Verslag Erfgoedarena - Erfgoed Telt? 17 oktober 2018

Deze avond staat de beleidsbrief ‘Erfgoed Telt!’ van minister Van Engelshoven over erfgoed in de leefomgeving en de instandhouding van erfgoed centraal. Zowel de brief als de zaal zetten in op de verbindende factor van erfgoed.

Iets na achten stroomt de zaal vol met nieuwsgierige gezichten. Nel van Dijk, directeur van Reinwardt Academie, heeft de Erfgoedarena altijd graag bezocht. Het bijzondere is volgens Van Dijk dat allerlei mensen met verschillende zienswijzen hier bij elkaar komen. “Soms knettert het, soms is het ‘oké’ maar het is altijd de moeite waard’’.

Een vertrouwd onderdeel van de Erfgoedarena is tafelheer Riemer Knoop, Lector aan de Reinwardt Academie. Hij zal gedurende de avond verschillende stellingen en sprekers introduceren en als eerst: het onderwerp. Deze avond staat de beleidsbrief ‘Erfgoed Telt!’ van minister Van Engelshoven over erfgoed in de leefomgeving en de instandhouding van erfgoed centraal. Zowel de brief als de zaal zetten in op de verbindende factor van erfgoed. Snel genoeg zal blijken dat de ‘splijtende’ kant van erfgoed vandaag de dag niet meer zo makkelijk aan de kant kan worden geschoven. Maar daarover later meer.

De cijfers

Karel Loeff van Erfgoedvereniging Bond Heemschut is de eerste die het woord mag voeren met een introductie en analyse van het document. ‘Erfgoed Telt!’ vindt oorsprong in de klassieke erfgoedzorg, die gestoeld is op de monumentenwet van 1961 waarin het particulier eigendom centraal staat.

Aan deze brief is een lang proces voorafgegaan waarbij gekeken is naar het gehele monumentenstelsel. In deze beleidsbrief ziet Loeff de presentatie van een duidelijke visie op erfgoed in de breedte met een bijbehorend budget van 350 miljoen voor de komende vier jaar.

Toch lijkt 350 miljoen euro in vier jaar tijd relatief weinig voor de 100.000 monumenten die Nederland rijk is. Het Interprovinciaal Overleg (IPO) gaf aan meer dan 300 miljoen nodig te hebben voor de restauratie van alle monumenten in Nederland. De vraag of 350 miljoen wél genoeg is voor de monumenten die afhankelijk zijn van dit budget blijft onbeantwoord. Maar met dit bedrag is ook heel veel mogelijk: grote restauraties en hoognodige investeringen op het gebied van duurzaamheid en toegankelijkheid.

De cijfers op een rijtje: Voor de periode van 2018-2021 is er 350 miljoen vrijgemaakt. Het grootste deel (171 miljoen) gaat naar ‘klassieke monumentenzorg’. Gevolgd door ‘grote monumenten’ (125 miljoen), een nieuwe regeling voor grote monumenten die belangrijk zijn voor de Nederlandse geschiedenis zoals de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Breda en de Stevenskerk in Nijmegen en ‘leefomgeving’ (35,6 miljoen). De kleinste twee budgetten zijn voor ‘verbinden’ (11,9 miljoen) en ‘opleidingen’ (5,25 miljoen). Kortom, een groot deel van deze begroting gaat naar traditionele monumentenzorg, waarbij volgens sommigen vernieuwing van de monumentzorg achterblijft. Maar als we kijken naar de cijfers van vorige jaren dan wordt duidelijk dat het extra geld dat is vrijgekomen voor het monumentenstelsel is gegaan naar de ontsluiting van gebouwd erfgoed.

Met deze verdeling is de kous echter nog niet af. Deze beleidsbrief beslist namelijk niet over wie het geld gaat besteden en hoe. Wie zegt dat het ontsluiten en verbinden van monumenten niet onder de zorg voor monumenten valt?

Misschien heel Hollands, merkt Loeff op, maar uiteindelijk gaat deze beleidsbrief vooral over geld. Er werd veel gesproken over de overstap van een fiscale regeling naar een subsidieregeling, maar wat ontbreekt zijn de verschillende waarden van erfgoed en een kritische blik op het huidige stelsel.

De focus binnen de beleidsbrief ligt bij gebouwd erfgoed. Daarbovenop komt dan de expliciete aandacht voor joods erfgoed en kerken, waardoor een onevenwichtige balans ontstaat, zo meent Loeff. Niet alleen gebouwd erfgoed is een drager van het verleden, ook de zachte immateriële kant vormt die verbinding met het heden. Tevens mist er wat pit voor erfgoed op het snijvlak van behoud en gebruik zoals mobiel erfgoed en historische interieurs. Loeff mist een kritische blik over het functioneren van het monumentenstelsel. Klopt dit hybride systeem waarbinnen diverse overheden soms wel en soms niet gezamenlijk optrekken nog wel?

Plussen en minnen

Vervolgens zijn scholieren Eline Schaap en Sanne van Elzakker aan het woord, beiden betrokken bij een van de denktanks van Kidsmindz, een stichting die opdrachten van overheden en bedrijven wegzet bij jongerendenktanks. Eline en Sanne gingen voor de beleidsbrief aan de slag met de werkopdracht: “Hoe kan ’Erfgoed Telt!’ ervoor zorgen dat jongeren zich actief gaan inzetten voor de toekomst van historische gebouwen in Nederland?”. Een scala aan leuke ideeën passeert de revue: gebruik meer social media, een quiz-app, escaperooms, verhalen en games, (historische) storytellers en gastsprekers op school die geschiedenis weer tot leven wekken en in het hedendaagse bestaan plaatsen. Het meest tot de verbeelding sprekende idee is het adopteren van monumenten door scholen. De school onderhoudt, gebruikt en onderzoekt het monument aan de hand van lesmateriaal, excursies en toneelstukken. De tragiek van deze voorstellen is dat het beleidsdocument zich beperkt tot het beheren en behouden van gebouwd erfgoed, terwijl deze ideeën zich verhouden tot de uitvoering. Al deze creatieve ideeën lopen dus vooruit op de uitvoering van dit beleid.

Nieuwe waarden

Jobbe Wijnen, conflict- en contemporain archeoloog laat aan de hand van sterke voorbeelden zien hoe erfgoed als erfgoed duiden en ontsluiten hand in hand kan gaan. “Niet weten wat ik aan het doen ben is daar een heel belangrijk onderdeel van,” vertelt Wijnen. Een bijna naïeve opstelling helpt om aandachtig te luisteren naar wat mensen belangrijk vinden, zonder daar meteen erfgoedwaardes op te plakken. Zo wordt de verbinding tussen erfgoed en mensen gecreëerd.

Bij archeologie ontstaat al snel een beeld van grote opgravingen in de natuur. Archeologie vindt in principe ook niet plaats in gebouwen of in de recente geschiedenis. Zo is de Tweede Wereldoorlog pas sinds tien jaar een thema binnen dit vakgebied. In dit unieke geval functioneerde de kruipruimte van een kazerne in Ede wél als archeologische vindplaats. Wijnen groef hier maar liefst 1200 objecten op, daterend uit de periode tussen 1930 en 2005. Een rijke vondst met een grote diversiteit aan objecten: van een liefdesbrief van een Canadese soldaat tot een schilderij van prinses Marijke. De vervolgvraag (is dit erfgoed?) vormde de aanleiding voor een jarenlange discussie tussen de gemeente Ede en defensie. Uiteindelijk konden de vijftien dozen met materiaal en het schilderij terecht bij het Platform Militaire Historie.

Er is ontzettend veel te onderzoeken, vervolgt Wijnen. Zo heeft hij een online database met treklipjes van over de hele wereld opgezet. Een project dat doet denken aan Garbiology, de biologie van afval. Treklipjes zijn niet archeologisch beschermd, maar na een aantal Amerikaanse treklipjes in zijn collectie op te hebben genomen ontving Wijnen een brief. De treklipjes waren volgens die briefschrijver illegaal over de grens vervoerd, er zit namelijk nog een patent op de lipjes.

Zo’n project werpt interessante vragen op over de vernauwende structuren waarbinnen mensen mogen zoeken en ontdekken. Op het moment dat een object de archeologie toebehoort, mag je er niets meer mee doen, terwijl het gesprek volgens Wijnen juist het belangrijkste is. De conclusie luidt: “Als je op zoek gaat naar waarde dan zul je het ook vinden. Maar zodra je die waarde vindt, moet je in gesprek blijven met elkaar tótdat er een oplossing komt.”

Splijten en splitsen

Joost Kuggeleijn, coördinerend beleidsmedewerker Directie Erfgoed & Kunsten bespreekt tot slot de verbindende waarde of kracht van erfgoed voor iedereen in Nederland. Erfgoed waar we, samen met de stakeholders, goed voor willen zorgen. Verbondenheid met erfgoed is soms feestelijk zoals het Bloemencorso in Winterswijk, soms complex zoals de schade in Groningen. Erfgoed is beladen, een inspiratie voor de toekomst, maar altijd verbonden met mensen, plekken en gebeurtenissen. Wat gaan we nu doen om die waarde meer tot zijn recht te laten komen? Sommige belangrijke thema’s komen aan bod, zoals veel aandacht voor vrijwilligers, actualisering van Het Canon van Nederland, investeringen in erfgoededucatie en museumbezoek en investeringen in immaterieel erfgoed via het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Verder speelt het thema medezeggenschap een belangrijke rol in de beleidsbrief. Zo wordt er aandacht besteedt aan de toekomstige ratificatie van het FARO-verdrag. Hiervoor moet eerst nog gewerkt worden aan het thema erfgoedgemeenschappen waar binnenkort door middel van proeftuinen op wordt ingezet. Ook het regeerakkoord schemert door in dit document, zoals de Right To Challenge-regeling, bedoeld om initiatieven vanuit de samenleving ruimte te bieden. Daarnaast komt er budget voor het gemeenschappelijk erfgoedbeleid met andere landen, zoals Indonesië.

Maar Kuggeleijn is ook kritisch. Volgens hem wordt cultuur regelmatig opgevoerd ten behoeve van sociale cohesie, gezondheid en tegen eenzaamheid. Maar datgene wat verbindt, splijt ook. De beleidsbrief is een polderdocument, waarin ieder zijn taartpunt krijgt maar niets besproken wordt. Riemer Knoop voegt hieraan toe dat dat iedere partij binnen de coalitie een stukje van de taart lijkt te hebben gekregen. Misschien is dit geen gedeelde visie, maar een samengestelde visie. Kortom, er blijven veel vragen liggen voor de praktijk. Erfgoed is tot stand gekomen door heel veel te praten met het veld. Wat Kuggeleijn betreft, zal dat in de uitvoering niet anders zijn. Maar… “je kunt niet iedereen tevreden houden, zelfs niet als je 350 miljoen hebt.”

Wie telt er mee?

De kritiek die zich gedurende de avond langzamerhand aftekent, weerspiegelt de huidige staat van de erfgoedsector. De goede intenties van de brief zijn duidelijk, maar blijven hangen bij een volgende stap. Want is die verbindende waarde van erfgoed niet te rooskleurig, splijt erfgoed niet ook? Kuggeleijn geeft de zaal mee dat het onderwerp lastig te grijpen is, onder meer door het onderscheid dat de overheid maakt tussen wat er moet gebeuren en hoe dat moet gebeuren. Maar het probleem ligt volgens sommigen in de zaal ergens anders. De hele brief begint vanuit het idee dat erfgoed voor iedereen is, terwijl dat niet zo is. “Dit document komt vanuit een witte blik” en “het splijt niet zozeer, maar is ook niet inclusief”, zijn twee opmerkingen vanuit de zaal. Soms leeft erfgoed niet, soms leven werelden langs elkaar heen of worden er mensen niet gehoord, maar erfgoed is altijd politiek en nooit neutraal. Bij het bespreken van het belang van inclusiviteit en diversiteit wordt er regelmatig teruggekopt: “we proberen het wel, maar het is erg moeilijk”. Het gevolg van die opmerking is dat het probleem telkens wordt doorgeschoven naar de volgende. Het momentum om deze verantwoordelijkheid, voor een inclusieve en diverse erfgoedsector, alsnog te nemen ligt nu bij de gesprekken over de uitvoering.

Tijdens deze avond is opnieuw duidelijk geworden dat erfgoed pas leeft wanneer mensen er met elkaar over in gesprek gaan. Ditzelfde geldt voor de dialoog over het verbinden van erfgoed, die leeft pas echt als hierover wordt gesproken in iedere schakel van het erfgoedstelsel. De vraag waarom het betrekken van diverse leeftijden (met KidsMindz) in deze beleidsbrief wel extra aandacht heeft gekregen, maar culturele diversiteit goeddeels buiten beschouwing is gelaten, blijft daarmee staan. Uiteindelijk moeten we, zoals eerder al werd gezegd, in gesprek blijven met elkaar tótdat er een oplossing komt.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie