Expertmeeting Straatwaarden, Volkshotel Amsterdam, 13 januari 2017

  1. Welkom
    Nancy van Asseldonk
    schetst de context van het project Straatwaarden. In de samenwerking tussen de drie Amsterdamse hogescholen Amsterdam Creative Industries Networks (ACIN) is de AHK trekker van het Heritage Lab, waarin onderwijs, bedrijfsleven en onderzoek samenkomen. Vandaag zijn er experts, studenten, mensen uit het werkveld en degene die we willen bereiken met het Heritage Lab aanwezig om mee te denken over de eerste resultaten van het Straatwaardenproject. 

ACIN begon ooit als Centre of expertise, in het kader van onderwijsinnovatie. De Knowledge Mile, dwz as van Nieuwmarkt tot Amstelstation, is daarvoor de zichtbare cluster van kennisinstellingen. Daar begon het Straatwaardenproject ook met zijn eerste atelier, maart vorig jaar, met een hoge concentratie van grootstedelijke vraagstukken.

 

  1. Terugblik op Straatwaardenproject

Riemer Knoop vat de vraagstelling en aanpak van het project Straatwaarden samen.

  1. Wat betekenen de recente maatschappelijke, economische en culturele transities voor omgang met bestaand en vorming van nieuw erfgoed?
  2. Wat betekent dat voor de opleiding van erfgoedprofessionals?

Er zijn twee ontwikkelingen die Straatwaarden-onderzoek urgent maken.

(i) De erfgoedopleiding aan de Reinwardt omvat sinds enige jaren ook Erfgoed & Ruimte, naast meer traditionele trainingen voor musea en recent immaterieel erfgoed. De rol van de erfgoedprofessional op het gebied van ruimte is niet direct voor de hand liggend. Bij de Reinwardt Academie worden geen monumentenspecialisten opgeleid, net zomin als conservatoren, maar erfgoedprofessionals in brede zin.

(ii) Maar de tweede, veel belangrijker driver is de vermaatschappelijking van waardetoekenning aan erfgoed, met name gebouwd/monumentaal. We bouwen dan voort op het denkwerk van de vrm Belvederehoogleraren en de RCE-notitie Karakterschetsen (Nationale Onderzoeksagenda Erfgoed en Ruimte). Inhoudelijk is de grote vraag: wat voor waarden zijn er, hoe relateren die aan kennis, hoe organiseren we het krachtenspel (met de extra uitdaging om dat te doen in termen van HBO-beroepsproducten). In een langetermijnschets zie je hoe de omgang met erfgoed eerst als sector werd georganiseerd: gesloten en verdedigend teven verandering door de ruimtelijke ontwikkeling. Geleidelijk werd onderkend dat het eerder een factor was op vele andere terreinen. Uiteindelijk willen we het een kracht laten zijn, een vector die richting geeft als inspiratie voor het bouwen aan een nieuwe wereld.

StraatwaardenExpertmeeting.jpg

Die twee velden hebben we sinds 2013 aan de Reinwardt onderzocht, door (a) deelname aan WeekvanhetLegeGebouw, de ontwikkeling van het keuzevak Erfgoed en Ruimte, afstudeergroepen op het thema Placemaking; en (b) in de eerste RWA Artist-in-Residency (AIR), van Michiel Schwarz ism Academie van de Bouwkunst: Hoe ziet omgang met erfgoed eruit van een sociaal-duurzaam designperspectief? Schwarz’ publicatie A Sustainist Lexicon (2016) [1] was de vrucht van die AIR en tevens startpunt voor het Straatwaardenproject. Leidend daarbinnen was een lens op eigentijdse waarden die sturend zijn voor nieuwe betekenisvolle omgang van burgers onderling, hun governance en de leefomgeving. Een belangrijk conceptueel uitgangspunt van het Straatwaardenproject is dat we ons in het domein ‘erfgoed en ruimte’ vooral richten op de ‘crossovers’ tussen erfgoedprocessen en de vormgeving van de leefomgeving. Vooruitlopend op de discussie, gaat het dan over actieve en in de praktijk gewortelde processen, tussen ‘placemaking’ en wat ‘heritage making’ genoemd kan worden

(Fig1).

StraatwaardenExpertmeeting2.jpg
Bron: Michiel Schwarz, Re-framing: ‘heritage-making’ and placemaking in the sustainist era. Concept-tekst voor Straatwaarden-publicatie, 8-1-2017.

 

De centrale vraag in het project Straatwaarden is: Wat voor opkomende praktijken van maatschappelijke omgang met erfgoed er zijn, hoe die zijn te duiden, en wat dat betekent voor erfgoedinstellingen en de rol van professionals - dus waar het HBO voor moet opleiden.

Het onderzoek werd deels vormgegeven in drie Ateliers, waarbij onderzoekers en erfgoedprofessionals uit de praktijk een aantal issues verkenden in het veranderende landschap van ‘erfgoed en ruimte’.

  • Placemaking
    Hoe zouden we de waarden en relaties die de sociale, duurzame kwaliteiten van een plek bepalen, in ‘kaarten’ zichtbaar kunnen maken? Waaruit bestaan die kaarten, wat zijn hun legenda en vorm?
  • Commons
    Hoe kunnen we vanuit het idee van commons en collectieve gemeenschappen kijken naar de veranderende betekenis van musea en andere ‘erfgoedplekken’?
  • Co-design
    Als we erfgoed beschouwen als een maatschappelijke ontwerpopgave, wie zijn dan de ontwerpers, en wat zijn de nieuwe vormen van co-design?

De ateliervorm was ontleend aan een vergelijkbare toekomstverkenning door de archiefsector in het kader van Archief2020. Leidraad voor de drie Straatwaarden-Ateliers waren drie begrippen uit het sustainistisch repertoire: Placemaking, Commons en Co-design. Afzonderlijk en gezamenlijk maken die zichtbaar hoe vragen van ‘erfgoed & ruimte’ nieuwe vormen aannemen in de context van de cultuurmaatschappelijke transitie naar sustainistische waarden en kwaliteiten (Schwarz 2016).

 

De uitkomst was globaal:

  1. De aard van de nieuwe opkomende praktijken van heritage making, zowel inhoudelijk als het gedrag van ‘spelers’ op het nieuwe speelveld, laat zich goed verklaren vanuit sustainistisch perspectief (co-creatief, gelokaliseerd, proportioneel).
  2. De in de ateliers gebruikte concepten laten goed zien hoe relaties tussen spelers veranderen (delen, commons, zelf doen), evenals het onderwerp (erfgoed als werkwoord: heritage making) en zelfs de woorden (gegeven erfgoedwaarde wordt ervaren kwaliteit). 
  3. Een nieuwe notie “Erfgoed als platform” lijkt een goed handvat. Kijk je breder dan erfgoed, en kies je voor kwaliteiten (duurzaamheid) en processen (participatie) in grotere processen, dan kan erfgoed een ontmoetingsveld zijn om die processen te dragen, met het oog op het realiseren van die gewenste kwaliteiten. Dan komt het met dat ‘erfgoed’, die die kwaliteiten belichamen, ook wel goed, lijkt het.
  4. Er zijn veel verschillende soorten kennis die rondom processen van erfgoedvorming een rol. Dat stelt de vraag scherp hoe je het proces ontwerpt om te bepalen welke kennis relevant is en wie je in- of uitsluit. Zo blijkt enerzijds de plaats van expert-kennis, en de macht die daar vaak mee gepaard gaat, niet onomstreden, terwijl de Placemaking-variabele “thuisgevoel” een factor kan zijn die kan binden maar ook kan buitensluiten.

 

Als voorbeeld geldt de Stelling van Amsterdam. Draagvlak voor duurzaam behoud van dit soort top down-werelderfgoedlocaties is vaak afhankelijk van het succes van kleinschalige, participerende, langzame en lokale initiatieven: kunst, natuurbehoud, wellness. Door kleine interventies die aansluiten bij lokale energie, uitgeoefend met geduld in een langzame ontwikkeling kan er een emergente kwaliteit ontstaan, met een duurzaam perspectief.

Vandaag staat centraal dat als op het crossover-gebied van erfgoed en ruimte, “erfgoed” inderdaad eerder een kwaliteit dan een ding is, een ingrediënt voor een gewenste toekomst. En als we duurzaam behoud van erfgoed als een (maatschappelijk) proces of vector zien, dan verschuift de focus vooral naar het gesprek over de kwaliteiten van die toekomst die we zouden moeten voeren. Wat voor gesprekken moeten of kunnen dat dan zijn: 1: welke forms of engagement zijn er? Hoe geven we die vorm? Hoe ziet zo’n maatschappelijk ontwerpproces eruit? En 2: als het speelveld verandert, qua spelers en verhoudingen (erfgoed als platform), wat betekent dat dan voor de nieuwe erfgoedpraktijk – en hoe leiden we nieuwe erfgoedprofessionals dan op?

  

  1. Martijn van de Waal: Erfgoed als platform

Had inbreng als onderzoeker in het Straatwaardenproject vanuit zijn expertise op gebied van digitale media in placemaking: hoe ontstaan ‘plekken’ en wat doet digitale media? Dit perspectief paste hij toe op de Straatwaardenateliers. Enige observaties.

 Startpunt is de opvatting van erfgoed als vector, niet in de eigen discipline maar als platform in bredere processen om hierin een rol te spelen. Vector is een kracht met een richting. Het platform is de omgeving waarin dit plaats vindt. Straatwaarden stelt vragen naar de relatie tussen erfgoed, gemeenschap en ruimte.

 Hij ziet drie manieren waarop erfgoed een rol speelt in placemaking: als setting, als focal point en als platform. In het eerste geval, zoals bij de Turner Prize-winnaar “Granby Four Street” zie je dat het gaat om het reactiveren van de community, waardoor erfgoed, heel en passant, een nieuwe invulling en betekenis krijgt. Het vormt dan het decor voor activering en levert de dramaturgie als organiserende kracht om de gemeenschap bijeen te brengen. In het tweede geval staat het erfgoed centraler, gaat het er juist wel om.

Burgers komen samen om erfgoed te bespreken, restaureren, er story telling mee te verbinden. In Atelier #2 geïllustreerd door Henny Groenendijk met voorbeeld Gasthuizen (Groningen), 19-eeuws kerkje in bouwvallige staat. De vraag is hoe je de plek kunt gebruiken voor een gemeenschappelijk narratief. Deze twee manieren van omgang met erfgoed in processen van placemaking lopen in elkaar over. Een stap verder ga je nieuw ontluikende processen op een bepaalde manier gaat bekijken. Bijvoorbeeld het project Panna’s en Akka’s van Imagine IC over straatvoetbal in de Bijlmer. Straatvoetbal als culturele praktijk én identiteitsritueel vastleggen en toegankelijk maken – een omgedraaid proces van empowerment. Erfgoedprofessionals als procesbemiddelaars.

In de derde rol, erfgoed als platform, ziet Martijn de Waal erfgoed als een manier van het organiseren van dingen om samen bijeen te komen en als doel bij te dragen aan de gemeenschap. Soms kan dat een provocatie zijn: mensen bij elkaar brengen door tegenstellingen. Zo besloot men in Amsterdam Zuid van het Van Heutz-monument voor de Bedwinger van Atjeh, toen dat de toets der postkoloniale niet meer kon doorstaan, alleen de naam te veranderen in Monument Indië-Nederland. Door het te laten staan, redeneerde men, breng je mensen ertoe het er voortdurend over te hebben.

 In een conceptuele analyse ziet De Waal een baaierd aan rollen, tussen individuen, collectieven en instituties. Platforms organiseren die rollen: individuele burgers die iets toevoegen, qua lokale kennis en vaardigheden. Collectieven geven betekenis in economische of symbolische zin. Instituties stellen voorwaarden en spelregels, en zien toe op duurzaamheid - denk aan de overheid, wetten, resources. Specifiek in deze context zijn musea en andere erfgoedinstellingen. Bepaalde activiteiten die leiden tot nieuwe kennis of input archieven voor de lange termijn. Soms worden ze vanuit burgers of de instituten opgezet. Hieruit volgen sociale, civiele of economische waarden. Een schets van de speler-interacties en hun producten (Fig. 1) helpt om grip te krijgen op de diverse rollen (Fig 2).

StraatwaardenExpertmeeting3.jpg
StraatwaardenExpertmeeting4.jpg

 

Het gaat, als volgende stap, om strategieën om mensen zich te laten te engageren om mee te doen en instituten zich te laten aansluiten, dan wel om te constateren dat deze collectieven al georganiseerd zijn en, misschien, expertise missen. Afhankelijk van je netwerk worden de rollen ingevuld door een variëteit van experts. Martijn stelt dan de vraag, in het kader van Straatwaarden, hoe je de publieke ruimte zou kunnen programmeren voor de in het project geïdentificeerde processen van heritage making, en vervolgens hoe je de publieke ruimte daarvoor geschikt zou kunnen maken.

  1. Reflectie Hester Dibbits
    Als collega volgde ze het programma Straatwaarden van enige afstand, maar incidenteel ook als deelnemer. Waardeert dat het geen al te scherp afgebakend project was. Kenmerkend was de uitwisseling en interactie tussen allerhande deelnemers tijdens de open ateliers. Vanuit drie kernbegrippen zet ze wat kritische kanttekeningen.

Etnologie: in zowel dit project als elders aan de Reinwardt is het mooie dat er actief iets gaande is, van een opvatting over erfgoedfeiten naar meer zicht op de dynamiek. Er is een verschuiving naar een etnologische blik. We starten niet langer bij erfgoed, maar vanuit een standpuntbepaling in en blik op de hedendaagse praktijk. Misschien is “erfgoed” als zodanig helemaal niet nodig, maar is het belangrijker je af te vragen in wat voor wereld we leven. Dan gaat het over dynamiek, improvisatie, de dagelijkse praktijk. Vandaaruit kun je conclusies trekken waardoor opeen ook erfgoedwaarden zichtbaar worden. Zij pleit dan voor meer aandacht voor de etnografische methode, waarbij je je afvraagt hoe de interactie eruitziet van erfgoed met van alles en nog wat, in de eigentijdse werkelijkheid van musea en archieven. We vragen in Straatwaarden, maar ook in haar eigen Emotienetwerken-project wat we in de 21e eeuw zien gebeuren, en stellen ons de vraag hoe daar als erfgoedprofessional mee om te gaan. Dat is een verschuiven van de focus van gemeenschappen naar netwerken met conflicterende schurende emoties. Niet alleen liefhebbers van een verschijnsel, maar ook mensen die erover strijden. Wat gebeurt er als je zo'n netwerk in kaart brengt en die emoties bespreekt? Het voorhouden van een spiegel en het idee erachter is om hier erfgoedwijzer van te worden. Erfgoed levert overigens nooit een neutrale setting, een platform van zomaar es een samenkomst – het is altijd gekleurd.

 

De erfgoedprofessional zal dus logischerwijs moeten evolueren naar het gebied van applied ethnology, waar we dus ook de opleiding voor moeten worden. Onderzoek naar de dynamiek van de dagelijkse cultuur, en het toepassen van inzichten daaruit. Wat kan de etnologie leren van onze analyses van en engagementen met confrontaties van erfgoed in een dynamische wereld? Dat is niet waardenvrij. Je zet in op een rol en je beziet jezelf als erfgoedprofessional binnen een netwerk.

 

Dat heeft consequenties voor ethiek. Ethische reflectie is essentieel: schurende emoties in beeld brengen, en het elkaar door middel van onderzoek een spiegel voorhouden. De erfgoedprofessional van straks moet leren om gaan met conflicten. Tegelijkertijd is het niet per definitie zo dat alleen bottom up-spelers een stem moeten krijgen, maar ook top down. Wat erfgoedprofessionals moet leren en overdragen is mensen erfgoedwijs maken en laten inzien dat erfgoed, dus maatschappelijke waarden, wordt gemaakt uit het dagelijks leven en daaruit wordt gevormd. Daar zijn positiebepaling, sensitiviteit en awareness voor nodig.

  1. Discussie Hoe geef je vorm aan heritage making als maatschappelijk ontwerpproces?

Frank Altenburg (v/h Team Herbestemming): Voorbeeld: bij buurtprocessen zie je eerst neutraliteit van de overheid en in een later stadium bemoeienis. Ik vraag me af hoe je daar als erfgoedprofessional een rol in vindt: transpiratie, spelregels en beschaafde omgang met de ander. Spelregels waar partijen mee moeten leren omgaan.

 

Dick Rijken (HHS): Probleem is kleinschaligheid, “ik en mijn cluppie” Altijd dezelfde wijsneuzen die bijdehand zijn en kansen grijpen waar het kan. Erfgoedwijsheid is een mooie term, analoog aan mediawijsheid. Zo’n begrip veronderstelt balans om verbintenis tussen die verschillende werelden aan te kunnen gaan.

Diana Krabbendam (The Beach Company): Als ik denk aan wijsheid denk ik aan ´know how´ en niet zo zeer kennis (knowledge). Hoe zorg je ervoor dat dingen ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden? Het gaat over twee processen: Waardering van bepaalde betekenis en kwaliteiten en het creëren van nieuwe betekenissen. Hoe doe je dat het beste en op welke schaal? En dan ook nog: hoe zorg je voor de duurzaamheid van dat proces? 

Hester Dibbits: Hoe gaan we ermee om, de overloop van erfgoed en informatie. Draait niet om kennis maar inzicht, met accent op kleinschaligheid. Niet blindstaren op gelijkgestemden, ook op tegenstanders. 

Michel Schwarz: Omgang met erfgoed gaat over dynamiek, de functies van erfgoed en de verschillende rollen die er worden ontstaan. Wat gebeurt er als we van erfgoed naar het proces van erfgoedmaken gaan?

Hester Dibbits: Wij zijn het roerend eens. Op de Reinwardt heet dit nu “erfgoedvorming” als proces.

Aart Oxenaar (gemeente Amsterdam): Ik realiseer dat ik als ambtenaar mij enigszins in een lastige positie bevindt, want wij hebben de zorg om erfgoed in geformaliseerd processen gestopt. Waardenbepaling, wat je wel en niet aanmerkt als erfgoed. Onlangs mocht ik optreden bij Imagine IC, als gast van Hester. Het ging over het tempo van middelen en de mogelijkheden die er nog zijn en beperkt worden door formele statussen. De kern van het verhaal is dat de stad in een steeds groter tempo verandert en hoe hieruit de essentie te halen is. Hoe neem je dit mee in de wettelijke mogelijkheden? Ik denk dat dit vooral bij de kant van het ontwerpproces ligt. 

Steven ten Thije: (Van Abbemuseum): alles wat hier aan de orde komt staat zeer centraal bij ons museum. Wij lopen ertegenaan dat we enerzijds denken dat alles al in ons laboratorium gebeurt, maar anderzijds constateren dat het veel tijd en geld kost om het daadwerkelijk te organiseren in en buiten het museum. Dit zet ons aan het denken over onze positie, welke pet zet je op en hoe is je relatie ten opzichte van anderen? Ook wij staan voor een nieuwe invulling van ons takenpakket en de rolverdeling.

PUBLIEK:

- Je moet jezelf altijd blijven afvragen wat je doet en waarom je het doet, niet in traditionele structuren vervallen. Het vernieuwende aspect is dat jezelf mee verandert met de community. Het is een voortdurend proces waarbij je moet blijven reflecteren. In zekere zin weet je meer dan de ander. Je moet met jezelf in conflict durven gaan.

- Buurtarcheologie is geweldig, waarbij mensen aangeven wat zij zelf belangrijk vinden. Als professional moet je van twee kanten bedenken welke rol je hebt, wanneer stuur je , hoe stuur je. Hoor veel over landschap. Ik merk dat alles een erg Nederlandse benadering heeft.

Hester Dibbits: In de Master Museologie zie je in het begin vaak terughoudendheid. Zoeken naar de nieuwe manier van werken. Daar kunnen wij ook verschil in maken, een andere manier van denken en het delen van kennis.

Riemer Knoop: Kijk buiten je eigen praktijk, je moet het durven te laten schuren om nieuwe ervaring en kennis op te doen. Ethische posities worden belangrijker, plus de vraag waarom denk je dat JIJ, nu nog als student later als erfgoedprofessional, gehoord zal worden. Ver weg van de klassieke benadering. 

PUBLIEK:

- Ik mis het feit dat er niemand is die geen raakvlak heeft met erfgoed.

Riemer: dat was de reden dat we in het project ook onderzoekers hebben die niet aan het erfgoed gerelateerd zijn.

  

  1. Blik op de toekomst.

Nancy van Asseldonk: de rol van de nieuwe erfgoedprofessional

Schetst wat er de afgelopen 5 jaar veranderd is in het Reinwardt-onderwijs. Voorheen, tijdens de sectorbenadering van erfgoed lag het primaat bij experts en een objectgerichte benadering. Na de oorlog zijn daarvoor veel systemen opgezet. In de jaren negentig is hier de factorbenadering bijgekomen. Nu, met de vectorbenadering zijn we niet langer object- of gebiedsgericht, maar proberen we integraal te denken. De terugtredende overheid maakt dat de burger belangrijker wordt. De vraag is wat wij als professionals kunnen betekenen, faciliteren, verhalen overbrengen?

 In de discussie over nieuwe rollen op het Nationaal Monumentencongres in november werd een pamflet gepresenteerd, geredigeerd door platform VOER, met 10 suggesties daarvoor. Daar waren ook paar mensen van ons bij. Dit zijn ze:

StraatwaardenExpertmeeting5.jpg

Ook vroeg Nancy 'Wat is jouw rol als erfgoedprofessional in de wereld van erfgoed en ruimte' aan 3e jaars studenten Erfgoed en Ruimte. Eerder hadden ze rondom hun eigen geboortehuis vormen van

monumentenzorg in kaart gebracht, een onderzoek hoe hun straat functioneerde op sociaal niveau, de toekomst van de grachtengordel en tenslotte de visie op de eigen rol als erfgoedprofessional. Samengevat waren de voorstellen voor rollen die van:

  • Verteller, met kennis van erfgoed, geschiedenis en kunst, gericht op verbinden, waardetoekenning en bewustwording. De vraag is dan ‘Hoe kun je jouw rol vervullen, jezelf een spiegel voorhouden en tegelijk feiten op tafel leggen en discussie op gang brengen?”
  • Emotienetwerker: hoe breng je emoties in kaart om zelf vanuit een neutrale positie te oordelen?
  • Social designer: ontwerper tussen wat er was, wat er is, wat er moet komen. Heritage making.
  • Aanvullend was er ruimte om als verkoper te fungeren van erfgoed aan publiek en hen zo de waarde van behoud en dus investering in te laten zien.

 

De tweede stap, naast deze longlist, is die van theoretische verkenning naar de praktijk. Onderzoek wat je kunt betekenen en trek daar lering uit. De deelname aan het project De week van het lege gebouw bestaat uit interdisciplinair samenwerken, het koppelen van verschillende disciplines. In een nieuwe keuzevak onderzoeken ze ook hoe een jaren zeventig-woonwijk erfgoed kan: inventariseren waarden ophalen. Dit jaar gaan we in een minor Cultureel Ondernemen heritagemaking in het Cruquiusgebied onderzoeken en tentoonstellen.

 

 

  1. Presentatie Karen Schenk, erfgoedadviseur gemeente Haarlem

Karin had als stagiair bij de gemeente Haarlem een dynamische cultuurhistorische waardenkaart ontwikkeld. Daarna op een werkervaringsplek een datamodel daarvoor doorontwikkeld en deels gevuld. Nu is ze projectcoördinator, een van de bij de gemeente gedistribueerd werkende erfgoedcollega’s. Ziet zelf het proces lopen van intern naar interdisciplinair, van op macht gebaseerd naar op overtuiging. Behartigt belang van bruggen, landschap en groen, zowel verdwenen als bestaande objecten. Legt uit hoe ze in haar praktijk vooral de interdisciplinaire verfrissing opzoekt en daadwerkelijk accepteert dat alles in potentie erfgoed kan zijn.

“Wij zijn dus bezig om de cultuurhistorie van Haarlem inzichtelijk en toegankelijk te maken, de database willen we beschikbaar stellen aan burgers. Ons project is pionier voor de digitale kant van de nieuwe Omgevingswet”. Opmerkelijk: in het verleden had de gemeenteraad geen sterke erfgoed-mindset, maar geleidelijk is er meer gevoel voor ontstaan. In de nieuwe toekomstvisie van de Raad is nu erfgoed opgenomen om meer onderzoek naar te kunnen doen en kennis over te verspreiden. “Ik was verbaasd door de omslag van het bestuur.” Door de praktijkbeoefening is het ook makkelijker het bestuur mee te krijgen in de richting van het erfgoed.

 

  1. Presentatie RWA-alumna Siënna Veelders
    Begon als stagiair en werkt nu fulltime bij STIPO Stadmakers Rotterdam. Afgestudeerd op placemaking. Ze onderzocht hoe er bij stadsontwikkeling met placemaking om werd gegaan, en constateerde een groot gebrek aan erfgoedperspectief. De erfgoedprofessional ontbreekt in placemaking. De vraag is daarom hoe een tool of methodiek daarvoor te ontwikkelen. Is er een methode om het DNA van een plek (erfgoed en historie) vast te stellen? Welke verhalen zijn er, wat is hun historische en maatschappelijke waarde?

STIPO is oorspronkelijk een stedenbouwkundig bedrijf, opgericht vanuit onrust voor sloop. Nu organiseren ze workshops op lokaal en bestuurlijk niveau, om een verbinding te vinden tussen bottum up en top down. Grote publicatie City At Eye Level, kijken naar het publieke ruimte, hoe daaraan op 21ste-eeuwse wijze invulling te geven en wat de rol van burgers kan zijn. STIPO werkt door dialoog te starten tussen disciplines, elementen daaruit te visualiseren en vast te leggen voor gebruik in beeld- en besluitvorming. “Ik wil jullie uitnodigen eens langs te komen voor een placemaking game” om samen na te denken over de rol van de erfgoedprofessional binnen andere disciplines.

 

Riemer Knoop: dit is een mooie illustratie van de quote van Tess Broekman van bureau Uhrhahn, tijdens gastcollege 7 december j.l.: duurzaam is al je je het kunt toe-eigenen, en dat kan pas als je snapt waar iets vandaan komt. Door op een bepaalde manier te ontwerpen kun je dat zichtbaar maken.

 

  1. Reflectie Dick Rijken, lector HHS: Ik wil het verhaal van zowel buiten als binnen bekijken. Het gaat om een breder probleem, m.n. de zoektocht van het ‘maatschappelijk middenveld’ naar een nieuwe rol. Bij de Haagse Hogeschool, waar alle disciplines aanwezig zijn, zie ik in alle disciplines hetzelfde probleem: hoe krijg je het in beweging buiten en tussen de instituties, in de samenleving zelf. Ons boek Het echte werk: van Waterwolf naar FC De Omslag (2012) gaat daarover, tussen bibliotheek, archief en museum in Gouda: keuzes maken in je waarneming, verbinding met het heden zoeken, aansluiten bij wie zich al bekommert om bepaalde thema's. Nodig uit, ga gesprekken aan, laat ieder vertellen wat men doet. Niet specifiek vragen stellen. Geef aan dat je niet persé een resultaat beoogt. Door actieve organisatie hoeft het niet altijd veel te kosten. Deels is het een kwestie van organisatie, kennis is niet het probleem. Het is vaak een mentaliteitskwestie. Denk na over waarom jij nou goed bent in wat jij precies doet? De manier van kijken, anderen laten kijken en leren kijken en zo anders naar eigen plekken kijken door communities.

Zo zijn bibliotheek­medewerkers in hun hart vaak verbonden aan een specifieke vorm, het lezen van boeken, en minder aan de gedachte erachter, het leren. Mensen moeten leren discussiëren, zich bewust worden van de beperktheid van de vorm en zicht krijgen op de inhoud. Dan kan ook de vorm veranderen.

 

  1. Discussie: welke nieuwe rollen voor de erfgoedprofessional zijn er?

Diana Krabbendam: Er is ontzettend veel erfgoed, en je kunt vanuit de samenleving de mogelijkheid aangeven die op een zinvolle manier te agenderen. In Nieuw West spelen ook zaken als politiek en beleidsontwikkeling mee. Eerst was er ruimte voor een pioniersvisie, maar die wordt ruimte kleiner door belangen, bij partijen, die niet persé de belangen van de bewoners zijn. Hier kan je als erfgoedprofessional op inspelen. Naar zowel fysieke als immateriële waarden kijken. Nieuwe zakelijkheid.

 

Riemer Knoop: Wat ik zie is eigenlijk een soort matrix met rollen voor erfgoedprofessionals in verschillende contexten: de verbinder, activist, de voorvechter en de awareness-kweker.

 

Michel Schwarz: ik probeer deze vraag naar rollen continu terug te halen. Bij het atelier #3 Co-design, over 'wie moet wat met wie?', zaten er veel mensen van buiten de erfgoedsector. Als we het hebben over het domein, de vector, de zoektocht naar de nieuwe dramaturgie dan moet je afvragen wat er anders kan. Diana merkt op dat er dan totaal geen erfgoedcomponenten aanwezig zijn. Het proces is een ontwerpproces. Wie moeten je daar allemaal bij betrekken?

 

Martijn de Waal wijst op advies Raad voor Cultuur “Netwerken van betekenis” (2010). Schets van netwerk met kerntaken en wat jij kan toevoegen/ verbinden met andere partijen die dezelfde waarden delen. Maar is ook lastig want vanwege die genetwerkte cultuur, waar vindt dan de uiteindelijke organisatie plaats?

 

Dick Rijken Het idee was heel expliciet, reken instellingen niet af op bezoekcijfers, maar laat ze voortouw nemen in nieuwe samenwerkingen. Als erfgoedsector kunnen we hierin heel dienstbaar zijn. Onze collectie beschikbaar stellen voor andere initiatieven. Geef mensen de keuze.

 

Riemer Knoop: Klassieke tragedie, zie Tony Bennett: het overladen van het takenpakket voor musea.

 

PUBLIEK: Je moet macht organiseren om een bepaalde drempel over te stappen en zo je plek te claimen.

 

Nancy van Asseldonk: Ik merk op dat we hier met een weinig divers publiek zitten: erfgoedprofessionals, daarop betrokkenen of liefhebbers. Besluitvormers of investeerders zijn hier. Daar moeten we mee in gesprek, anders sta je aan de zijlijn.

 

Frank Altenburg: Je wilt het uitdoven van initiatieven voorkomen. Hij is geïnteresseerd in de bottom up kant omdat daar energie zit waar de overheid niet altijd bij kan.

 

Diana Krabbendam: Dus gaat het om het organiseren van coalities, niet de vraag hoe je dit moet doen, maar waar en hoe je erop kan aanhaken.

 

PUBLIEK: In het begin werd opgemerkt dat het belangrijk is om te blijven reflecteren niet met het publiek, maar ook onderling. We zitten er niet objectief in maar ook omdat we iets ervan vinden.

 

  1. Slot door Aart Oxenaar, directeur Monumenten & Archeologie, gem. Amsterdam WAT IS ERFGOED?

Als je kijkt naar de ontwikkeling van de erfgoedwaarden in de stad is er waarde gecreëerd vanuit verschillende achtergronden. Is erfgoed materieel of immaterieel? Of gaat het ook om andere zaken waar je niet direct de vinger achter weet te krijgen? Waar staan wij als BMA? Wij zijn afhankelijk van de stadsontwikkeling, de organisatie van de gemeente. Inmiddels wordt er gebiedsgericht gewerkt.


Voor mij was het interessant te ontdekken dat gebiedsontwikkelaars een totaal ander beeld hebben dan ik. Maatschappelijk gezien kijk ik meer naar de problematiek waar de gebiedsontwikkelaars juist meer naar de verhalen kijken en het omhoog tillen van het erfgoed op buurtniveau. Voorbeeld: de Kromhouthallen in Noord zijn eigendom van de woningcorporatie. Het gebouw is erfgoed, maar woningcorporaties mogen bijna niets meer. Waar kan je dan als erfgoedprofessional bijstaan? Een bepaalde soort omgang met erfgoed is niet altijd meer mogelijk. De vraag is dus hoe wij erbij kunnen blijven. Door gemeentelijke veranderingen komt het wel steeds meer samenwerking, gelukkig.

Ik wil nog wel eens op de straat gaan wandelen om een gevoel van de buurt te krijgen, weten wat er speelt. Via Oud-West naar Nieuw West zie je de transformatie die gaande is door de huiskamers in te kijken. Gentrification. Welke voertuigen staan er voor de deur? 's Avonds als het donker wordt zie je meer, de beweging van de buurt, het beeld binnenshuis. Wat speelt er zich af achter de ramen? 

Onze zoektocht geldt natuurlijk de kwaliteit van omgang met verandering. Hoe je omgaat met bestaande en ruimte maakt voor nieuwe kwaliteiten. Dan heb je het ook over beroepsethiek, maar teveel daarvan kan kan je ook te weinig oog laten voor ander zaken. 

Riemer Knoop: de volgende Artist in Residence aan de Reinwardt is Nick Shepherd (Zuid Afrika), die walking seminars gaat organiseren, o.m. op z’n Walter Benjamins!

 

[1] Michiel Schwarz, A Sustainist Lexicon:  Seven Entries To Recast The Future — Rethinking design and heritage. With field notes by Riemer Knoop and sustainist symbols by Joost Elffers (Architectura & Natura Press, Amsterdam, 2016).

 

DOWNLOAD het verslag hier: 

Verslag Expertmeeting 13-1-17.pdf


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie