Het groeidiamantje dat maar blijft groeien. Een interview met Annemarie den Dekker over Modemuze

Modemuze, een online platform dat de modecollectie van Nederland in kaart brengt, waar je kennis kan delen, inspiratie kan opdoen en interessante blogs kan lezen over verschillende modevraagstukken. Maar wie zijn nu eigenlijk de breinen achter dit platform en wat waren hun redenen voor de site? Ik ben gaan zitten met één van de initiatiefnemers van Modemuze, Annemarie den Dekker, om te praten over haar weg naar het Amsterdam Museum, het idee, de opkomst en de ontwikkelingen van Modemuze.

links: Annemarie den Dekker. (foto gemaakt door het Amsterdam Museum afkomstig van Flickr)

Links: Annemarie den Dekker

Ik arriveer op 2 december in het Amsterdam Museum, waar ik met Annemarie in een mooi groot kantoor ga zitten, het kantoor van de directeur zo blijkt. Een week eerder sprak ik Annemarie. Na haar lezing over mannen, mode & identiteit. Ik had toen al een gevoel dat dit een zeer interessant maar vooral ook leuk gesprek zou gaan worden. Ik vertel eerst snel iets over mijzelf en daarna begin ik al snel met mijn eerste vraag:

U heeft kunstgeschiedenis gestudeerd, hoe bent u uiteindelijk als conservator van mode/kostuum en kunstnijverheid bij het Amsterdam Museum terecht gekomen?

‘Ik heb inderdaad eerst kunstgeschiedenis aan de universiteit van Amsterdam gestudeerd. Hier was je vooral met westerse kunst bezig, veel schilderijen en geen textiel of kostuumgeschiedenis. Op een gegeven moment ging ik stage lopen en ben ik hier gekomen’ Ze gebaard om zich heen dat ze met ‘hier’ het Amsterdam Museum bedoelt.

 ‘Ik wilde toen per se bij een conservator kunstnijverheid stage lopen omdat ik dat niet op de universiteit onderwezen kreeg. Mijn vraag aan de conservator toen, was: “ik weet er niks van af neem mij overal mee naar toe.” Dit heeft hij heel letterlijk genomen en nam mij overal mee naartoe. Toen mijn stage uiteindelijk aan zijn einde kwam hebben ze gevraagd of ik een verlengende stage wilde. Hier stemde ik mee in, terwijl ik ondertussen ging afstuderen. Zo kwam ik in één keer in de kunstnijverheid hoek. Nadat ik afgestudeerd was kreeg ik op projectbasis klussen. Waarna ik op verzoek van mijn toenmalige hoofd een tentoonstellingsvoorstel heb geschreven voor de kostuumcollectie. Ik was toentertijd begin twintig en achteraf heb ik wel gedacht, “wat was ik jong, hoe hebben ze mij dat kunnen vragen?” Maar goed, het hoofd vond het een leuk plan en ik mocht het gaan uitvoeren.

Hierna heb ik een contract gekregen als conservator kunstnijverheid. Ik had wel affiniteit met de kostuumcollectie en daar ben ik toen ingedoken en ben per cluster tentoonstellingen gaan maken en onderzoeken. Hier haalde ik altijd van buiten mensen bij die expertise hadden en zo gaandeweg word je zelf ook expert. 

U heeft ook aan de universiteit van Florence gestudeerd. Zat hier een speciale reden achter?

Ze knikt en voegt enthousiast toe dat ze ook in Rome heeft gestudeerd.

‘Ik wilde eigenlijk gewoon heel graag naar het buitenland. Ik ben eerst naar Rome gegaan en daarna Florence om kunstgeschiedenis te doen en de taal te leren. Ik raad het dan ook iedereen aan om te doen. Het is heerlijk en goed voor je ontwikkeling om een tijdje naar het buitenland te gaan. Ik heb ook vrij veel vakken buiten kunstgeschiedenis gedaan. Er leiden namelijk meer wegen naar Rome,’

Ik kon het niet helpen om een klein beetje te glimlachen om haar woordspeling.

‘en je hoeft niet perse één opleiding te doen en je daar aan te houden. Je moet gewoon kijken naar wat je leuk vind. Je moet heel lang werken en als het niet lukt via de weg van je opleiding dan doe je het via een andere manier.’

Ik ga hier op in en leg uit hoe ik altijd van mening was dat je je beroep moet oriënteren op je studie. Waarop ze mij verteld hoe je altijd eerst voor jezelf moet zorgen, je je plezier uit kleine dingen moet halen en mensen om je heen moet zoeken. ‘want’ zegt ze:

‘Ik was ook een van de jongste conservatoren van Nederland destijds en ik wist dat in het Gemeentemuseum van Den Haag ook een conservator zat. Ongeveer net zo oud als ik en ook net begonnen als conservator. Dus belde ik op een gegeven moment maar met de vraag: “Zullen we een keertje samen koffie drinken?”  Waarom niet? Vooral voor jullie die nog moeten beginnen.’ Ze knikt naar mij en in mijn hoofd voeg ik alle Reinwardters aan de lijst van ‘mensen die nog moeten beginnen’.

 ‘Nee heb je en ja kan je krijgen, er valt niks te verliezen. Spreek mensen aan als je iets wilt vragen, het is eng maar je moet ergens beginnen en wat heb je te verliezen?’

Bent u zo in contact gekomen met de conservatoren van de andere musea? (Centraal Museum Utrecht, Fries Museum Leeuwarden, Gemeentemuseum Den Haag, Museum Rotterdam, Paleis Het Loo en het Rijksmuseum Amsterdam.)

 ‘Ik heb collega’s in andere instellingen opgezocht, met de vragen wat doe jij voor tentoonstelling, hoe doe je dat eigenlijk met kleding, hoe kleden jullie poppen aan, hebben jullie dit of dat in de collectie, mag ik dat bruiklenen enzovoorts. Alles ging mondeling. Als je  eenmaal gezichten kent dan wordt het ook gezellig om elkaar te zien en door het informele netwerk was de kennisuitwisseling erg praktisch en zo zijn we eigenlijk een soort netwerkje begonnen en kwamen wij een paar keer per jaar bij elkaar.’

U bent dus mede-initiatiefnemer van Modemuze. Hoe bent u samen met de andere conservatoren op het idee voor dit project gekomen?

‘Binnenin dit netwerk kwam al snel de wens om met elkaar een stapje verder te gaan. We vroegen ons af, kunnen we niet een aantal collecties aan elkaar koppelen? Nu zijn dit soort tentoonstellingen super populair maar dat was zoveel jaar geleden echt nog niet, waardoor de discussie om tot één modemuseum te komen al snel werd afgekeurd. Nu hoor je veel: “je moet samenwerken”, maar daar waren we toen al mee bezig. Zo is bijvoorbeeld ons collectiebeleid helemaal op elkaar afgestemd. We spraken af waar een stuk het beste op zijn plek was. Als het gaat om een kledingstuk dat iets zegt over de Amsterdamse geschiedenis dan is deze bijvoorbeeld het beste op zijn plek in het Amsterdam Museum.

Hierdoor kwamen we met de vraag, “kunnen we niet een online platform creëren zodat we online de collecties door elkaar heen kunnen doorzoeken en waar je kennis kan delen en bezoekers een actief aandeel kan geven?” We wilden evenementen kunnen organiseren maar ook een agenda hebben. We noemen het een soort groeidiamantje op Modemuze. Om dit te realiseren hebben we er geld voor aangevraagd bij fondsen. Deze fondsen vonden echter dat ons platform nog te veel op musea gericht was. We gingen met modejournalisten en studenten praten. Wat wilden gebruikers eigenlijk, wie waren ze? Het zijn niet alleen de hippe modestudenten maar ook de oudere dames die erg van handwerk houden. Nadat we dit in kaart hadden gebracht hebben we subsidie aangevraagd en gekregen. Met dit geld konden wij een aantal jaar lang een onafhankelijke projectleider inhuren. Je hebt namelijk iemand nodig die boven de materie hangt en alle partijen vertegenwoordigd. Die iemand was Mila Ernst en zij heeft ons meegegeven dat er zo snel mogelijk een online platform moest komen. De informatie die daar in kwam werd geleverd door de conservatoren maar ook via de marketingmensen en social-media mensen. Waarna Mila het aan elkaar knoopte met een legertje vrijwilligers. En zo was Modemuze een feit.’

 

Het idee was er dus om een fysiek modemuseum op te zetten?

‘Die discussie waait nog wel eens op; “zou er een centraal modemuseum moeten komen?” Kijk eens wat een rijkdom er al is binnen het landschap, binnen bestaande musea en haar tentoonstellingen en hoe leuk is het nou, dat je al die verschillende smaken hebt? Bijvoorbeeld in het Gemeentemuseum Den Haag zou je een hele andere tentoonstelling aantreffen dan hier of museum Rotterdam waar veel meer participatie gaande is. Plus, alles is bereisbaar, dus houd die grote waaier aan initiatieven en geniet ervan. Verder is er de discussie hoe haalbaar is een fysiek museum? Er zou dan dus weer een nieuw museum moeten komen en worden gebouwd. Ik persoonlijk geloof ook steeds meer in een museum buiten de museale muren, dat daar veel meer mogelijkheden te behalen zijn.’

Ik merk op hoe ik nooit heb nagedacht over musea buiten de museale muren. Dat een museum voor mij echt een gebouw is. waarop ze enthousiast met mij de discussie aangaat.

‘Ja maar gaan jouw kinderen of kleinkinderen straks nog naar een museum? Misschien wel want het is er natuurlijk al heel lang maar het is natuurlijk een 19e-eeuwse uitvinding. Het liefst ga je naar een tempelgebouw met het woord Museum er op geplakt. Je gaat er naar binnen, je kijkt en je verwondert maar nu zijn er natuurlijk heel veel andere manieren. Alles gaat schuiven. Dit is altijd eng voor mensen maar ook altijd heel leuk. Dat is nu ook een fase waar we in zitten. Het één sluit het ander niet uit. Je kan nog steeds een prachtige klassieke tentoonstelling maken maar daarnaast willen wij als Modemuze ook andere mogelijkheden onderzoeken.’

 Er zijn ook verschillende blogs te lezen op Modemuze, elk geschreven door individuen. Modemuze heeft dan ook het mobiele Modemuze team, modeliefhebbers kunnen actief meedenken met Modemuze op vrijwillige basis, heeft u voorbeelden van eventuele activiteiten die geïnteresseerden kunnen doen?

‘Dat klopt, dit is op eigen initiatief maar wordt wel aangevoerd door Mila. De mobiele Modemuzers kijken weer met een hele andere blik. Jong bloed is erg belangrijk, ze constateren ander dingen, zien andere dingen en schrijven ook over andere dingen. Ze kunnen aanhaken op actuele trends. Je mag dus zelf met een idee komen om over te schrijven. Maar we hebben wel bepaalde thema’s als stokpaardje. Zo kan jouw blog over een ontwerper, een depotbezoek of over klederdracht gaan. De mobiele Modemuzers komen vaak met hele frisse ideeën.’

Hoe worden de mobiele Modemuzers uitgekozen? Mag iedereen hier aan meedoen?

‘Het moet wel behapbaar blijven, dus er komt een soort intakegesprek om te kijken wat je kan doen, want we willen wel een soort kwaliteit waarborgen. Maar wij vinden wel, en daar willen we heel ver in gaan, mensen die enthousiast zijn moeten ook een kans krijgen. Schrijven kan je namelijk leren door veel te schrijven. Het wordt dan wel een beetje geredigeerd maar dat geeft niet.

Uiteindelijk is dit ook een zelfvoorzienend systeem want de mobiele Modemuzers kunnen op een gegeven moment ook weer aansturen. Het is een platte organisatiemodel, behoorlijk democratisch maar daar zit ook wel de kracht aan: dat er niet een enorm censuur op moet. Je bent vrij met je gedachte.’

Modemuze heeft dit jaar de IVI Award 2015 gewonnen. Gefeliciteerd! Hoe voelt het om zoiets te winnen?

‘Ja, in het begin was het voor ons een beetje een grapje, wat leuk we zijn genomineerd.’

Ze lacht kort en de trots is duidelijk op haar gezicht te zien. Modemuze IVI awards, foto gemaakt door Caro Matulessya

‘ De Innovatie prijs voor informatie is altijd een opsteker. Zeker voor het team en de vrijwilligers die er heel hard voor werken. Op dit moment is het ook heel gunstig want er is een prijs aan verbonden. 15000 Euro in adviezen en wij willen heel graag allerlei adviezen en suggesties. Zo kunnen wij weer verder ontwikkelen. Op dit moment is het ook voor een andere reden belangrijk namelijk: we moeten nu weer nieuwe fondsen aanvragen. We kunnen nu zeggen “luister, we hebben deze prijs gewonnen dus er wordt op ons gelet.” Plus, Vogue en de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) hebben ook veel interesse. Dus het is gunstig dat we het allemaal kunnen noemen. We willen af van het alleen maar zenden.’

Bezoekers zijn enthousiast, je hebt de IVI Award gewonnen, Modemuze loopt dus goed, en nu? Hoe zie je Modemuze in de toekomst?

‘De bedoeling is dat het platform in beweging blijft en op dit moment loop het eigenlijk heel goed. Mensen zijn buitengewoon enthousiast. We zijn toe aan een volgende stap, een nieuwe fase. Vogue vind ons ook heel interessant en die wordt nu onze mediapartner. We bewandelen zowel een inhoudelijk als een commercieel pad. Hier is nog wel over gediscussieerd want we wisten niet hoe commercieel we konden gaan. Eigenlijk zou een online platform ook zijn eigen broek moeten kunnen ophouden. We keken naar stempels van commerciële bedrijven die reclame wilde maken en het feit dat het online zou staan. Inmiddels zijn we daar unaniem over. Dit moet kunnen. We hebben ook contact met de OBA want we willen op een niet museale plek tentoonstellingen realiseren en participatie creëren door het publiek zelf te laten kiezen welke stukken zij willen zien. Dus dat je eigenlijk zelf een gast-conservator bent. Men moet zelf mogen interpreteren in de collectiestukken en toevoegen. ook externe experts worden dus steeds belangrijker voor ons en die context willen wij ook toevoegen aan onze objecten. Dit is in een notendop waar Modemuze voor gaat staan. Het heeft wel een lange aanlooptijd. Daarom is het ook een groeidiamant. In de komende jaren wordt het speerpunt nieuwe fondsen aanvragen en offline veel duidelijker koppelen aan online. Nu hebben we heel erg gefocust op de verborgen collecties die heel kwetsbaar zijn, online naar buiten brengen. Modemuze moet in de toekomst op zichzelf staan zonder dat de musea die de initiatiefnemers zijn het bestempelen.’

Als afsluiter: wat zou u nog aan de lezers willen overbrengen om ze over te halen om Modemuze te gaan gebruiken/lezen? Of misschien zelfs wel aanmelden voor het mobiele Modemuze team

Ze heeft vrijwel meteen een antwoord. Wat mij doet denken dat ze deze oproep al vaker heeft gedaan.  

‘Ben je geïnteresseerd in mode, kleding, identiteit, technieken, naaien..’

Ze onderbreekt haar oproep met de noodkreet:

‘Maar ook mannen! Wij willen vooral ook mannen oproepen! We missen de diversiteit op ons platform.’

Ik lach en vertel haar hoe onze opleiding vooral uit vrouwen bestaat en wij helaas een laag aantal mannen op de Reinwardt hebben. Ze merkt op hoe dat ook het geval is in de erfgoed sector en gaat snel verder met haar oproep.

 ‘..heb je daar een mening over en wil je af en toe een blog schrijven? Meld je dan aan bij Modemuze! Heb je behoefte aan een event, een ronde tafel gesprek of lezing gerelateerd aan kleding of een open depotbezoek meld je bij Modemuze! Wij kunnen altijd de content bieden van de historie of van gisteren. Wil je ook een mobiele Modemuzer worden, stuur dan een mailtje naar info*apenstaartje*modemuze.nl. Geef trouwens ook vooral feedback, wat mis je, waarom zou je naar zo’n site gaan, wat vind je van de site? Dit geldt ook vooral voor mannen!’

 

Modemuze is een groeidiamantje dat maar blijft groeien, ontstaan uit een groep conservatoren met passie voor kostuum en kunstnijverheid. Waarvan ik het genoegen heb gehad om met één van deze conservatoren te mogen praten. Het is zeker een platform waar we nog veel meer van gaan horen en ik wil vooral jullie lezers aansporen om https://www.modemuze.nl te bezoeken!  

het gebruik van Modemuze, foto gemaakt door Caro Matulessya

 

 

 


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie