Over F.A.S.T. en het VIE

Over F.A.S.T. en het VIE

“…After six wonderful years there has come an end to our stay on the Strandweg in Scheveningen. We thank everyone for the support through out the years…” Boodschap op de F.A.S.T. website. Op 31 oktober 2015 sloot het Scheveningse surfdorp F.A.S.T. na anderhalf jaar onzekerheid voorgoed haar deuren. Het VIE heeft problemen met de vertegenwoordiging van jongerenculturen op de nationale inventaris van immaterieel erfgoed. Hoe heeft het dan kunnen gebeuren dat de bakermat van de Haagse surfcultuur, een unieke locatie in Nederland en een duidelijk voorbeeld van een jongerencultuur plaats heeft moeten maken voor weer een nieuw hotel?

FAST-surfdorp-Den-Haag_27492.jpg

F.A.S.T.

De zon blakert mijn huid terwijl ik genietend luister naar het vrolijke geroep van surfers in de branding. Grinnikend kijk ik toe hoe een zeemeeuw, zo’n oer-Scheveningse met doordringende gele ogen en een attitude van “heb ik wat van je aan ofzo”, eens te meer een nietsvermoedende toerist handig van zijn broodje af helpt. Over een paar uur zal ik aftaaien naar F.A.S.T. om daar lekker wat biertjes achterover te tikken onder het muzikale genot van bandjes als Pinata, Splendid en friends of the family. Dit is voor mij de ideale manier om een zomerdag door te brengen, tot voor kort althans.

F.A.S.T. (Free Architecture Surf Terrain) opende in 2009 haar deuren op initiatief van Geert Verhoeff. Het was het antwoord op de groeiende (inter)nationale surfgemeenschap die Scheveningen aantrok en de vele leegstaande locaties in de badplaats. Met toestemming van de gemeente Den Haag werd een braakliggend stuk terrein aan het einde van strandweg uitgekozen. De plek lag ideaal aan het strand en naast de monding van de haven. Zo begon het allemaal met drie containers en groeide in zes jaar tijd uit tot een heel containerdorp met eigen burgemeester. In het dorp konden ondernemers een container huren om zo hun bedrijf op poten te zetten, als het maar met de lifestyle van de locatie te maken had. Zo waren er diverse ondernemingen die te maken hadden met golf, wind en kite-surfen. Maar ook een restaurant, hostel, camping, skateboardbouwer, fietsverhuur, podium, openlucht bioscoop enz. Op het terrein ligt een oude Atlantik-wall bunker, deze was door de heren van de Haagse bunkerploeg toegankelijk gemaakt voor publiek. Zowel in de nationale als de internationale surfwereld was FAST een begrip, een manier van leven. Ook in Den Haag en omstreken kende het dorp grote bekendheid. Menig strandganger verruilde de Scheveningse strandtenten met liefde om voor het dorp om daar hun zomerse dagen door te brengen of om na een winterse strandwandeling weer op temperatuur te komen bij het haardvuur. Het was een plek voor iedereen. Waar je overdag tot rust kon komen, werd ‘s nachts de tent af gebroken tijdens één van de beruchte feesten.

Het onfortuinlijke einde

Hoe komt het dan dat ik mijn ideale zomerstekkie in moest leveren? Het was altijd al bekend dat FAST een tijdelijk project zou zijn, althans op de locatie aan de strandweg. Het dorp zou niet doodbloeden als het van locatie moest wisselen, het waren immers de mensen die het maakte zoals het was. Zo is er ook altijd gehoopt dat er in samenwerking met de Haagse gemeenteraad een nieuwe en permanente locatie gevonden kon worden. Toen werd er in voorjaar 2014 besloten dat FAST voor één september dat jaar moest wijken. Er waren plannen voor een nieuw hotel, een parkeergarage en een bezoekerscentrum op de locatie. Tot tweemaal toe werd deze datum gewijzigd en al die tijd heerste er grote onzekerheid. Mogen we blijven, moeten we verhuizen of gaan we sluiten? Uiteindelijk viel de bijl eind oktober 2015. Het grote eindfeest was al aan het eind van de zomer geweest en op de avond zelf was er nog één laatste get together met de harde kern. Om twee uur ‘s nachts sloten de hekken voorgoed.        

fast2.jpg
VIE

‘…het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) stelt zich ten doel het versterken van volkscultuur en immaterieel erfgoed door beide te promoten en toegankelijk te maken, door de sector te stimuleren en te professionaliseren en door de participatie te bevorderen. De komende jaren zal het VIE de UNESCO Conventie Immaterieel Erfgoed in praktijk brengen…’

Hoe brengt het VIE deze UNESCO conventie in de praktijk? Onder andere doormiddel van het opstellen van een nationale inventaris immaterieel cultureel erfgoed. In 2015 stonden daar zo’n 78 verschillende voorbeelden op. Er zijn echter een paar kritiekpunten over de diversiteit van deze voorbeelden. Het blijkt dat er op drie verschillende vlakken weinig voorbeelden op de inventaris te vinden zien. ‘Nieuwe’ tradities, de randstad en jongerenculturen zijn niet of nauwelijks gerepresenteerd.    

Als we door een erfgoedbril naar FAST kijken heeft dit alle kenmerken van de missende factoren van de nationale inventaris. Scheveningen bevindt zich in de randstad en FAST, anno 2006, valt duidelijk onder je noemer “jong”. Het zou niet correct zijn om puur en alleen de term jongerencultuur aan het dorp te plakken. Iedereen was welkom in het dorp en jong en oud liep door elkaar. Maar dat het grootste gedeelte van de erfgoedgemeenschap wat jonger was is een feit.

Nou is het natuurlijk de vraag of het dorp daadwerkelijk als immaterieel erfgoed gezien kan worden. Unesco hanteert de volgende definitie van het begrip erfgoed:

‘…Zowel de praktijken, voorstellingen, uitdrukkingen, kennis en vaardigheden als de instrumenten, objecten, artefacten en culturele ruimtes die daarmee worden geassocieerd, die gemeenschappen, groepen en, in sommige gevallen, individuen erkennen als deel van hun cultureel erfgoed…’

Het dorp zelf had als materieel erfgoed gezien kunnen worden, maar het was niet de fysieke plek die FAST maakte tot wat het was. Het was iets ontastbaars, het samenspel van de mensen, de generaties die door elkaar liepen en een constant dialoog.

Binnen het immateriële erfgoed herkend UNESCO vijf verschillende domeinen. Dit zijn orale tradities en uitdrukkingen, podiumkunsten, sociale praktijken, rituelen en feestelijke gebeurtenissen, kennis en praktijken rond de natuur en het universum en traditionele ambachten. En eigenlijk was er van dit alles iets terug te vinden binnen F.A.S.T.

Toch is het nooit iemand opgevallen dat ook dit immaterieel erfgoed zou kunnen zijn. Zou dit komen door te weinig animo of kennis vanuit de erfgoedgemeenschappen, of hebben belanghebbenden moeite met het herkennen van zaken als jong, immaterieel erfgoed? Voor mijn en andere generaties is het antwoordt duidelijk; F.A.S.T. was ons erfgoed en we zullen het nooit vergeten. fast3.jpg


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie