Memorial Lecture: Verhalenhuis Belvédère - De loop van het verhaal

Nel van Dijk, interimdirecteur van de Reinwardt Academie, heet de bezoekers van deze Memorial Lecture – verbonden door een gedeelde passie voor cultureel erfgoed – welkom. Volgens Riemer Knoop sluit deze verbondenheid aan op de kwaliteiten van Caspar Georg Reinwardt, de wetenschapper naar wie de Reinwardt Academie is vernoemd. Reinwardt wist in zijn carrière diverse wetenschappen en praktijken met elkaar te verbinden. Verbinding staat ook centraal deze avond op de Reinwardt Academie. Waar het normaal gesproken voornamelijk over erfgoed gaat, gaat het vanavond om de verbindende factor zelf: de verhalen.

Aankomst

Verhalenhuis Belvédère ligt in ‘aankomstwijk’ Katendrecht in Rotterdam-Zuid. Rotterdam-Zuid is het stadsdeel met het laagste gemiddelde inkomens- en opleidingsniveau. Sterker nog, het staat niet eens weergegeven op de toeristische kaart, liggend onder de Maas: Katendrecht is er gewoon afgeknipt. Samen met een sociaal geograaf en een fotograaf betrok Malherbe in 2008 het huidige Verhalenhuis als tijdelijke werkplek. De rijke historie van het gebouw met een verleden als grand-café, (destijds) illegale jazzclub, worstelclub en Grieks restaurant bieden een rijke voedingsbodem voor verhalen, doordrenkt van sociale historie. Maar het gaat niet om plek, vervolgt Malherbe: ‘de mensen zijn het kapitaal van zo’n stadsdeel’. En zo werd er gestart met een sociaal fotoproject waarbij groepen – van de Surinaamse zangvogelvereniging tot rechters – op de gevoelige plaat werden vastgelegd. Uiteindelijk stonden er bijna vijfduizend mensen, op de locatie die zij als groep samen deelden, op de foto.

‘De stad wordt fijner als je wat meer van elkaar weet’, vertelt Malherbe. Het gezamenlijk kijken naar elkaars foto’s versterkt zo’n uitwisseling. Daarom werden de groepsportretten buiten in de wijk, zo toegankelijk mogelijk, tussen de Kapenezen en Katendrechters tentoongesteld. Een verzekering om de foto’s, verlichting en pilaren te beveiligen, bleek echter niet te betalen. Zonder verzekering en op goed vertrouwen werd alles vervolgens buiten gezet, en na anderhalf jaar buiten gestaan te hebben was er nog geen lampje bekrast.

En zoals een plek mensen bij elkaar kan brengen, kan het ze ook verenigen. Het museum was inmiddels tot ontmoetingsplek verworden en daarmee werd eigenaarschap belangrijk. Zeggenschap over zo’n pand was lastig, vertelt Malherbe, het moest dus gekocht worden. Anderhalf miljoen was er nodig. Door de buurt te vragen obligaties te kopen, werd er sociaal en financieel draagvlak gevonden voor een breder financieel netwerk. Zodat ten slotte, met behulp van banken én de buurt, het pand gekocht kon worden. Dit betekende echter (nog lang) niet dat het pand ook bruikbaar was. In 2013 ging het pand gedeeltelijk open, en momenteel is een deel nog ontoegankelijk.

De stad in

Naast de tentoonstelling werden de groepsportretten ook in een boek gepubliceerd. Vervolgens is deze methode toegepast in Rotterdam-Noord en momenteel is Verhalenhuis Belvédère ook in stadsdeel West bezig. In 2010 trok Verhalenhuis Belvédère verder, of eerder dieper, de stad in, in het kader van een project van de stad over de twaalf kilometer lange brandgrens die door Rotterdam loopt. Hoe kun je deze geschiedenis collectief herhalen? ‘Volgens mij moet je altijd mensen zelf laten vertellen’ antwoordt Malherbe. In het teken daarvan werden mensen gevraagd om minstens één uur lang te laten vertellen over hoe hun dag, op 1 mei 1940 er uit zag. Veel mensen vonden dit moeilijk. De nodige emoties kwamen dan ook los in de verhalenkeet, de minibouwkeet die was omgebouwd tot verzamelbaken van oral history. Niet alleen het vertellen maar ook het luisteren naar deze verhalen liet mensen niet ongemoeid. De verhalen werden in groepen beluisterd, met ieders hoofd tussen de zachte klem van een koptelefoon. Aan de hand van een tafelkleed dat dienst doet als plattegrond luisterden en keken vijfentwintig groepen naar de geschiedvertelling van hun stad.

Maar, vervolgt Malherbe, ‘verhalen leveren altijd verhalen op’. Om gevolg te geven aan deze verhalenreeks werden er in het jaar daarop 101 mensen geïnterviewd over de wederopbouwtijd in Rotterdam. Dit limiteerde zich niet tot 1966, ook nieuwkomers werden betrokken en actief aan de oudgedienden verbonden. Samen gingen zij, beschrijft Malherbe, ‘op zoek naar de ziel van de stad’.

Dit illustreert ze met een treffend voorbeeld over verschillende relaties tot het standbeeld De verwoeste stad van Ossip Zadkine op Plein 1940. Zo was er een vrouw die zich herinnerde hoe zij als negenjarig meisje bij de onthullingsceremonie was én voelde dat er één Rotterdam was. Of de man die ervoer dat het standbeeld, de man zonder hart, juist tot het hart van de stad was verworden. Een ander herkende zijn voormalige woonplaats in Syrië, die inmiddels van haar hart was ontdaan.

Binnenshuis

 ‘Niemand zegt tegen ons: ‘ik heb een verhaal’, maar iedereen heeft een verhaal’. Het naar boven halen, en presenteren van deze verhalen is juist de kunst. En zo werd ook de volkskeuken onderdeel van het programma. De volkskeuken dient als een soort podium, een plek om te koken, te eten en (migratie)verhalen te delen. 48 van de 175 nationaliteiten die Rotterdam rijk is hebben inmiddels in de keuken gestaan. In het museum worden ook persoonlijke feesten gevierd, zoals een Somalisch geboortefeest of Bulgaars verlovingsfeest. Door de ruimte gratis beschikbaar te stellen, in ruil voor een aantal gastplekken voor mensen uit andere culturen, worden ontmoetingen gestimuleerd. Mensen vinden dit ontzettend leuk en ‘het eindigt vaak met dansen’ besluit Malherbe.

Tentoonstellingen

Naast dit alles zijn er in het Verhalenhuis Belvédère ook ‘gewone’ tentoonstellingen. ‘Iedereen bewaart van alles’ en zo komen objecten, foto’s en verhalen uit de buurt iedere drie maanden samen in een nieuwe tentoonstelling. Malherbe beschrijft dit als een soort ‘expositiefeuilleton’, waar de reacties op de ene tentoonstelling haast natuurlijk leiden naar de volgende. Ze stuurt altijd aan op persoonlijke verhalen boven algemene verhalen, want iets persoonlijks is vaak ook iets universeels.

Zo ook in een tentoonstelling over serviesgoed en gebruiken in samenwerking met Museum Booijmans. Hier werden een aantal bruiklenen zij aan zij tentoongesteld met verhalen uit de buurt. Verhalen verbinden aan materieel erfgoed werkt waardeverhogend voor zowel verhaal als object. ‘Betekenisgeven zit in samenwerken, in samen doen’.

Malherbe vertelt over Afrikaanse oma’s, Feyenoorders met een stadionverbod, stuurse buurmannen, levensveranderende schilderijen of onderduikers in de wijk. Door wat Malherbe ‘onzichtbaar regisseren’ noemt, vinden bij Verhalenhuis Belvédère de meest ongelofelijke ontmoetingen plaats.

Maar ook kunst heeft een plaats in het Verhalenhuis, dankzij een samenwerking met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Deze samenwerking draait vooral om het werk van Dolf Henkes, wiens voltallige oeuvre van 3500 schetsen en schilderijen over Katendrecht wordt gebruikt om verhalen over de buurt te vertellen. Kapenezen en Katendrechters hebben vaak geen idee van het werk van Henkes. Of weten niet dat het zo beroemd is buiten de wijk.

De toekomst

De toekomst van musea, en het Verhalenhuis, gaat volgens Malherbe over ‘dat collecties komen waar mensen zich bewegen’. Deze beweging, de focus op het proces, komt ook terug in hun achterban waar wordt gewerkt met relaties in plaats van doelgroepen. Zo kwamen zij in contact met ‘Jan en alleman’ door vaak simpelweg aan te bellen. Hoe hadden ze anders geweten dat Rotterdam drie Chinese operagezelschappen heeft? Het gaat Malherbe om de ‘menselijke kant van de stad benadrukken’. Zo is het museum inmiddels ook weer naar buiten getrokken, waar stadsontdekkingstochten en migrantours mensen samen laten kijken en luisteren naar de stad. Samen gaan deelnemers langs plekken in de stad waar ze zich thuis voelen want ‘er gebeuren de meest spannende dingen als je naar mensen luistert’. Nadat in 2013 de helft van het Verhalenhuis werd opengesteld is sindsdien het huis nog steeds niet helemaal open, een laatste ruimte is nog niet opgeknapt. Dat is echter helemaal geen probleem, want het Verhalenhuis is eigenlijk een beetje overal in Rotterdam.

 Bekijk het videoverslag hier.

 

 


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie