Levend verleden: de betekenis van het verleden in en voor een innovatieve samenleving

Belang van de route: inzicht, inspiratie en verbinding
Download

LevendVerleden-tekst integraal-mei 2016.pdf

 

Het verleden is een bron van inspiratie en conflict. Het wordt ervaren als anker voor persoonlijke en collectieve identiteit. Het verleden zorgt voor gevoelens van nostalgie en het daagt ook uit tot innovatie. Onze omgang met het verleden zorgt voor een immer uitdijende hoeveelheid erfgoed: historische landschappen en monumentale historische binnensteden, depots vol schilderijen en andere museale objecten, digitale opslagruimtes vol met gedigitaliseerd beeld en geluid. We staan in Europa voor grote maatschappelijke uitdagingen. De drie grote opgaven, leidend in Horizon2020, zijn het streven naar een duurzaam, inclusief en economisch concurrerend Europa. Studie van het verleden kan op drie manieren bijdragen aan een meer duurzame, inclusieve en economisch gezonde wereld: het kan inzicht geven in ons handelen, het kan inspiratie bieden bij het zoeken naar creatieve oplossingen voor maatschappelijke opgaven en het kan zorgen voor verbinding.

 

Voor het stellen van een juiste diagnose bij maatschappelijke uitdagingen is een lange termijnperspectief onontbeerlijk; om patronen te zien en de concepten expliciet te maken waaraan we onze inzichten (in onderzoek en beleid) ontlenen. We lijden in de westerse wereld echter aan een korte termijngeheugen1. Financiële crises kunnen niet doorgrond of adequaat aangepakt worden zo lang we het zicht beperken tot de afgelopen jaren. Klimaatverandering is geen recent verschijnsel, migratie en globalisering zijn dat evenmin. Als kennissamenleving heeft Nederland unieke expertise in de bestudering van natuur en cultuur vanuit een historisch perspectief, bovendien beschikken we over rijke lange-termijn datasets (o.a. waterbeheer, klimaat, citizen data, governance, economie, financiën, migratie, taal en cultuur) die in de afgelopen tijd digitaal beschikbaar zijn gemaakt en zijn gelinkt. Dit is dus het perfecte moment om te kapitaliseren op dit rijke kennissysteem – om kennisamnesie te voorkomen en om ons perspectief op urgente problemen te verruimen en zo te komen tot andere oplossingen of benaderingen. Naast inzicht biedt kennis van het verleden immers ook inspiratie, als asset in de belevingseconomie en als factor in quality of place, door historische oplossingen in een nieuw jasje te steken. Erfgoed is wat mensen aan het hart gaat; het mobiliseert en triggert maatschappelijke betrokkenheid, in positieve en in negatieve zin, zoals in stereotypering en uitsluiting. Het is dus van groot belang om meer grip te krijgen op hoe de culturele waarde van erfgoed, evenals de meer dynamische, strategische inzet van het verleden die sinds de jaren negentig is opgekomen, kan worden benut ten behoeve de samenleving en als bron van innovatie.

Met deze route willen we de betekenis van het verleden in en voor een innovatieve samenleving zichtbaar maken via een integrale en participatieve benadering. Inzicht in het verleden en de omgang met het verleden zorgt ervoor dat we vraagstukken in een breder (tijds)perspectief kunnen zien, zaken kunnen relativeren en onze eerdere ervaringen kunnen benutten voor huidige en komende opgaven en overbrengen aan toekomstige generaties.

Nieuwe verbindingen met andere NWA routes en agenda’s

Naast de nu nog grotendeels ontbrekende, historische dimensie in de NWA kan de route Levend Verleden inhoudelijke brandstof geven aan verschillende andere NWA-routes. Wetenschappelijk verantwoord onderzoek naar het verleden en onze omgang met het verleden is belangrijk als het gaat om vraagstukken op het gebied van een Veerkrachtige Samenleving (geworteld zijn, identiteit), Kunst (nieuwe fysieke analyse-technieken, affectief erfgoed), Conflict én coöperatie (omstreden erfgoed), Smart liveable cities (vestigings- en welzijnsfactor), verantwoord gebruik van Big Data (patronen, modelleren, extrapoleren), Kwaliteit van de Leefomgeving (cultuurlandschap, herbestemming, quality of place), Circulaire economie (hergebruik van materiaal, embodied energy), Gezondheid (emotioneel welbevinden, mentale gezondheid) en Duurzaam geproduceerd voedsel (streekproducten). Ook voor andere routes als Water, Energietransitie, Logistiek, en Materialen kunnen inzichten uit het verleden leiden tot inspirerende oplossingen. Om kennis en begrip van erfgoed te stimuleren, heeft de Europese Commissie het jaar 2018 uitgeroepen tot het Europees jaar van het cultureel erfgoed. Cultureel erfgoed wordt inmiddels erkend als strategische bron voor een duurzaam Europa, met integratieve en participatieve potenties, en  wordt van grote waarde gezien in economisch en maatschappelijk opzicht2. Binnen Europa hebben diverse landen zich op het gebied van erfgoed verenigd om meer synergie te halen uit hun onderzoeksprogramma’s op basis van een gedeelde onderzoeksagenda en onderzoekscalls3, om kostbare onderzoeksinfrastructuur te delen4, om internationaal onderzoek te bevorderen5, en om erfgoed voor iedereen toegankelijk te maken6. Ook nationaal laten diverse onderzoeksagenda’s7 zien dat het verleden niet alleen een instrumentele rol speelt als economische factor (voor wat betreft banen, handel, toerisme, vestigingsplaatsfactor, etc.) en ook maatschappelijk kan worden ingezet (zoals m.b.t. identiteit, cohesie, participatie, betekenis), maar ook onverminderd belangrijk blijft als object van onderzoek. Dat is ook de reden dat erfgoed op de agenda van de topsector creatieve industrie (CLICKNL/Cultureel Erfgoed) staat en hoge prioriteit heeft op de NWO roadmap Smart Culture.

LevendVerleden-tekst integraal-mei 2016.jpg
 

Voor de route Levend Verleden zijn de relevante NWA-clustervragen: 31, 36, 41, 46, 47, 66, 67, 110,

111, 112. En op onderdelen 6, 8, 10, 11, 13, 18, 30, 32, 43-45, 48-50, 60-64, 68-72, 78, 93, 107-109,

113.

 

Behalve voor een inter- of zelfs trans-disciplinaire aanpak staan deze agenda’s voor een dynamische, subjectgerichte erfgoedbenadering; er bestaat geen objectieve, vaststaande voorraad erfgoed die beschermd moet worden door ze te isoleren, maar we hebben te maken met een continue herdefiniëring van het object in voortdurende interactie met mensen. Deze benadering van erfgoed kiezen wij ook voor deze route: het verleden is niet dood, het verleden leeft en wordt telkens weer opnieuw van betekenis voorzien. In deze tijd zijn daarbij drie ‘game changers’ bepalend: vraagstukken rond duurzaamheid en temporaliteit, veranderingen op het gebied van governance (deinstitutionalisering, veranderende rol van de professional, veranderende visies op leken-expertise en burgerparticipatie), en verscherping en polarisering in het publieke debat. De impact van de route is gelegen in de ontwikkeling van nieuwe instrumenten om de gecompliceerde omgang met het verleden in kaart te brengen en de bijdrage richting toekomst te vergroten.

 

Game changer 1: Duurzaamheid en temporaliteit in een veranderende samenleving

Hoewel het alarmerende Rapport van de club van Rome al bijna 45 jaar oud is, is de maatschappij zich toch pas relatief recent gaan heroriënteren op duurzaamheid. Met het onderzoek naar de  betekenis van het verleden in en voor een duurzame samenleving wil deze route bijdragen aan het zoeken naar concrete oplossingen voor duurzaamheidsvraagstukken. Het gaat daarbij om, bijvoorbeeld, onderzoek naar hergebruik van data, objecten, materialen en gebouwen. Duurzaamheid gaat echter niet alleen om de footprint, het gaat meer in het algemeen om toekomstgerichte omgang met materiële en immateriële sporen uit het verleden, om vraagstukken op het gebied van temporaliteit: hoe gaan we in een snel veranderende wereld om met historisch gegroeide verzamelingen op het gebied van kunst en kunstnijverheid, met plaatsen van herinnering, met archivalische data, met tradities. Wij kunnen onmogelijk alles behouden. Maar hoe zorgen wij ervoor dat datgene behouden kan blijven dat wij nu, vanuit een oogpunt van duurzaamheid, liever niet vervangen?

Het gaat daarbij ook om behoud van kennis. Duurzaamheid van kennis heeft niet alleen een culturele maar ook een economische dimensie. Telkens weer opnieuw het wiel uitvinden is immers kostbaar. Dat geldt ook voor onderzoek en dataverzameling; het ontbreken van een gestandaardiseerde, duurzame en toegankelijke opslag van historische data bemoeilijkt longitudinale analyse van patronen, monitoring en modellering. Digitale duurzaamheid gaat dus niet alleen over data, maar ook over (gezag over) de organisatiestructuur. Belangrijke vragen die worden ingegeven door de heroriëntatie op duurzaamheid en die moeten leiden tot nieuw instrumentarium en handelingsperspectief zijn: Op welke wijze kan historisch (landschappelijke) kennis bijdragen aan het innovatief en duurzaam realiseren van ingrijpende landschappelijke transformaties (waterveiligheidsingrepen, energietransitie)? Hoe kan behoud door duurzame transformatie van jong erfgoed (naoorlogse stedelijke gebieden) bij grote ruimtedruk worden gerealiseerd? Hoe geven we een inpuls aan de instandhoudingsopgave voor kunsthistorisch en technisch onderzoek en hoe garanderen we de duurzaamheid van historische voorwerpen en gebouwen die wij willen behouden voor de toekomst, inclusief objecten die gemaakt zijn van moderne materialen zoals plastics, plaatmateriaal en beton? In de wereld heeft Nederland een dominante positie in (het op basis van beschikbare Big Data modelleren van) de lange-termijn interactie tussen landschapsdynamiek en culturele adaptatie op de grens van land en water8. Uitbouwen van deze kennis en extrapoleren richting toekomst, ook op andere erfgoedterreinen, is niet alleen economisch lucratief maar ook noodzakelijk gegeven maatschappelijke opgaven zoals klimaatverandering.

Voor game changer 1 ‘Duurzaamheid en temporaliteit’ zijn de relevante clustervragen: 6, 8, 10, 11, 13,

15, 18, 30, 36, 45, 48-50, 66, 72, 78, 93, 110, 111, 112.

 

Game-changer 2: De burger als expert

 

Ondersteund door onder meer een betere (digitale) toegang tot informatie, toegenomen mobiliteit, welvaart en vrije tijd en een hoger opleidingsniveau, heeft de goed geïnformeerde, mondige en betrokken burger zich een grote rol in het debat over de omgang met sporen uit het verleden en de rol van het verleden in het heden toegeëigend. Dit geldt in het digitale domein, waar eindgebruikers en erfgoedcollecties dezelfde informatieruimte delen, en het geldt ook meer en meer op het materiële vlak. Traditioneel werd de ontwikkeling van kennis over het verleden op basis van materiële overblijfselen zoals bewaard in het Nederlandse landschap, het bodemarchief, musea, archieven en de gebouwde omgeving als privilege van academische en overheidsinstellingen opgevat. Een nieuwe ontwikkeling is de rol van citizen science, waarbij burgers via lokale initiatieven en digitale platforms bijdragen aan de beschikbare kennis van het verleden. Citizen science levert in potentie niet alleen belangrijke bijdragen aan onderzoek en data-registratie in de archeologie, musea en archieven, maar leidt ook tot toenemende betrokkenheid van burgers bij de inrichting van de ruimtelijke omgeving. De duurzame productie, toegang en opslag van gedigitaliseerd en digital born erfgoed komt ook steeds meer in handen van burgers. Hierdoor versmelten de rollen van erfgoedconsument en -producent, van maken, beheren en gebruiken. Belangrijke vraagstukken die worden ingegeven door Citizen science gaan over emancipatie en democratisering. Ervaring geldt steeds meer als kennis. Hoe waarderen we deze vorm van embodied knowledge? Wat betekent de veranderende rol van de burger voor die van de professional? Wie draagt verantwoordelijkheid voor het codificeren en verbinden van informatie in diverse media, hoe verenigen we verschillende kennisbronnen en zetten deze in voor het herkennen van patronen en trends en de ontwikkeling van toekomstscenario’s? Nederland is in Europa koploper op het terrein van op het verleden gerichte citizen science, in musea (participatie en crowdsourcing), ArcheoHotspots (vindplaatsen) of landschapsbiografieën (verhalen). Uniek in vergelijking met ons omringende landen is de intensieve interactie tussen onderzoek en de beroepspraktijk. In de combinatie van sociale, geestes- en exacte wetenschappen opereert Nederland wereldwijd aan het front op het gebied van materiaal-technologisch onderzoek, multimedia indexering, taal- en spraaktechnologie, human-computer interaction en big-data analyse. Gestimuleerd door het topsectorenbeleid, de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed en Nederlands sterke positie in internationale netwerken9 komen datasets en tools voor een grote groep internationale gebruikers beschikbaar. Hoewel uitdagend, kan de combinatie van ‘wetenschappelijke’ en ‘maatschappelijke’ dataverzameling, -analyse en kennis leiden tot onverwachte oplossingen als het gaat om behoud van erfgoed en toepassing ervan voor maatschappelijke uitdagingen.

Voor game changer 2 ‘De burger als expert’ zijn de relevante NWA-clustervragen: 8, 11, 15, 18, 30-

32, 36, 41, 43-45, 46, 47, 48-50, 60-64, 66, 67, 70, 93, 110, 111, 112.

 

Game changer 3: Betwist erfgoed

Maatschappelijke dynamiek zorgt voor toenemende diversiteit in de omgang met het verleden en voor uiteenlopende affectieve betrokkenheden. Denk aan het debat over Zwarte Piet en het slavernijverleden of de veranderde plek van religie en religieuze repertoires in ons dagelijks leven. Hoe kunnen we in een samenleving die zich kenmerkt door emotioneel geladen processen van erfgoedvorming komen tot maatschappelijke binding? Hoe om te gaan met de polarisering in debatten over eigenheid en identiteit, waarbij telkens emotionele claims op het verleden worden gedaan? Juist in deze context lijkt het belangrijk om te investeren in historisch besef en ‘erfgoedwijsheid’. Maar wat betekent dat in de praktijk, wat voor (didactische, educatieve) instrumenten zijn hiervoor voorhanden? Hoe te komen tot een breed gedeeld besef dat erfgoedrepertoires niet een vast gegeven zijn, maar het voorlopige resultaat van onderhandelingen waarin tal van stakeholders actief zijn, allemaal met hun eigen belangen en emoties? Wat voor rol kan (of willen we dat) het verleden spelen in een samenleving waar uiteenlopende groepen allemaal hun eigen ‘verledens’ in stelling brengen en conflicterende erfgoedwaarden koesteren?

Het Nederlandse onderzoekslandschap wordt gekenmerkt door een sterke samenwerking tussen verschillende sectoren: wetenschap (interdisciplinair), publieke en private partners. Het onderzoek in dit sterk interdisciplinaire veld wordt gestimuleerd door vooruitstrevende erfgoedprogramma’s10, die zich vanuit de praktijk samen met academische partners richten op onderzoek naar de omgang met het verleden in het heden. In een context van maatschappelijke polarisering en politisering van identiteitsvorming vragen deze programma’s niet alleen aandacht voor meerstemmigheid en multiperspectiviteit maar ook om een meer activistische houding, onder andere in een streven naar dekolonialiteit. Die roep om engagement heeft consequenties voor de omgang met het verleden, ook de wetenschappelijke omgang. Het raakt het academische onderzoek, dat immers niet in isolement plaatsvindt. Hier doen zich nieuwe uitdagingen voor, waar deze route zich rekenschap van wil geven door nieuwe instrumenten te ontwikkelen om om te gaan met die uiteenlopende veranderende werkelijkheden.

Voor game changer 3 ‘Betwist erfgoed’ relevante NWA-clustervragen: 6, 30, 31, 32, 36, 41, 43-45, 46,

47, 48-50, 60-64, 66-71, 108, 110, 111, 112, 113.

 

Samenwerking

De samenwerking tussen de Nederlandse partners vindt plaats in de netwerken van CLICKNL|Cultural Heritage (Topsector CI), met in het kernteam: Meertens Instituut (KNAW), Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (B&G), Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE); Het Netwerk Digitaal Erfgoed (NDE), met in kernteam KNAW, B&G, RCE, KB, Nationaal Archief; De Nationale Onderzoeksraad Erfgoed, met vertegenwoordigers per discipline, afkomstig van universiteiten (Erasmus, VU, Maastricht, Wageningen, Tilburg) en KNAW (Meertens), hogescholen (Reinwardt), culturele instellingen (Rijksmuseum, B&G, Digitaal Erfgoed Nederland) en overheden (Gemeente Amsterdam, provincie Brabant, RCE).

 

Benodigde additionele middelen

Lopend onderzoek wordt betaald vanuit onder meer NWO, topsector creatieve industrie, EU Horizon2020, JPICH en NICAS. De onderzoeksmogelijkheden zijn legio en er is op allerlei plekken geld voor te halen. Hoewel erfgoedonderzoek nu al in hoge mate interdisciplinair plaatsvindt, zouden onderzoeksprojecten in andere domeinen gebaat zijn bij de nu nog vaak ontbrekende historische dimensie. Het is dus zaak om een meer holistische, transdisciplinaire dimensie bij dat onderzoek te agenderen. Ook vragen genoemde gamechangers om een meer vraaggestuurde vorm van onderzoek, in cocreatie met overheden en burgers, door de maatschappelijke sectoren nóg meer te verbinden dan nu het geval is, want juist daar zit in de toekomst de kennis- en maatschappelijke winst. Een investering vanuit de NWA zou juist hierin kunnen voorzien.

 

Begroting Levend Verleden

Vraag gestuurd onderzoek in co-creatie met overheden en bedrijfsleven:

voortkomend uit de grote opgaven, ter ondersteuning van

meerjarige interventieprocessen.                                                               Kosten ca € 3.000.000

Onderzoeksprojecten: uitgangspunt : 4 jaar

Ca 4 projecten, bestaande uit AIO’s en Postdocs.                                                        € 7.150.000

Infrastructuur (Hardware; Digitalisering tbv onderzoek; Processing;

Opslag en beheer; Coördinatie).                                                                          ca. € 3.300.000

Allocatie andere financiële stromen (Beurzen voor medewerkers van

erfgoedinstellingen, KIEM regeling, Valorisatieprojecten;

Internationaal: Joint Programming):                                                                         € 3.725.000

Totaal                                                                                                                   € 17.175.000

 

Gevraagde investering NWA € 13.450.000

 

note:

1 Short-termism, zoals Armitage en Guldi vaststellen in hun The History Manifesto (2015)

2 Raadsconclusies ‘CH as strategic resource for a sustainable Europe’ (2014), EC communication ‘Towards an integrated approach to CH for Europe’ (2014), Horizon2020 (erfgoed in diverse pilaren en uitdagingen), Getting heritage to work for Europe (expert group on cultural heritage, 2015), Cultural Heritage Counts for Europe (2015).

3 Strategic Research Agenda, Joint Programming Initiative Cultural Heritage and Global Change

4 European Research Infrastructure Heritage Sciences (E-RIHS)

5 Humanities in the European Research Area (HERA; samenwerking ‘research councils’ in Europa)

6 Europeana Strategy 2020: 'We transform the world with culture'

7 Nationale Kennisagenda voor het Museale veld, Karel van Mander Instituut, NWO, KNAW, RCE i.o.v. OCW; Nationale Strategie Digitaal Erfgoed, door KNAW, OCW en RCE, Beeld en Geluid, KB; Nationale Onderzoeksagenda Erfgoed en Ruimte, Netwerk Erfgoed en Ruimte i.o.v. RCE minEZ/IenM/OCW; Nationale onderzoeksagenda Archeologie (NOaA 2.0), Door RCE, overheden, bedrijfsleven.

8 Voorbeelden van modeleren en integreren van cultuurhistorische en landschapsgenetische informatie zijn het Dark Age project UU http://darkagesproject.com/welcome-2/ en GIS-based benaderingen als ‘Land Use Scanner Model’ van Spinlab (VU)https://www.feweb.vu.nl/gis/research/?ResearchID=292&MenuStat=28

9 Bijvoorbeeld CLARIN, DARIAH, ARIADNE, E-RISH en Europeana.

10 Voorbeelden zijn de NWO-dynamisch erfgoed-programma’s, de museumbeurzen en programma’s van Imagine IC en het Museum voor Wereldculturen.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie