Het belang van ongemak

Het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) en de Reinwardt Academie hebben in het teken van de Unescoweek van de Kunsteducatie 2016 de handen ineengeslagen. Het resultaat daarvan was de Erfgoedarena ‘F*ck diversiteit, Code dekolonisatie’, in het kader van het thema ‘culturele grenzen’. Er werd ingegaan op het debat over de ontoereikende Code culturele diversiteit en een nieuwe aanpak: dekolonisatie van de maatschappij, ook wel de ‘Code dekolonisatie’ genoemd. Aan de hand van diverse sprekers en een tweetal columns werden mogelijke toepassingen en gevolgen voor de praktijk voor zowel de academie als de culturele sector besproken. Hoe kun je als culturele instelling omgaan met het diversiteitsbeleid? Hoe deconstrueer je koloniale machtsverdelingen? Wat is de rol van de culturele instelling in dit debat en welke stappen moeten ondernomen worden?

De Code culturele diversiteit bestaat uit een website met databank, best practices en een diversiteitsscan. Bovendien faciliteert de Code een aanmoedigingsprijs voor culturele diversiteit. De kern van de Code bestaat uit diversiteit in vier dimensies, te vinden in de vier p’s: personeel, publiek, partners en programma. Als deze alle vier ‘divers’ zijn dan kun je een culturele instelling cultureel divers noemen.

Tijd voor iets nieuws

Riemer Knoop, lector aan de Reinwardt Academie, introduceert de thema’s. Hij vertelt over het belang van taal, de gelaagdheid en de macht van woorden in dit debat. Vervolgens legt Arno Neele, onderzoeker en beleidsmedewerker van het LKCA, kort iets uit over de belangen en de problematiek van culturele mensenrechten en de problematisering van de term diversiteit.

Richtje Sybesma, directeur van Binoq Atana, vertelt over hoe er in de culturele sector aan culturele diversiteit wordt gewerkt. Binoq Atana bemiddelt en onderhoudt een netwerk aan getalenteerde bestuurders met een niet-autochtone achtergrond. Het begrip diversiteit is aan slijtage onderhevig, de scherpe randjes zijn er vanaf. Het is een algemene term geworden, dat weinig betekenis meer heeft. Maar, stelt Sybesma, hoe dieper je erin zit, hoe vaker je harde discriminatie tegenkomt, zowel bewust als onbewust. Kan zo’n Code diversiteit dan nog wel iets betekenen? De Code dekolonisatie gaat vooral over institutioneel racisme stelt ze, en de Code culturele diversiteit gaat juist verder dan dat. Maar wat is er nodig om instellingen te laten slagen in hun streven naar meer diversiteit? Allereerst zuinig en bewust omgaan met de diversiteit die je al hebt. Maar bovenal moeten de instellingen zelf overtuigd zijn en de meerwaarde zien van een cultureel diverse werkomgeving. De tijd en moeite die gepaard gaan met een dergelijke verandering kan alleen worden volgehouden als de overtuiging er echt is.

Tussen presentatie en representatie

Ilias Zian, museoloog en alumnus van de Reinwardt Academie, leest zijn column ‘Geen verbinding zonder besmetting’ voor. Hij vertelt over zijn ervaring als streepjesnederlander (verwijzend naar het tussenstreepje in bijvoorbeeld Turks-Nederlands). Zian vertelt dat diversiteit al sinds 1985 een politiek agendapunt is, maar dat in de afgelopen dertig jaar nog maar weinig vooruitgang is geboekt. De afgelopen jaren is de wij-zijtegenstelling verscherpt, zoals zichtbaar is geworden in de discussie rondom Sylvana Simons. Er ligt een verantwoordelijkheid bij culturele instellingen voor het vormen van cultureel burgerschap en culturele identiteit. Culturele instellingen zouden, als identiteitsdragers, zich bewust moeten zijn van de positie die ze innemen. Als een culturele instelling zich cultureel divers profileert, profileren ze ook een diverse culturele identiteit (en eerder eigenlijk niet).

Hierna wordt er een column voorgedragen van Chaima Nbigui, een tweedejaars Reinwardtstudente. In haar column stelt ze dat niet erfgoed, maar gedachten moeten veranderen. Aan de hand van de representatie van culturen vergelijkt Nbigui het Amsterdam Museum en het Tropenmuseum. Ze deconstrueert een verschil in ziens- en benaderingswijze en benadrukt dat het de presentatie vaak aan representatie ontbreekt.

No democratisation without decolonisation

Vervolgens neemt Mercedes Zandwijken het woord. Ze is directeur van stichting Keti Koti en mede-initiatiefnemer van University of Colour. Bovenal is ze activist, en streeft ze naar vergroting van het bewustzijn van het koloniale verleden in Nederland. Zandwijken stelt dat discriminatie natuurlijk is. Maar racisme zit, dankzij ons koloniaal verleden, diep in onze machtsverhoudingen. Ze stelt dat je als blanke allochtoon uiteindelijk Nederlander kunt worden, maar als gekleurde allochtoon blijf je altijd buiten dit blanke kader.

Zandwijken legt uit dat we wat betreft deze kwestie veel van het Amerikaanse discours kunnen leren. Daar wordt veel onderzoek gedaan naar whiteness, raciale superioriteit. Zo beschrijft de Amerikaanse activiste Peggy McIntosh over hoe ver whiteness gaat. McIntosh beschrijft in welke mate blanken de norm stellen: “als ik een reclame zie komen daar mensen in voor met dezelfde huidskleur, als ik een college volg dan wordt mijn achtergrond daarin belicht en als ik door een winkel loop dan vertrouwt de bewaker mij”. Zandwijken haalt ook de Amerikaanse sociologe Ruth Frankenberg aan. Frankenberg verdeelt whiteness onder in drie onderling verbonden delen: structureel voordeel, de norm en de set culturele praktijken. Het structurele voordeel gaat over de raciale voordelen die gepaard gaan met blank zijn, een constant op uiterlijk gebaseerd voordeel. De norm is het blanke perspectief en het blanke discours dat domineert. De set culturele praktijken bestaat uit de normale praktijk, die wij niet als bijzonder zien. Wij kunnen bijvoorbeeld slecht onze eigen cultuur beschrijven, maar wel een buitenlandse cultuur. Van belang zijn hier de ongemarkeerde woorden. Zoals de zin: ‘er zijn vijftig man’ niet betekent dat er daadwerkelijk vijftig mannen zijn, maar vijftig mensen. Dit soort woorden, moeten we gaan markeren, zodat we ons superioriteitsdenken kunnen ontmantelen. En daarmee ook het restant van ons slavernijverleden.

Zandwijken stelt dat de witte norm op de schop moet, dat taalgebruik dat superioriteitsdenken impliceert gemarkeerd moeten worden en dat het begrip ‘de Nederlander’ herijkt moet worden. Zelfs het discours over racisme wordt nog steeds gedomineerd door het witte narratief. Hetzelfde geldt voor het definiëren van erfgoed. Vaak wordt onbewust het koloniale verleden weggeromantiseerd in tentoonstellingen over de Gouden Eeuw. Neem bijvoorbeeld de tentoonstelling van de Hermitage ‘Hollanders in de Gouden Eeuw’, waar maar één schilderij hing over het slavernijverleden. Maar, aan de andere kant, hoe vertel je meer over deze kant van onze geschiedenis als je maar één werk tot je beschikking hebt?

 

De Ketit Koti Tafel

De Keti Koti Tafel creëert volgens Zandwijken daarvoor ruimte. De tafel is een geritualiseerde dialoogtafel, waaraan vier blanke en vier gekleurde mensen aanschuiven, om gezamenlijk stil te staan bij de afschaffing van de slavernij.

Zandwijken stelt dat de term diversiteit, ondanks dat die versleten is, wel onderdeel is geworden van een taal die iedereen begrijpt. Dat is met dekolonisatie nog lang niet het geval. De Code diversiteit draait om het verbinden en het ondersteunen van de dialoog,  de Code dekolonisatie draait om het veranderen van de dominante blanke norm en het benoemen van koloniale restanten in onze samenleving.

Ongemarkeerde dominantie

Als laatste spreekt Wayne Modest, Hoofd van het Research Center for Material Culture bij het Nationaal Museum voor Wereldculturen. Modest houdt het publiek voor wat er mis is met ons diversiteitsbeleid. Het probleem met de Code diversiteit is dat door culturele diversiteit als ‘inspirerend’ en als ‘toegevoegde waarde’ te beschouwen, diversiteit tot product wordt gemaakt dat je aan kunt kopen. Modest licht het nog even toe: ‘I don’t want to enrich somebodies life, or be celebrated, I’m a fact.’ In plaats van bijzonder moet diversiteit gewoon worden. Dekolonisatieagenda’s werken niet, als mensen het niet willen laten werken. Dekolonisatie is gewoon een nieuw woord voor diversiteit, met nieuwe, scherpe randjes. Om een atmosfeer te creëren die voor iedereen toegankelijk is, moet de vraag worden gesteld: is het voor hen ook interessant? Iemand uit een cultuur die bepaald is door een slavernijverleden wil echt niet naar een tentoonstelling over de Gouden Eeuw. “The cultural diversity Code could have worked, it’s us that didn’t work. The problem is that we never wanted to feel uncomfortable.” Dit ongemak, waar gevoeligheden worden benoemd, is hard nodig. Pijn en ongemak zijn noodzakelijk voor discussie en dialoog. Uit gemakzucht vermijden we het ongemak.

De zogenaamde neutraliteit van culturele instellingen moet voorbij zijn, stelt Modest. Een neutrale positie bestaat niet, culturele instellingen moeten hun machtspositie verantwoorden en een politieke plek innemen. Modest heeft een tweetal voorstellen. Allereerst moet worden erkend dat Nederlandsheid in belangrijke mate bepaald wordt door een blanke huidskleur. Vanuit dat perspectief moet er eerst inclusie komen van andere huidskleuren, en pas daarna kunnen we verder. Ten tweede moet er meer gevoeligheid, beleving en bewustzijn in het museum komen rondom diversiteit en dekolonisatie. Als iemand iets zegt  over koloniaal verleden, dan ben ik – Wayne Modest – daar gevoelig voor en zeg ik daar wat over. Als een culturele instelling diverser is, geeft dat meer ruimte voor deze gevoeligheid op de werkvloer en uiteindelijk biedt dat ook een breder pallet voor het publiek. De Code is gebaseerd op oude blanke logica. Modest stelt dat het beter zou zijn als we zouden zeggen dat iedereen Nederlands is, maar allemaal vanuit een andere ervaring werken.

Met deze laatste Erfgoedarena van het collegejaar kan worden teruggekeken op een reeks enerverende en inspirerende avonden. De  vernieuwing die deze debatten met zich mee hebben gebracht gaat gepaard met ongemak, zeker op een avond als deze. Laten we proberen dit ongemak te omarmen, dan wordt het allemaal een stuk makkelijker.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie