Verslag van de Erfgoedarena van 18 november 2015

Van fragmentatie naar decentralisatie? 

Verslag van de Erfgoedarena van 18 november 2015

Op achttien november vond de tweede Erfgoedarena in het nieuwe pand van de academie plaats. Ditmaal bundelden de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Reinwardt Academie hun krachten om een pittig thema te tackelen: de nieuwe Erfgoedwet. De bescherming van erfgoed is in de huidige wetgeving te diffuus. Met de Erfgoedwet wil de overheid het overzichtelijker maken hoe er met ons erfgoed moet worden omgegaan, wie er verantwoordelijk voor is en hoe het toezicht is geregeld.

De nieuwe Erfgoedwet in een notendop

Teus Eenkhoorn, directeur van de Reinwardt, neemt als eerste het woord en contextualiseert de wet met behulp van een kort chronologisch overzicht. Met de inwerkingtreding van de Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten in 1993 is de verzelfstandiging van de rijkscollectie in gang gezet. Dit proces loopt een januari 2017 af, wanneer de beheersovereenkomsten worden opgezegd. Dit betekent dus dat de huidige beheersovereenkomsten waar het Rijk, als eigenaar van de collecties, de collecties laat beheren door musea (de beheerders) worden vervangen door een regeling waarbij het toezicht op rijkscollecties integraal geregeld wordt, onder het toezicht van de erfgoedinspectie. Met het oog op een zachte landing van de rijkscollectie in meer privaat terrein is er vervolgens begonnen met een integrale regeling: de nieuwe Erfgoedwet.

Bovendien vraagt Eenkhoorn zich hardop af waaruit de overheidscollectie momenteel bestaat. Wat valt er überhaupt onder deze regeling? Inmiddels is de wet in theorie af, maar Eenkhoorn ziet in de praktijk nog wat rafelige randjes. De collecties van rijksmusea, gemeentemusea en universiteitsmusea vormen een historische lappendeken die lastig te doorgronden is. Het huidige wetsvoorstel is een kaderwet, een wet waarvan de exacte invulling niet door de overheid, maar door aangewezen comissies wordt bepaald. Daardoor zal het nog even duren voordat de rafelrandjes netjes uitgewerkt zijn.

Het ministerie aan het woord

De tweede spreker is Chantal Hakbijl, projectleider Erfgoedwet bij het ministerie van OCW. Hakbijl vertelt over het belang van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet probeert eerdere regelgeving bij elkaar te voegen, te vereenvoudigen en te verbeteren.

Er zijn tal van eerdere wet- en regelgevingen: de Regeling materieel beheer museale voorwerpen 2013, de Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten, de Monumentenwet 1988, de Wet tot behoud van cultuurbezit, de Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen en de Wet tot teruggave cultuurgoederen afkomstig uit bezet gebied. Deze worden allemaal in de nieuwe Erfgoedwet ondergebracht. Daarnaast komt er nu één set van normen voor het beheer en behoud van de rijkscollectie. Het beheer en behoud van de rijkscollectie zal dan ook niet langer deel uitmaken van de vierjarige subsidiecyclus (BIS) maar op grond van de Erfgoedwet structureel subsidie ontvangen.

Naast de verzorging van een zachte landing spelen voorbeelden als de verkoop The Schoolboys door Museum Gouda ook een rol. Het ministerie van OCW wil in navolging van de Museumvereniging een steentje bijdragen om dit soort problematische verkopen te voorkomen. Niet door het verkopen van een museaal object te verbieden, maar door het verplichten van een transparante procedure bij het verkopen van een museaal object. De nieuwe wet stelt overigens niet dat het geld dat hiermee verdiend wordt ook besteed moet worden aan de collectie, wat de LAMO dan weer wel doet.

Tevens worden de mogelijkheden om beschermde cultuurgoederen voor Nederland te behouden uitgebreid. Door musea en particulieren beter in staat te stellen om beschermd culturgoed dat naar het buitenland dreigt te verdwijnen, aan te kopen. Mocht dit niet afdoende zijn dan is er ook nog de aanvaardingsplicht, een vangnetwet. Wanneer een cultuurgoed of verzameling verloren dreigt te gaan, bijvoorbeeld bij sluiting van een museum, en niemand bereid is het beheer op zich te nemen, biedt de Erfgoedwet een laatste vangnet in de vorm van een aanvaardingsplicht. Deze aanvaardingsplicht heeft betrekking op cultuurgoederen of verzamelingen van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die onvervangbaar en onmiskenbaar zijn voor het Nederlandse cultuurbezit en die verweesd dreigen te raken. Verder is in de nieuwe wetgeving een duidelijke tendens naar een zelfregulerende erfgoedsector zichtbaar, dit geldt ook voor de vernieuwingen in de archeologiesector.

Bodem-up

In de archeologiesector vindt er een fundamentele verandering plaats. Het gaat hierbij om een nieuw systeem waarbij diverse instellingen een opgraving mogen certificeren. Een sterkere bottom-up-houding en een daarmee volgens Hakbijl gepaarde kwaliteitsverbetering, waarbij meer verantwoordelijkheid bij het veld zal komen te liggen. Een van de door Reinwardt-studenten voorgedragen columns ging hier direct op in. In haar column geeft Rianne van Wijnen inzicht in de nadelen van dit nieuwe beleid voor de archeologiesector. Amateurdetectors kunnen materiaal verkeerd interpreteren en daarmee vondsten beschadigen, incompleet maken en erfgoed verloren laten gaan. Wat betreft de archeologiesector is er nog een aanpassing van grote invloed: de bescherming van maritiem erfgoed. Hierdoor kan bodemverstoring (het verzamelen van objecten uit wrakken of anderzijds mogelijk cultureel waardevolle objecten uit gebied onder water) beter aangepakt worden.

Erfgoed dichter bij huis

Met de Erfgoedwet streeft de rijksoverheid ernaar om problemen met erfgoed dichterbij huis, door regionale en lokale overheidsinstellingen, op te lossen. Bottom-up-beleid wordt gestimuleerd, beslissingen in de erfgoedsector kunnen vaker en beter worden afgewogen daar waar de expertise en kennis omtrent de context van een beslissing zich bevindt. Hierbij kan men zich wel afvragen of dit niet zal zorgen voor defragmentatie: welk erfgoed hoort waar en wie neemt verantwoordelijkheid voor een ethisch lastige beslissing?

De handhaving van de nieuwe Erfgoedwet is, net zoals nu al het geval is, grotendeels gebaseerd op goed vertrouwen en de deskundigheid en professionaliteit van de betrokkenen. De overheid beoogt met de nieuwe Erfgoedwet dit extra te stimuleren, bijvoorbeeld met de transparantieprocedure bij de verkoop van een museaal object.

Het ensemble en de Erfgoedwet

Karel Loeff, Directeur Erfgoedvereniging Heemschut en Marc de Beyer, hoofd afdeling Erfgoed in kerken en kloosters bij Museum Catharijneconvent vertellen vervolgens over hoe zij de historische interieurs en dan met name ensembles (een collectie objecten) in het wetsvoorstel hebben weten te krijgen. Het tweetal legt uit dat ensembles niet goed werden benoemd in de nieuwe wet, en dat dit wel nodig is. Een ensemble is meestal onderdeel van een monument. Echter, alleen meubels die nagelvast zijn worden door deze wet beschermd. Dat betekent dat een losse kandelaar niet is beschermd en een kroonluchter wel, ondanks dat de kandelaar onderdeel is van hetzelfde ensemble. Hiermee wordt afgedaan aan de meerwaarde van een ensemble: ensembles kunnen hierdoor versplinteren en bovendien hun functie voor hergebruik als ensemble verliezen. Dit maakt erfgoed als onderdeel van historische panden complexer. Loeff bepleit dat eigenaars van monumenten meer kansen en mogelijkheden moeten krijgen om onroerend erfgoed en het interieur bij elkaar te houden. Deze toegevoegde waarde is vaak wel aanwezig maar niet volledig duidelijk. Om deze waarde inzichtelijker te maken wordt een toonbeeldlijst voorgesteld, een lijst met adequate voorbeelden. Loeff en De Beyer hebben ervoor gezorgd dat het ensemble nu benoemd wordt in de memorie van toelichting. Als kers op de taart is er ook een amendement aangenomen om interieur aan te wijzen als onderdeel van een rijksmonument, dit wacht echter nog op een uitwerking. 

Uiterlijk vertoon

Tot slot Leonard de Wit, hoofd afdeling strategie en internationale betrekkingen van het RCE. De Wit weet op hilarische wijze duidelijk te maken wat het nut (of onnut) van een Erfgoedwet kan zijn. Een wet is meestal juist niet praktisch. Er wordt vaak gekeken naar een wet als een eervolle vermelding van het nut en belang van erfgoed, maar volgens De Wit zijn wetten in de praktijk eerder lastig dan nuttig. De Wit vraagt zich ook af of de nieuwe Erfgoedwet invloed kan hebben op de in 2018 geplande nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingswet wordt een zorgvuldige omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving vastgelegd. De bescherming van archeologische en gebouwde monumenten, stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen krijgen voor een belangrijk deel een plek in deze wet. Wie weet kan de omgevingswet zo beïnvloed worden dat er met erfgoed wordt ontwikkeld in plaats van dat cultuurhistorie wordt meegenomen in het beleid?

In een eerder door Reinwardt-student Mechteld Jungerius voorgelezen column wordt de representativiteit van de rijkscollectie aan de kaak gesteld. De rijkscollectie is verzameld door de oppermachtige blanke man van middelbare leeftijd; hoe kan deze collectie dan een toonbeeld zijn voor heel Nederland? Leonard de Wit haakt hier op in: volgens hem staat de inhoud en invulling van de rijkscollectie niet vast, enkel de definitie. Net zoals de nieuwe Erfgoedwet zal deze zich in de praktijk moeten bewijzen en aan de hand van jurisprudentie, en de professionaliteit en deskundigheid van het veld zal naar onze huidige maatstaven gevormd worden. Zie de rijkscollectie als een geschiedverhaal. Dat gaat inderdaad vooral over blanke heteromannen. Er iets van af krijgen is erg moeilijk, maar laten we iets toevoegen dat we nu belangrijk vinden, dat is beter voor de balans.

Uitzonderlijke schoonheid

Al met al een avond die duidelijk de praktijk en de theorie met elkaar wist te vervlechten. Een van de elementen die behouden blijft in de nieuwe wet is de notie van uitzonderlijke schoonheid als argument om iets aan de rijkscollectie toe te voegen. Met een argument als uitzonderlijke schoonheid worden de deskundigen echter buitenspel gezet, want iedereen kan iets uitzonderlijk mooi vinden, en dit heeft een duidelijke democratiserende werking. De nieuwe Erfgoedwet gaat niet alleen om de professionals met een vakkundig oordeel maar ook om de erfgoedlovers, die graag met hun detector het veld ingaan of met veel liefde hun monumentale interieur verzorgen. Hopelijk brengt de nieuwe Erfgoedwet deskundigen en erfgoedlovers wat dichter bij elkaar. Dus misschien toch een Erfgoedwet voor ons allemaal?


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie