About cultural genocide

Cultural genocide is a term used to describe the deliberate destruction of the cultural heritage of people or nation for political, military, religious, ideological, ethical, or racial reasons. 

 

Ik hoorde voor het eerst over deze term tijdens de Dies Natalis van de Universiteit Leiden waar Sophie Starrenburg haar bachelor scriptie presenteerde. Ook al hebben we in het eerste jaar op de Reinwardt Academie recht gehad, ik wist niks van het bestaan van deze term of zijn gebruik af. Culturele genocide is niet opgenomen in het Genocideverdrag van 1949 en is als gevolg niet vastgesteld als een internationale juridisch term. Als gevolg is het – in strikte zin- dus ook niet strafbaar. Zou het wel strafbaar moeten worden? Hierover spreek ik met de studente die er uitvoerig onderzoek naar heeft gedaan. Sophie Starrenburg heeft haar studie Public International Law afgerond en is momenteel bezig met haar masteropleiding aan Cambridge University in Engeland, maar gelukkig is ze in Nederland om een gesprek aan te gaan.

Over Sophie

Sophie neemt plaats aan de tafel in het Café van de Marks & Spencers in Den Haag met haar kerstaankopen en een lekkere kop thee: “Toen ik op de middelbare school zat wist ik niet zeker welke richting ik precies op wilde. Oorspronkelijk wilde ik zoiets als museum studies gaan doen maar toen had iemand mij aangeraden om naar university colleges te kijken. Toen heb ik naar Utrecht en Den Haag gekeken en uiteindelijk ben ik hier in Den Haag uitgekomen op het Leiden University College. Na mijn bachelor te hebben afgerond heb ik mijn master gedaan in Leiden in internationaal recht. Ik zit nu in Engeland, voor mijn tweede master; nog steeds internationaal recht, maar met de onderwerpen waar ik vorig jaar nog niet aan was toegekomen.”

Sophie Starrenburg
Of Sophie ooit nog zou overwegen om cultureel erfgoed te gaan studeren geeft ze lachend antwoord; “Ik denk niet dat ik nog een bachelor cultureel erfgoed ga volgen na twee masters, dat is misschien wat overdreven. Ik ben wel van plan om een PhD te doen, zodat ik verder kan gaan in dit onderzoeksveld. Tijdens mijn bachelor heb ik wel vakken gehad over onderwerpen zoals antropologie en kunstgeschiedenis, dus ik heb daar wel een beetje van meegekregen maar natuurlijk niet op hetzelfde niveau als dat ik het vier jaar lang nog zou studeren” zoals op de Reinwardt Academie gebeurt.

Sophie geeft aan altijd affiniteit te hebben gehad met schrijven en onderzoek doen, “Dat is iets wat ik het liefst doe: ik vind het leuk om een onderwerp zo diep mogelijk te onderzoeken, alles erover te weten te komen en het op papier te zetten. Ik heb het altijd leuk gevonden. Toen ik op Leiden University College zat was ik ook writing assistant, toen heb ik mensen geholpen met het schrijven van hun essays en dat heeft mij heel erg geholpen in mijn ontwikkeling.” Als een van de grootste valkuilen bij het schrijven benoemt Sophie het volgende: “Mensen hebben soms de neiging om veel te ingewikkeld te schrijven over bepaalde onderwerpen op een manier dat het niet echt te begrijpen is voor een breed publiek, en dat zie je ook als ze presenteren. Je kan zien dat ze er heel erg enthousiast over zijn, maar dat de taal hen weerhoudt om dit de communiceren voor een grote groep.”

Culturele genocide als onderwerp

De keuze om culturele genocide te bestuderen legt Sophie als volgt uit: “Tijdens mijn bachelor had ik vakken over internationaal recht, omdat het mijn specialisatie was, en toen hebben we ook vakken gehad over internationaal strafrecht. Een van de grote ‘international crimes’ in natuurlijk genocide. In mijn tekstboek stond één zinnetje over culturele genocide en hoe het niet onderdeel van de definitie is qua wetgeving. Dat is hoe ik voor het eerst met het onderwerp te maken kreeg. En toen ik voor mijn scriptie een onderwerp moest kiezen dacht ik daar weer aan terug. Daarnaast hebik tijdens mijn bachelor ook gewerkt bij de Nederlandse Restitutiecommissie, wat ook natuurlijk heel mooi aanhaakte bij het wegnemen van culturele eigendommen. Daarnaast heb ik ook een zomerschool gevolg over cultural heritage law in Genevè, het vloeide allemaal samen naar een onderzoeksinteresse over hoe het internationaal recht samengaat met cultureel erfgoed.”

Officiële erkenning door de Verenigde Naties

Over de vraag of culturele genocide ooit wordt opgenomen in het genocideverdrag van de VN heeft Sophie haar twijfels, “Ik zou het natuurlijk wel heel leuk vinden – vanuit een academisch standpunt- als dat ooit zou gebeuren, want ik vind het zelf wel een concept dat absoluut nog iets kan toevoegen. Maar er zouden natuurlijk problemen zijn met het invoeren in de praktijk, vooral op internationaal niveau. Ten eerste, hoe kun je het concept van cultuur nou echt duidelijk neerleggen in een wet; een wet die ook consequenties kan hebben voor mensen die uiteindelijk voor een rechtbank komen te staan: hoe kun je dan in een rechtbank zeggen, dit hoort wel bij een cultuur en dit niet, en van wie is die cultuur dan? Ik denk dat landen vanuit dat perspectief er misschien heel erg moeilijk over zouden doen. Omdat het internationaal recht grotendeels gevormd wordt door staten, is de manier waarop wetgeving tot stand komt soms conservatief: landen willen niet belemmerd worden door internationale verdragen. Ook al lijkt het onwaarschijnlijk dat de term binnenkort daadwerkelijk omgezet zou kunnen worden tot internationale wetgeving, is het wel een term die steeds meer het gebruik wordt genomen. De manier waarop het in Canada nu wordt gebruikt had ik bijvoorbeeld ook gezien toen ik onderzoek deed voor mijn scriptie: het wordt heel vaak gebruikt door indigenous groups om hun ervaringen met hun koloniale geschiedenis te beschrijven.”

Ik vroeg me af of een wet met terugwerkende kracht ingevoerd kan worden, Sophie geeft hier antwoord op; “Het invoeren van een wet met terugwerkende kracht is niet mogelijk. Dat is op zich ook het probleem vanuit een juridisch perspectief met als je de term ‘culturele genocide’ wil toepassen op wat er in Canada is gebeurt. Je kan niet iemand aanklagen voor iets dat in het verleden heeft plaatsgevonden en waarvoor toen nog geen strikte wetgeving tegen bestond, of in ieder geval niet zonder veel creatief juridisch omdenken. Dat is natuurlijk jammer, omdat het wegneemt van het mogelijke herstellend effect dat een rechtszaak kan hebben voor een individu of groep, maar het blijft ook natuurlijk noodzakelijk vanuit een strafrechtelijk perspectief, om de rechten van de aangeklaagden te behouden.”

De rol van de culturele sector

Als aankomend erfgoedprofessional vraag ik me af of de culturele sector misschien een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan de naambekendheid van de term en gewaarwording dat dit een activiteit is die nog steeds relevant is en nog steeds plaats vindt. Sophie zegt hier het volgende over: “Ik denk wel dat de culturele sector kan bijdragen aan het bewustzijn dat culturele genocide bestaat. Dit kan bijvoorbeeld door meer besef te creëren bij mensen over wat de effecten zijn van cultureel erfgoed op een groep en dat de vernietiging ervan wel echt serieuze consequenties heeft voor groepsidentiteit. Ik denk dat als je kijkt naar hoe het nu gaat in het Midden-Oosten dat de culturele sector wel zeker iets kan bijdragen in preventieve zin, door het trainen van het museumpersoneel, in hoe ze moeten omgaan met conflict situaties, en op welke manier ze kunnen voorkomen dat hun erfgoed vernietigd wordt. Ik denk wel dat niet persé alleen de culturele sector maar ook academici zich ermee bezig moeten houden: zij kunnen ook een bijdrage leveren in de zin vandat mensen er ethisch mee bezig zijn en een beetje een idee krijgen van het begrip cultuur en hoe je daar mee om moet gaan. Antropologen hebben de afgelopen zestig jaar de tijd gehad om een meer sensitieve blik op cultuur te ontwikkelen in tegenstelling tot bijvoorbeeld de negentiende eeuw, terwijl in het internationaal recht dat besef pas veel later is gekomen. In de jaren vijftig was men erg bezig met het idee van cultuur als object- bestaande uit grootste monumenten en dit is dan ook wat men oorspronkelijk beschermde met internationale verdragen uit die periode. Pas later is er echt een verandering gekomen in de zin dat men dacht dat intangible heritage ook opgenomen moest worden binnen de verdragen.”

Over immaterieel erfgoed en zijn relatie met culturele genocide is Sophie al eerder aangesproken, “Dat is wel een van de vragen die ik heb gekregen meteen nadat ik mijn speech op de Dies Natalis in Leiden had gegeven, toen kwam er bijvoorbeeld een meneer naar me toe met een vraag over zwarte piet, of bijvoorbeeld het feit dat we een seculaire ceremonie aan het houden waren in een eeuwenoude kerk. Dat blijven nog steeds leuke onderwerpen om over na te denken, omdat ze je forceren om kritisch na te denken over je eigen werk en hoe je het in de praktijk zou willen toepassen. En dan is er nu weer het voorbeeld van IS: wat doe je als er een conflict ontstaat binnen een bepaalde groep over wat nou hun cultuur wel en niet moet zijn, is het dan nog steeds culturele genocide? Waar kun je überhaupt een lijn trekken tussen wie wél en níet bij een bepaalde groep hoort? En wat als oorspronkelijke ‘eigenaar’ van het erfgoed, zoals de volkeren die de stad van Palmyra hebben gebouwd, al lang uitgestorven zijn? Dit zijn allemaal vragen waar je over na moet denken als je het concept culturele genocide wilt verfijnen: je moet kijken naar de groep die vernietigd wordt, de intentie van de daders… ”

Culturele en normale genocide

Over genocide hebben we allemaal wel eens gehoord maar wat is daadwerkelijk het verschil met culturele genocide in juridische zin, “Culturele genocide staat niet perse los van normale genocide. Als je kijkt naar de ‘normale’ definitie van genocide- diegene die in het Genocideverdrag staat, gaat het over het idee van vernietigen, ten eerste, bepaalde beschermde groepen, en, ten tweede, door middel van bepaalde activiteiten. Dus in die zin was mijn scriptie niet noodzakelijk heel radicaal: ik stelde niet een compleet nieuw type van genocide voor, enkel om de huidige wettelijke definitie uit te breiden zodat onder die lijst van illegale activiteiten ook aanvallen op cultureel erfgoed zouden vallen.

Ik denk ook nietdat het een begrip is dat niet in de praktijk al gebeurt: als je kijkt naar de genocides die de laatste eeuw hebben plaatsgevonden, zijn deze vaak gepaard gegaan met een aanval op het cultureel erfgoed van de groep die het ‘doel’ is van de génocidaires. Dit zie je tijdens de Holocaust, maar ook in de oorlog in het voormalige Joegoslavië daar werden ook culturele goederen verwoest, enkel voor het effect dat het zou hebben op de groep zelf. Zo werd bijvoorbeeld de bibliotheek van Sarajevo verbrand, omdat daar heel veel documenten aanwezig waren die de geschiedenis van de regio vast legde en lieten zien hoe de moslims en christenen voor eeuwen lang relatief vredig naast elkaar hadden geleefd. Het vernietigen daarvan zou ervoor zorgen dat de aanvallers geschiedenis zouden kunnen ondermijnen door het bewijs te verbranden.”

Het gesprek was kort maar krachtig, ik heb veel om over na te denken tijdens mijn treinreis van Den Haag naar Haarlem. Culturele genocide is niet alleen een juridische term maar een daad die de identiteit van mensen aantast en misschien voor altijd veranderd. Misschien is invoering in het internationaal recht nog niet mogelijk maar het is belangrijk om te beseffen dat culturele genocide een mondiaal fenomeen is dat invloed heeft op alle betrokken partijen. Zodra we accepteren dat personen met opzet cultureel erfgoed vernietigen kunnen we stappen ondernemen om dit tot een halt te brengen. 


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie