Vernietiging van erfgoed als oorlogsmisdaad: in beeld of niet?

Op 12 oktober 2016 vond de eerste Erfgoedarena van het academisch jaar plaats op de Reinwardt Academie. Gemodereerd door lector Riemer Knoop, bespraken Richard Nsanzabaganwa (Senior Trial Lawyer ICC, het Internationale Strafhof), Joumana El Zein Khoury (directeur van het Prins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling) en Boris van Westering (Stichting Free Press Unlimited) de vraag of de vernietiging van cultuurgoederen via media naar buiten gebracht moet worden. Reinwardt-alumna Kristel Witkam gaf inzicht in hoe militairen in oorlogsgebieden om zouden kunnen gaan met vernietigde cultuurgoederen aan de hand van haar erfgoed-toolkit. Andrée van Es (voorzitter nationale UNESCO-commissie) vatte de avond samen met een pleidooi voor internationaal recht.

Voor een goed gevulde zaal introduceert Riemer Knoop ons in het onderwerp. Hij vertelt dat het onderwerp van deze arena een vervolg is van een erfgoedarena dit voorjaar. Daar stond de vraag centraal wat vluchteling-erfgoedprofessionals nu doen, terwijl hun landen in oorlog zijn. Het thema van vanavond is vergelijkbaar, maar anders omdat één bepaalde gebeurtenis centraal staat. Dat is de veroordeling van Al Mahd voor zijn leiding geven aan het bewust vernielen van negen monumenten en één moskee in Timboektoe. Dit is de eerste keer dat het International Criminal Court iemand vervolgt wegens oorlogsmisdaden met betrekking tot cultureel erfgoed. Van een van zijn daden bestaat een videofragment, dat inmiddels al vaak bekeken is. Maar de vraag is of dit soort beelden getoond moeten worden zodat de rest van de wereld ziet wat er aan de hand is, of dat dit soort beelden onder de radar moet blijven om de terroristen niet de aandacht te geven die ze zoeken. Wat voor invloed heeft het verspreiden van dergelijke informatie op lokaal niveau en op wereldniveau?

 

Al Mahdi: van terrorist naar veroodeelde
Momenteel hebben dertig staten ICC’s Crime of Agression-verdrag (2010) gerectificeerd, vertelt Nsanzabaganwa, die welbekend is met het proces en de uitspraak omtrent Al Mahdi. In dat verdrag staan drie elementen die nodig zijn om een verdachte van dusdanige oorlogsdaden op te pakken. Ten eerste, de verdachte is een politieke of militaire leider, met andere woorden deze persoon moet in staat zijn om een politieke of militaire actie te controleren of te leiden. Ten tweede, de rechtbank moet kunnen bewijzen dat de dader betrokken was bij de planning, voorbereiding, initiatie of de uitvoering van een dergelijke daad van agressie. Ten derde, een dergelijke daad moet in overeenstemming zijn met de definitie hiervan in de Resolutie van de Algemene Vergadering van de VN nr. 3314, en het moet, door zijn aard, ernst en omvang, een manifeste schending vormen van het VN-Handvest.

Op het moment dat een dader wordt aangeklaagd zijn er twee mogelijkheden: ofwel een gelijksoortig misdrijf is al een keer voorgekomen, ofwel het is de eerste keer dat dit gebeurt. In dat laatste geval is het niet mogelijk om gebruik te maken van de jurisprudentie en zal de aanklager eigen initiatief moeten tonen om de rechtbank een uitspraak te laten doen in hun voordeel.

 Als we de vernietiging van de cultuurgoederen in Timboektoe in context zetten, wordt duidelijk dat deze goederen van groot belang zijn voor de bevolking, ze vormen de ziel en identiteit van de bevolking. Het vernielen ervan is onderdeel van de propaganda van Hesba (een activistische organisatie) waar Al Mahdi zich mee identificeerde. Uit onderzoek is gebleken dat Al Mahdi leider was bij het organiseren en leiden van dit vandalisme. Inmiddels heeft hij toegegeven schuldig te zijn aan de misdaad en is hij veroordeeld om zijn straf uit te zitten.

Hoe kijkt het ICC aan tegen het in beeld brengen van de misdaad zelf? Het zijn verschrikkelijke beelden en volgens Nsanzabaganwa bestaat de mogelijkheid dat het tonen van deze beelden precies is wat de terroristen voor ogen hebben. Desalniettemin is juist deze zichtbaarheid nodig om bewustzijn te creëren voor het feit dat dit soort misdaden ook échte misdaden zijn. Dit besef is essentieel omdat ze anders moeilijk te beschermen zijn. Daarbij is de zaak Al Mahdi een goed begin als afschrikking voor latere misdaden.

 

Geredde manuscripten
Joumana El Zein Khoury begint met een kleine introductie op het werk van het Prins Claus Fonds. Dat richt zich onder meer op cultural emergency response en wil de ‘ambulance’ vormen voor eerste hulp bij cultuurongevallen overal ter wereld. Ze noemt een voorbeeld uit 2011 toen het fonds gebeld wordt over het feit dat er belangrijke manuscripten vernietigd zouden worden. Met geld ingezameld uit verschillende landen was het tijdens deze missie van groot belang hieraan geen bekendheid te geven, maar onder druk van sponsoren en partners werd het fonds gedwongen om het gebeuren toch publiek te maken. Het mediacircus dat eromheen ontstond bleek moeilijk onder controle te houden. Toch denkt ook El Zein Khoury dat de media-aandacht nuttig is geweest; door de manuscripten zag men wereldwijd het belang van het cultureel erfgoed van Timboektoe.

 

Vernietigd erfgoed in kaart
In een intermezzo vertelt Kristel Witkam over de tool die zij heeft ontwikkeld voor cultureel erfgoed in conflictgebieden. Ze werd getriggerd door de vernieling van cultuurgoederen in Babylon, die niet alleen door terroristen maar ook door eigen troepen waren vernield: “Sinds de vestiging van de Amerikanen is daar een spoor van vernieling achtergelaten”. Maar in het Haags (cultuurgoederen)Verdrag van 1954 staat dat cultureel erfgoed tevens onder de verantwoordelijkheid van militairen valt. Buiten het gegeven dat dit dienstbaar is aan het erfgoed, is dit volgens Witkam ook bevorderlijk voor hun missie. Op deze manier creëren ze goodwill onder de lokale bevolking. Om de militairen te ondersteunen heeft ze een verfrommelbaar beoordelingsformulier ontworpen met daarop de red lists, UNESCO/lokaal erfgoed, foto’s en een uitleg over wat cultureel erfgoed is. Zo kunnen militairen makkelijk vernieling doorgeven aan hun officier. Voor dit ontwerp is Witkam in gesprek gegaan met militairen zelf en het Ministerie van Defensie. Momenteel is ze bezig met de laatste aanpassingen zodat de tool binnenkort getest kan worden.

 

Onafhankelijkheid in journalistiek
“Media is a part of war” is een statement dat Boris van Westering al vrij snel in zijn toespraak maakt. Als hoofd MENA/Eurasia bij Fee Press Unlimited (FPU) heeft hij dagelijks te maken met onafhankelijke journalistiek in gebieden in de wereld waar het moeilijk en gevaarlijk is. FPU heeft verslaggevers die, soms met gevaar voor eigen leven, verslagleggen van oorlogssituaties in deze gebieden. Hoe wordt een bepaald verhaal gecoverd? Dit begint bij wie het verhaal covert, veel media-aandacht komt vanuit een politieke agenda, bijvoorbeeld van IS. Daarbij hebben internationale media de neiging om iconische foto’s te etaleren, aangezien deze het “goed” doen, dat wil zeggen dit soort foto’s verkopen. Maar dat hoeft geen reëel beeld te zijn van de werkelijkheid. Dan is er een tweede vraag: is het verhaal wel af? Neem Al Mahdi over wie wordt geschreven dat hij veroordeeld is - maar over wat er verder gebeurt als hij vrijkomt en wat er gebeurt met de vernielde erfgoederen, is de kans groot dat dit nagelaten wordt.

Van Westering staat voor het altijd en volledig informeren van mensen, mits dit in de goede context geprobeerd wordt: “Ethiek in journalistiek is een belangrijk element in de oorlogsverslaglegging.”

 

Het publiek aan het woord
Aan de hand van drie stellingen volgt een debat met het publiek. Uit de eerste stelling, gelijk aan de titel van dit artikel, blijkt dat men het ermee eens is dat dusdanige misdaden getoond moeten worden in de media. Dit niet alleen omdat dit men alert maakt op dit soort gebeurtenissen, maar tevens omdat dit soort beelden anders toch wel op FaceBook of een ander sociaal medium zullen verschijnen. De tweede stelling is controversieel en luidt: “De vervolging van oorlogsmisdaden tegen mensen is even belangrijk als die van erfgoeddestructie”. Deze stelling laat geluiden vanuit verschillende perspectieven horen, waarbij de volgende twee gedachtes van bezoekers mooi inzicht geven over hoe moeilijk een eenduidig antwoord is op deze stelling. Een van de bezoekers stelt namelijk dat door vernietiging van cultureel erfgoed men niks meer heeft om naar terug te keren. Een ander verschaft ons het inzicht dat cultureel erfgoed ook een aanleiding kan vormen om dingen te reconstrueren, wat maakt dat dit ook mensen samen kan brengen na een oorlog.

De laatste stelling gaat in op de vraag of er onderscheid in belang gemaakt moet worden tussen lokaal en werelderfgoed. De stelling zorgt onmiddellijk voor onrust; wie maakt hierin de keuze? Erfgoed heeft verschillende betekenissen voor verschillende mensen, dus hierin is het niet altijd mogelijk een eenduidige keuze te maken. Wel wordt men het erover eens dat lokaal erfgoed onderdeel uit kan maken van het werelderfgoed. Nsanzabaganwa vertelt dat vanuit het ICC zowel lokaal als werelderfgoed beschermd wordt aangezien het gaat om de betekenis van het erfgoed voor de aanklager. Maar het probleem is dat er met lokaal erfgoed minder geld gemoeid is dan bij werelderfgoed, waardoor er minder mogelijk is.

 

Tot slot
Na een interessante twee uur sluit Andrée van Es (UNESCO) de avond af. “Het was een ongewoon bijzonder mooie avond, waarin op een scherpe manier thema’s zijn aangevoerd en besproken die er toe doen.” Tijdens deze Erfgoedarena is er veel gesproken over de waarde van erfgoed en Van Es vraagt zich hardop af of wij als maatschappij niet terug moeten naar het geschreven nieuws in plaats van de hype van het platte, contextontbrekende beeld van de huidige media. Daarbij ziet ze op lange termijn ontwikkeling en opbouw van legitimiteit van het internationaal recht op dit gebied. Essentieel is het bewustzijn dat dit een hele lange tijd kan gaan duren. Internationaal erfgoedrecht is iets van lange adem. De zaak-Al Mahri is een stevige eerste stap.

 

 

Van de opnamen van de gehele Erfgoedarena zal binnenkort hieronder een link te vinden zijn.

 


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie