Schommelende Stadsliefde

Is de Amsterdammer al eeuwen verliefd op haar binnenstad, of blijkt het een onzekere knipperlichtrelatie te zijn?

Anno 2016 is er enorm veel waardering voor de esthetiek van de Amsterdamse binnenstad. Dit was ook het geval in de achttiende eeuw. Het was voor kunstenaars gewoonlijk om, naast normaal schilderwerk, etsen en tekeningen van stadsgezichten te maken. De prenten die van deze etsen werden gedrukt, waren razend populair onder Amsterdammers. In de achttiende eeuw leefde men in de naweeën van de Gouden Eeuw. De glorie was vergaan, maar de koopmanshuizen aan de grachten waren hét bewijs dat Amsterdam van wereldbelang was geweest. Je kan hier de Amsterdammer van de achttiende eeuw vergelijken met een vijftigjarige voetballer die zijn beste doelpunten opnieuw aan het bekijken is en geen vrede kan sluiten met het feit dat het voorbij is.

Zoals de eerste zin van dit stuk al claimde, is de waardering voor de Amsterdamse binnenstad een niet weg te denken fenomeen. Echter, de huidige manier van waarderen is fundamenteel anders dan die van de achttiende eeuw. Daarbij was er tussen het waarderen van de achttiende eeuw en het waarderen van nu een enorme periode van gebrek aan waardering. Waarom hield die waardering op? En waarom kwam het weer op? In dit stuk tracht ik duidelijkheid te scheppen over het complexe verleden van de Amsterdamse binnenstad en de waardering ervan.

Het tij der waardering trekt zich terug met de opkomst van de Industriële Revolutie. Hoewel de Franse stedenbouwkundige Georges Haussmann in Parijs vrij spel had om enorme verbindingswegen aan te leggen, was er in Amsterdam een zekere mate van terughoudendheid. Dit was niet uit waardering voor de gebouwen, maar uit simpel geldgebrek. In de negentiende eeuw werd het in bestuurskundige kringen normaal geacht om te slopen waar het nodig was. Zo lang de vitaliteit van de stad maar behouden bleef, was alles geoorloofd. De Industriële Revolutie bracht veel onvoorziene problemen mee, zoals ziektes en verkrotting. De binnenstad moest nodig gesaneerd worden. Het probleem hiermee was dat het geld wat Amsterdam kreeg vanuit Den-Haag, allemaal naar stadsuitbreidingen moest. Dat was simpelweg de snelste oplossing voor de enorm groeiende bevolking. Het weinige geld wat overbleef, werd spaarzaam besteedt en elk voorstel om de binnenstad op de schop te nemen, werd met enorme twijfel benaderd. Het heeft zelfs bijna een eeuw en drie prijsvragen geduurd om de Beurs van Hendrick de Keyser te vervangen met een fatsoenlijk alternatief (het fiasco wat wij de Beurs van Zocher noemen, reken ik uiteraard niet mee). Het is aan deze ‘eeuw van de twijfel’ waar wij het behoud van de binnenstad aan danken. Eén simpele beleidsverandering had het stadsgezicht radicaal kunnen veranderen.

Alle grote problemen kwamen na de Tweede Wereldoorlog samen: grootschalige verpaupering, de verwoesting van de oorlog en de opmars van de auto. Bestuurskundig Amsterdam zag haar kans schoon om de binnenstad tot zakencentrum te verheffen. Hiervoor moesten er vijftien grachten gedempt worden, grote delen van de binnenstad zouden niet overeind blijven en de Nassaukade zou plaats maken voor een tienbaan snelweg. Het is anno 2016 bijna onmogelijk om je voor te stellen hoe iemand werelderfgoed met het grootste gemak van de kaart wilde vegen. Om dit te begrijpen, moet je deze plannen ook niet met onze tijd relativeren, maar juist met de langlopende problemen van de negentiende eeuw. Dit was dé oplossing.

Toch was er in de jaren vijftig ontevredenheid over deze ideeën. Het megalomane plan van Hendrik Kaasjager uit 1954 schoot bij veel mensen in het verkeerde keelgat. In de daaropvolgende jaren ontstond er een heuse ‘strijd om Amsterdam’. Stadsherstel werd als direct antwoord op Kaasjager opgericht in 1956 en er ontstond touwtrekkerij in een verdeelde stad over de eeuwige vraag: wat moeten wij nou met die stad? Uit deze bakstenenoorlog bleek het ‘behoudt-kamp’ succesvoller. De toetreding van de grachtengordel tot de werelderfgoedlijst kan gezien worden als het hijsen van de overwinningsvlag. De oorlog is gewonnen.

 

 

Geschreven naar aanleiding van een lezing van Fred Feddes bij Stadsherstel en een artikel van Fred Feddes in Het Parool.


http://www.parool.nl/opinie/-de-druk-op-de-stad-is-van-alle-tijden~a3746275/


Mediabestanden


1 reacties


  1. Riemer Knoop
    11 oktober 2016 14:39:41
    Interessant betoog! De vraag rijst echter: zijn we er nu dan? Waarom behoud je, of liever: waartoe? En is het wel behoud en niet veeleer een waardering voor hergebruik, voor "verder met"? 'Erfgoed' is dan niet zozeer een ding van bvroeger in het nu, als wel een ontwerp voor een gewenste toekomst. Misschien begint de strijd dus nu pas.

Plaats een reactie