Het recht om je intellectueel te voeden

‘Nu kan ik terugkeren naar het museum en uitleg geven aan mijn kinderen, en mijn kennis doorgeven’. Dit is een tevreden museumbezoeker, maar niet een alledaagse. Een dakloze bezoeker die baat heeft gehad bij deelname aan een speciaal museumprogramma in België. Maar zijn alle musea echt zo toegankelijk? In Nederland worden dit soort programma’s nog niet gedaan. Toegankelijkheid is een van de kerndoelen van musea, maar blijkbaar moet er nog veel gebeuren op dit gebied. 

Museum op maat

In de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel zijn er programma’s ontwikkeld voor doelgroepen met een handicap of achterstand onder de noemer Museum op maat. Een van deze programma’s, Sesam, richt zich specifiek op mensen met een economische, sociale en culturele achterstand. Sesam ontstond vanuit de vraag hoe het museum nieuw publiek kon aanspreken. Met dit programma wilden men een publiek aantrekken die om allerlei redenen niet gemakkelijk hun weg naar het museum konden vinden, zoals bijvoorbeeld mensen in armoede, nieuwkomers in België en allochtonen.

Oprichtster Anne Querinjean combineerde als een van de eerste pedagogische, kunsthistorische en sociale inzichten met elkaar en startte met dit unieke programma in 2003. Anne ziet het museum als hulpmiddel voor de mensen die het in het dagelijks leven niet gemakkelijk hebben. Het is haar sterke persoonlijke overtuiging dat een bezoek aan het museum een positieve invloed kan hebben op hoe de deelnemers zichzelf zien en hun plaats in de samenleving ervaren.

Waarom daklozen?

Na mijn eerste verbazing dat er überhaupt een programma is voor daklozen in het museum begint bij mij toch vooral de vraag te branden: hebben daklozen hier wel behoefte aan? Over het algemeen gaan mensen naar musea voor een stukje zelfontwikkeling. Maar voordat je jezelf bezig gaat houden met zelfontwikkeling is het toch van belang dat tenminste je basisbehoeften zijn vervuld: onderdak, eten en kleding. Ik e-mailde met Chloé Despax en Isabel Vermote, educatoren in het Educateam van het KMSK, en vroeg hen of daklozen niet meer bezig zijn met het vervullen van deze basisbehoeften. Zij kwamen met een helder statement: ’Absoluut maar net zoals er een recht bestaat op gezondheid, is er ook het recht om je intellectueel te voeden.’ Maar ze ziet ook dat dit niet altijd even gemakkelijk zal gaan. ‘Anderzijds is het inderdaad zo dat vooral bij nieuwkomers het cultureel voedende luik absoluut niet aan de orde is. Een recent voorbeeld: mijn collega Chloé contacteerde de verantwoordelijken van het Maximilaanpark in Brussel waar de laatste weken heel wat vluchtelingen samenkomen maar zij hebben vandaag vooral nood aan propere kleren, een douche, enzovoort. Dus nog veel te vroeg.’

Maar waarom heeft het museum er voor gekozen om speciaal voor daklozen een programma op te zetten? Bij het KMSK vinden ze dit eigenlijk heel vanzelfsprekend: ‘Het museum is open voor iedereen en het is dan ook logisch om dergelijke doelgroepen aan te spreken’. Voor dit programma hebben zij veel samenwerkingspartners, zoals nauwe samenwerkingen met verscheidene verenigingen zonder winstoogmerk, zoals Diogenes, die daklozen begeleiden en bemiddelen tussen daklozen en sociale diensten, sociale restaurants waar mensen met weinig geld kunnen eten en ATD vierde wereld, een organisatie die zich inzet tegen armoede.

Waarom wordt er niet meer gedaan voor daklozen?

Het KMSK mag het een logische stap vinden om ook de daklozen te bedienen, maar ze denken wel de oorzaak te weten waarom andere musea dit niet doen: ‘In de theorie is dit allemaal mooi maar het moet ook praktisch haalbaar zijn: vaak ontbreken de financiële middelen en is er onvoldoende personeel’. Ook bij het Educateam hebben zij de bezuinigingen in de culturele sector gevoeld.

Toch vraag ik mij af of dit de enige reden is dat dit niet wordt gedaan, of dat toch ook het imago van deze groep aan de ene kant en het museum als hoger instituut aan de andere kant een te groot spanningsveld oplevert voor de meeste musea. Toegankelijkheid staat in de Nederlandse musea nog in de kinderschoenen. Wel zijn er steeds meer programma’s in ontwikkeling voor mensen met een geestelijke en lichamelijke handicap, maar nog niet voor mensen met een sociale, culturele of economische achterstand. Dit vind ik opmerkelijk aangezien deze groep mensen aanzienlijk groter wordt na de economische crisis en de vluchtelingenstroom in Europa.

‘Als je in het museum bent, ben je gelukkig, je ziet dingen die je nog niet eerder hebt gezien, er heerst een kalmte, er zijn veel emoties, het is een diepe ervaring’ zo beschrijft een van de deelnemers van Sesam zijn bezoek aan het museum. Sinds de start van het Franse programma zijn er 685 bezoekers geweest in 2003 en dit aantal is gegroeid naar 3700 bezoekers in 2014. De cijfers liegen er niet om, wanneer zullen Nederlandse musea zich echt open durven te stellen voor iedereen?

 

Voor meer informatie over museum op maat: www.museumopmaat.nl


Mediabestanden


2 reacties

  1. Ruben Smit
    15 december 2015 23:03:34
    Mooi Tessa, er in meer van dit soort programma's. Museum of Londen naast vele anderen heeft soortgelijke programma's ontwikkelt voor gedetineerden die in hun rehabilitatie/reïntegratie programma de maatschappij weer in zullen gaan. There is a whole world to win...

  2. Tessa Schel
    16 december 2015 22:06:50
    Bedankt Ruben! Interessant dat er ook programma's zijn voor gedetineerden, dat wist ik nog niet. Hopelijk worden dit soort programma's in Nederland gebruikelijker in de toekomst.

Plaats een reactie