Een museum leiden is niet heel anders dan een pindakaasfabriek leiden

Volgend jaar bestaat het MAS, Museum aan de Stroom, in Antwerpen vijf jaar. Het museum heeft veel prijzen gewonnen en is inmiddels een echte landmark voor Antwerpen. Nog steeds is het een voorbeeld voor Nederland vanwege de fusie van vijf collecties uit het voormalige Etnografisch Museum, het Nationaal Scheepvaartmuseum, het Volkskundemuseum en een deel van de collectie van het Museum Vleeshuis en de collectie Paul en Dora Janssen-Arts die een gezamenlijk onderdak hebben gekregen. Ik sprak met Marieke van Bommel, sinds maart de directrice van het MAS en oud-Reinwarder.

Reinwardt Academie, JANUARI 2016

Marieke wist al vanaf haar 14de dat ze museumdirectrice wilde worden en ging bijna direct na de HAVO naar de Reinwardt Academie. Hoewel veel van haar medestudenten kunstgeschiedenis of geschiedenis gaan studeren na de Reinwardt, kiest ze voor beleid en organisatiewetenschappen aan de universiteit van Tilburg, waarbij ze altijd de focus legt op cultureel ondernemen. Ze geloofde dat er meer behoefte was aan zakelijke kennis. Een museum leiden is feitelijk niet anders dan een pindakaasfabriek leiden, zo stelt ze. Het was in die tijd, nu nog steeds, niet makkelijk aan een baan te komen in de museumwereld. Ze benadrukt dat dit echter geen reden is voor ontmoediging: ‘De kans dat je uit het wereldje kan geraken is ook klein. De museumwereld is natuurlijk wel een zeer verruimende omgeving, heel rijk, door alle collecties bijvoorbeeld. Maar anderzijds is het ook een beetje een wereldje van ons kent ons.’

Toch vind ze het niet noodzakelijk voor Reinwarders om door te studeren: ‘Reinwardt is een hele mooie vakopleiding. Het grappige is dat toen ik studeerde op de Reinwardt er een gesprek voor mij was geregeld met Max Meijer. Die was toentertijd directeur van het museum van Arnhem. Ik weet nog dat ik daar kwam. Ik vond dat zo hoopgevend, want ik dacht, zie je wel, met de Reinwardt kan je ook best directeur worden. Hij heeft ook de Reinwardt gedaan, 15 jaar eerder dan ik. Een tijd lang moest je minstens iets van doctorandus zijn om directeur te kunnen worden. Maar dat is veranderd omdat de Reinwardt gewoon een hele degelijke museumopleiding is, denk ik, een brede opleiding. Ik vind niet dat iedereen wetenschappelijk geschoold hoeft te zijn in het museum. Je moet voor jezelf bepalen wat je graag wil gaan doen en heel goed opletten hoe je daar het beste kan komen, of je daar alles voor in huis hebt.’

MAS. Foto: wikimedia commons
Cultuurverschillen

Marieke is twee jaar directrice geweest bij het Maritiem museum in Rotterdam, en sinds 2015 directrice van het MAS. Merkt ze veel verschillen tussen België en Nederland? ‘Directeurschap hier in vergelijking met Rotterdam zit hem in een aantal dingen. De Nederlandse musea zijn bijna allemaal verzelfstandigd. Hier is het onderdeel van de stad, dus ik ben ambtenaar van de stad Antwerpen. Dat maakt je hele handelen anders. In Nederland ben je directeur, bestuurder, en je hebt een raad van toezicht. Maar die houden toezicht, dus die zeggen niet wat jij moet doen. Hier ben ik onderdeel van de stad en niet eens iedereen die hier zit is van het MAS. Mijn werkingsbudget is hier veel kleiner dan in Rotterdam, terwijl het maritiem museum in Rotterdam kleiner is. Ik heb een dienst kunst en cultuur boven mij. Daar leg ik uiteindelijk verantwoording aan af. Dit lijkt op een raad van toezicht, behalve dat deze directeur kunst en cultuur wel echt zeggenschap heeft. Het is tot nu toe nog niet voorgekomen want ik wordt zeer gerespecteerd in mijn plek hier, en ze gaan er vanuit dat als ik beleid voer dat ik dat goed doe. Je hebt ook nog de politiek die letterlijk invloed uitoefent op jouw beleid en dat kennen we natuurlijk niet op die manier in Nederland. In het begin moest ik ook wennen waar ik precies zeggenschap over had.

Uiteindelijk is er ook gewoon een cultuurverschil tussen België en Nederland. Ze zijn gewoon echt anders. Het begint al met taal. Ik versta ze soms slecht. Dat kan je natuurlijk van te voren niet bedenken, want ik ben een Brabantse dus je zou toch denken dat matcht wel met elkaar, maar ze spreken heel zacht, ze hebben uitdrukkingen die je niet kent. Laatst mailde iemand mij, ‘’Marieke bedankt, maar ik blijf op mijn honger zitten’’. En toen dacht ik, ik blijf op mijn honger zitten? Dat wil zoiets zeggen als het is voor mij nog geen bevredigend antwoord. Als het eenmaal snapt dan is het heel logisch, maar je moet het maar bedacht krijgen.

Een ander cultuurverschil is dat Nederlanders veel directer zijn. Als we aan de vergadertafel zitten doen we daar zaken, wij zeggen waar het op staat. Dat zeggen wij zeer vriendelijk maar wel heel rechtstreeks en dan kan overkomen als heel hard. Maar het is duidelijk. En hier zit je aan de vergadertafel maar gebeurt dat meer in de wandelgangen. Dat hebben we hier wel vanaf dag één bespreekbaar gemaakt. Ik zeg geen u en ik vind het prima als anderen dat ook niet doen, en wil niet aangesproken als mevrouw de directrice, ik denk dat ik niet eens zou luisteren als je dat doet. Voor mij is het gewoon je en Marieke.’

Publiekswerking

Hoe zit het met de publieksbegeleiding van het MAS, zitten hier nog verschillen in vergeleken met Nederlandse musea? 'Ik geloof niet dat het Belgisch publiek generaliserend anders is dan het Nederlandse publiek. Wel is het MAS publiek heel anders dan het maritiem museum publiek. Het maritiem museum heeft de laatste tien jaar natuurlijk echt een transformatie ondergaan. Van bootjes museum naar familiemuseum waar mensen nu echt heengaan om een leuke tijd te hebben. Het MAS is wat statischer denk ik. Ik denk dat de gemiddelde MAS bezoeker, en dan heb ik het over de bezoeker van de museumzalen, toch hoger opgeleid cultuur liefhebbend publiek is.

We hebben ook goede publiekswerking, het is alleen traditioneel. Bij het MAS moet je wel echt onderscheid maken tussen de ‘site’, een mooi Vlaams woord, en de museumzalen. Wij krijgen ook hier 650.000 bezoekers per jaar hier, dat is heel veel voor het soort museum wat wij zijn. We zijn geen Van Gogh of Rijksmuseum, wij hebben binnen ons genre best hele goede topstukken en dat is wat anders. Dus voor een stad of wereldmuseum, hoe je ons ook wilt noemen, is het heel veel. Zoveel bezoekers komt onder meer omdat ons dak gratis open is. De site bezoekers, daar tref je echt iedereen omdat het gewoon een iconisch gebouw is met een prachtig uitzicht.’

Representatie

In Antwerpen zijn er zo’n 164 nationaliteiten, bijna 40% van de jongeren is allochtoon. Hoe gaat het MAS hier mee om? ‘Volgend jaar bestaat het MAS vijf jaar. Het vijfjarig bestaan is een mooie aanleiding om te kijken, hebben we waargemaakt wat we gezegd hebben dat we doen? Wij zijn zelf ook heel kritisch en hebben veel gesproken over het MAS, voor wie maak je dat en hoe doe je dat, hoe ziet zo’n merk eruit. Hoe ziet je bezoeker eruit? Zo’n 40% is allochtoon. Rotterdam kent ook 180 nationaliteiten in zijn stad. Persoonlijk snap ik het onderscheid niet meer tussen culturen, misschien is dat politiek of ideologisch. Dat is gewoon grootstedelijkheid.

Het MAS gaat over het wereldburgerschap. Het gaat er om dat je lid bent van de wereld en feitelijk doet het er echt niet toe of je uit Nederland komt of uit China. En dat zien wij ook. Wij hebben natuurlijk een hele grote etnografische collectie. Vorig jaar is hier een tentoonstelling geweest over heilige plaats waarbij de drie geloofsgemeenschappen naast elkaar gezet werden. Heel veel tradities, gebruiken en hoe men tegen dingen aankijkt zijn in verschillende culturen hetzelfde of komen op hetzelfde neer.

Het MAS is heel sterk in z’n stadsparticipatieprojecten. Afgelopen maandag hebben we Chanoeka gevierd met de Joodse gemeenschap in het museum. Op die momenten heb je hele specifieke doelgroepen, en dat zijn doelgroepen die veel musea graag binnen willen hebben. Ze willen jongeren en allochtonen binnenhalen. Dat is even lastig. En dat bedoel ik zeer zeker niet onaardig. Maar jongeren die hebben een trauma die vroeger van school naar het museum moesten met een klembord. Dat is lang niet altijd meer het geval maar toch hebben jongeren nog een beetje een naar beeld van musea.

Allochtonen is ook een moeilijke doelgroep. Autochtone Belgen en Nederlanders zijn wat meer van huis of school uit gewend om bezoek van musea te zien als onderdeel van hun zijn. Wij doen dat want wij vinden dat dat goed voor ons is. Dat is voor de allochtonen niet altijd zo. Maar dat wil niet zeggen dat zij geen belang hechten aan cultuur of cultuuroverdracht, maar dat gaat veel meer over hun eigen cultuur en tradities. De drempel om ze dan over de deur te krijgen is dan wat hoger en de stadsparticipatieprojecten helpen dan om die mensen betrokken te houden met wat je hier doet. Er loopt eigenlijk altijd wel een project met een gemeenschap. We voelen dit ook als ons bestaansrecht.

Toekomst

Marieke heeft nog wel wat doelen voor ogen in de toekomst. ‘Ik wil nog helemaal mijn weg vinden in het Vlaamse. Want ook dat is heel ingewikkeld. Je hebt de Antwerpse politiek, Belgische politiek is ingewikkeld. Ik wens het MAS nog meer bezoekers aan de museumzalen. We hebben er veel maar er zit toch een discrepantie tussen situ en zalen bezoekers, daar moet nog winst te behalen zijn. Er is vijf jaar lang meer de focus gelegd op het gebouw in plaats van de inhoud, ik zou wat meer de inhoud naar voren willen brengen en ook wat meer verduidelijken want die is complex.

Ook zou ik meer gewaagde dingen willen doen, wat spannender. Het is spannend gestart en die ambitie wil ik vasthouden. Niet totaal de koers wijzigen, ik ben ergens gekomen waar dat al heel goed was. Maar we kunnen wel aanscherpen. De architect zei tegen mij: ''je moet het eigenlijk zo zien, de piano is al gebouwd en jij mag hem stemmen.’’


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie