijn, zoals bij het huidige restauratieproject, is iets wat ik graag doe’.    

Restauratieproject

Aan een grootschalig project, zoals het project dat nu gaande is in het Rijksmuseum van Oudheden, gaat natuurlijk een hoop vooraf. Hiervoor hebben zij een projectplan geschreven waarin duidelijk moest worden wat de plannen waren. Voordat het echte werk begon waren wij al een jaar lang aan het plannen. Dit geldt overigens voor zowel restauratieprojecten als voor bruiklenen. Het project is mogelijk om dat het museum financiële steun ontvangt van de Bankgiro Loterij:

‘Vroeger was er meer tijd voor kleine projecten omdat er toen minder tentoonstellingen in het Rijksmuseum van Oudheden waren. Tegenwoordig is het zeker niet meer zo dat je bij A begint en bij Z eindigt. Restauraties worden nu altijd in het kader van een tentoonstelling gedaan. Uiteraard heeft de conservator een collectie die hij graag wil gebruiken voor de tentoonstelling. We kijken goed naar de collectie, als er veel restauratiewerk is dan kunnen we voorstellen om de selectie aan te passen/een ander voorwerp te selecteren. Het hangt af van tijd en mankracht.’

‘Ook in het kader van bruiklenen kan een restauratieproject nodig zijn. Een voorbeeld hiervan is de recente restauratie van mummiekisten door collega Helbertijn Krudop. Het ging hier om een grote bruikleen aan Bologna. Zeker 500 stuks uit de vaste opstelling Egypte zijn hier heen gegaan. Dit kon omdat het museum nu dicht is door verbouwing. Het was dus de enige mogelijkheid om alles uit te lenen. Zo kan een restauratieproject dus op twee verschillende manier gestart worden. Als er maar ruimte en mankracht beschikbaar is.’

‘Het begint allemaal met een objectselectie afkomstig van onze conservator en de afdeling presentatie. Bij hen gaat het echt om de inhoud en welke objecten hierop aansluiten. De selectie gaat ook langs de afdeling Restauratie. Hier wordt met name naar de conditie van de objecten gekeken. Is het veilig om te reizen, hebbende objecten een steun nodig, zijn ze stabiel en wel of niet retoucheren als er oude restauraties zijn die storend zijn?’

‘Natuurlijk zoals bij elk groot project gaat er wel eens iets fout waardoor de planning in de war loopt. Het lastige van restaureren is dat je een urenbegroting maakt maar dit doe je van te voren terwijl een deel van de objecten nog in de vaste opstelling stond. Het is wel zo dan niet alle objecten altijd in de vaste opstelling staan als er een urenbegroting gemaakt moet worden. Dit was alleen bij de aanvang van dit restauratieproject zo. Natuurlijk ken ik een hoop van de objecten al maar we keken er eerst naar in een vitrine en daarbij konden we dus niet alles goed in detail zien. Zo kan het dus gebeuren dat je er meer tijd aan kwijt bent dan ingepland maar ook andersom. Er wordt dus een algemene urenbegroting gemaakt van de complete selectie. Vaak is dit gebaseerd op ervaring van eerdere restauraties. Onvoorziene dingen zoals lastige lijmsoorten, aparte restauraties uit het verleden die onderzoek vereisen, komen allemaal tijdens het proces pas aan bod. Daarom is het soms niet zoals begroot.’


Restauratiekeuze

Bij een restauratie moeten soms lastige beslissingen genomen worden. Hoe ver ga je met de restauratie om het uiteindelijke opgestelde doel te behalen? En wie neemt er de uiteindelijke beslissing? Bij een restauratie is het maken van een aanvulling (van een ontbrekend stuk) ook vaak noodzakelijk voor de stabiliteit van een object. Maar laat je deze aanvullingen en retouches (het op kleur brengen van zo’n aanvulling) dan zien aan het publiek of ga je voor uiterlijk schoon? Dit is een vraag die bij elke restauratie wel naar voren zal komen. Vooral als het de bedoeling is dat een object regelmatig getoond zal worden in een tentoonstelling. De keuze van het overgaan tot restauratie of alleen schoonmaken hangt dus af van meerdere factoren:

‘Het uitgangspunt van het museum bij restauratie projecten is altijd dat alles wat er gedaan wordt aan het object, gedocumenteerd moet worden en dat de handelingen die worden uitgevoerd altijd reversibel zijn. Het moet verwijderbaar zijn zonder dat het object beschadigt. De afweging is als volgt: is een aanvulling storend voor het oog of niet? De achtergrondkleur is altijd het uitganspunt bij een aanvulling. Op deze manier is het dus al minder storend en hoeft het vaak niet weggewerkt worden. Aanvullingen aan objecten met een versiering zijn weer een ander verhaal. Is de originele tekening/versiering aan de ene kant van het object slechter dan aan de andere kant, bijvoorbeeld ernstig versleten, dan wordt aanvullen al moeilijk. Het museum trekt hier een duidelijke lijn in. Zodra er zelf geïnterpreteerd moet worden houden we op met aanvullen. Hieronder valt ook onderzoek doen naar hoe het er oorspronkelijk uitgezien heeft. Als er teveel onbekend is over de vorm en betekenis van een tekening/versiering dan vinden we dat we teveel moeten fantaseren. Dit is ook de reden geweest dat de tekening/versiering van de grote geometrische amfoor niet is geretoucheerd. De achterkant was te versleten. Er was wel veel bekend over de afbeelding maar omdat er teveel ontbrak van de afbeeldingen zouden we, om het aan te kunnen vullen, te veel moeten interpreteren. Toch is er niet altijd een basislijn in te trekken omdat het bij elk object wel anders is.’

Geometrische amfoor
Foto van het Rijksmuseum van Oudheden

‘Het is ook de manier waarop er naar gekeken wordt die van invloed is bij het maken van de keuze. Van dichtbij zie je natuurlijk alles maar van veraf in een vitrine toont een object vaak al rustiger. Het publiek moet natuurlijk ook niet denken dat alles heel gevonden is. Ze mogen best weten dat het kapot is geweest. Het is dus helemaal niet erg om te tonen wat er nu precies gerestaureerd is aan het object.’

‘Soms heeft de conservator ook een bepaald idee over een object en wat hij ermee wil overbrengen naar het publiek. Dan wordt er in overleg gekeken of er toch een aanvulling gemaakt moet worden. Het is dan vaak logischer als een object compleet is. Dan wordt wel voor aanvullen gekozen, anders snappen de mensen niet hoe het eruit heeft gezien. Voor de conditie van het object maakt het dan niets uit maar het is gewoon een esthetische aanvulling. De esthetische kant weegt dus zeker wel hoog mee. Zolang je maar alles goed documenteert en zorgt dat het reversibel is, zullen er nooit al te veel problemen zijn met het maken, en wel of niet laten zien, van een restauratie.’

Publiekelijk restaureren

Restauratie is natuurlijk een heel gespecialiseerd vak en ook iets wat onder het gemiddelde museumpubliek niet altijd begrepen wordt. Is het daarom niet belangrijk om het proces van restaureren meer aan de bezoeker te tonen?

‘Dit is iets waar het museum zich al langer actief mee bezig houdt. Er worden stukken gepubliceerd in vakbladen maar ook in het Romeo-magazine voor vrienden van het museum. Tevens zijn er in het verleden een aantal projecten geweest, waarbij er restauraties op zaal zijn uitgevoerd. Zo kreeg het publiek de kans om live mee te kijken. Hierbij was het ook mogelijk om via het internet een liveblog van de restauraties te volgen. Tevens wordt er in de educatieve programma’s van het Rijksmuseum van Oudheden, aandacht besteed aan de restauraties. Net als in het introductie-filmpje dat straks bij de nieuwe tentoonstelling te zien zal zijn. Bij het huidige restauratieproject wordt er door het Rijksmuseum van Oudheden een tweewekelijkse blog bijgehouden over de werkzaamheden van het restauratie-team.’

Bij dit blog bestaat ook de mogelijk om te reageren op de stukken die geschreven zijn. Het publiek is zeer geïnteresseerd in het restauratieproces en dat is ook te zien aan de reacties die worden achtergelaten. Het restauratie team maakt ook dankbaar gebruik van de interesse en de reacties op het blog. Zo was er de kwestie van een kleine buste waarbij de neus miste maar wel een klein pinnetje zichtbaar was:

‘Intern waren de meningen hierover verdeeld. Dit omdat het er vanuit het museum tijdens dit project ook onderzoek wordt gedaan naar 19e-eeuwse restauratieprocessen. Het pinnetje uit de buste is daar waarschijnlijk ook een gevolg van. Kortom, het is erg interessant. Niet alleen voor het onderzoek maar het vertelt dan later ook weer een verhaal. De neiging om het te behouden was dan ook erg sterk.’

Toch kwam er in het blog een vraag gericht aan de lezers wat te doen met de neus van een buste. Hierbij kwamen vele meningen naar voren. Uiteindelijk is er door het team toch besloten om het pinnetje te verwijderen:

‘Dit omdat het te storend bleek voor het oog. Uiteraard is het hele proces goed gedocumenteerd en wordt het pinnetje netjes bewaard.’

Inspirerende ervaring

Na afloop kreeg ik nog een unieke kans om even naar meerdere objecten in het restauratie-atelier te kijken. Zo was er een Griekse drinkschaal, een Kylix, met een aantal breuken die met een eerdere restauratie aan elkaar gelijmd waren. Renske legde mij uit dat ze door middel van natte kompressen, de oude lijm kunnen verwijderen van de breuk. Door de vocht van de kompressen wordt de beenderlijm zacht en kan het verwijderd worden met behulp van bijvoorbeeld wattenstaafjes of scalpels. Zo zijn de resten van een eerdere restauratie dus eenvoudig verwijderbaar en kan het opnieuw, stevig in elkaar gezet worden.

De grote geometrische amfoor blijkt een metalen frame te bevatten dat vanaf de buitenkant niet zichtbaar is. Alleen als je erin kijkt, zie je het zitten. Het was best spannend om op een krukje te stappen om zo een kijkje te kunnen nemen in de grote amfoor. Ik zag mezelf al omkukelen met vaas en al, waardoor hij in scherven op de grond zou eindigen. Natuurlijk niet de bedoeling maar misschien vertellen deze scherven op hun beurt in de toekomst weer een nieuw verhaal! En juist dat is ook iets wat ik mooi vind aan het restaureren. Op onderzoek gaan en het verhaal van elk krasje en elke scheur/barst naar boven halen, leren over eerdere restauraties en een object weer stabiel maken zodat de toekomst nog lang mag genieten van alles wat vroegere volken ons geschonken hebben.

Als dit interview, net als bij mij, de interesse in de wereld van de restauratie verder heeft aangewakkerd of zelfs opgewekt, lees dan vooral op de website van het Rijksmuseum van Oudheden de tweewekelijkse blog. Hier staan alle werkzaamheden van het grote restauratieproject in. En ga ook vooral vanaf 15 december 2015 kijken naar de mooi nieuwe tentoonstelling “Klassieke Wereld” en sta oog in oog met de objecten om ze zelf eens goed te bekijken.

http://www.rmo.nl/onderzoek/blog of http://restauratiegrieken.blogspot.nl/


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie