Toerisme vernietigt dat waar de toerist naar op zoek is

Tijdens de Erfgoedarena van november 2018 sprak Cheyenne Zwagerman over haar scriptieonderzoek- toerisme en erfgoed. Lees hier haar column

Wat blijft er van ons cultureel erfgoed over als commercie en toenemend toerisme de identiteit van een plek langzamerhand ontneemt?

De termen overtoerisme en massatoerisme zijn de laatste jaren volop in de media geweest. Steden als Barcelona, Venetië, Dubrovnik, en zeker ook Amsterdam, ondervinden problemen van een overvloed aan geïnteresseerde bezoekers in hun stad. Met name bewoners klagen over de toenemende mensenmassa’s en spreken van verpretparkisering of disneyficatie. Ze ergeren zich aan de enorme aanpassingen die worden gedaan in de stad om aan de wensen van de toerist tegemoet te komen, en dat terwijl het nog maar de vraag is of die aanpassingen inderdaad voldoen aan de echte behoeftes van de toeristen.

Amsterdam is hier in geen geval een uitzondering in. Talloze souvenirwinkels, kaaswinkels, bike-rentals, neonverlichte gevelreclame en selfiestick verkooppunten, domineren het straatbeeld van onze hoofdstad. Daarnaast lijkt het nagenoeg onmogelijk te zijn om in onze eigen Nederlandse taal een kopje koffie te kunnen bestellen.

Volgens de literatuur is de actuele stijging in toerisme voornamelijk te wijten aan lagere wordende reiskosten, opkomende economieën en onder andere technische innovaties. De wereld voelt kleiner aan, wat er voor zorgt dat de men verlangt naar het vinden van de authenticiteit van een plek. Cultureel erfgoed representeert zo de identiteit van een plek en vervult hierbij de behoefte van de bezoekers die steeds meer in aantal toenemen.

Dit verlangen naar identiteit blijkt echter deels verloren te gaan wanneer de balans tussen authenticiteit en commercie uit evenwicht raakt en doorslaat naar commercie. Dat het overgrote deel van de toeristen zich gedurende hun bezoek meer bekommert om de juiste hoek voor hun selfiestick, om eindelijk die perfecte landmark foto voor Instagram te kunnen maken, betreur ik als cultuurliefhebber ten zeerste, omdat men enkel bezig is met het maken van de ‘perfecte’ foto in plaats van te genieten van ons erfgoed!

Nu de kleine Amsterdamse binnenstad verzadigd lijkt te raken van toeristen, is Amsterdam marketing in samenwerking met partners gestart met het aanprijzen van de regio om de druk van de binnenstad af te halen en de toerist de weg te wijzen naar die perfecte Instagram foto, namelijk molens (in Zaanstad), tulpen (op de Keukenhof) en klompen (in pittoreske dorpjes).

Hoe begrijpelijk deze stap ook is, het gevreesde disneyficatie fenomeen breidt zich hier gigantisch mee uit. Want wat is er nou eigenlijk nog authentiek op deze plekken?

Het inzetten van hoofdthema’s als Flowers of Amsterdam, Old Holland of Castles and Gardens of Amsterdam, geeft de bezoeker de illusie zich in een gethematiseerd pretpark te bevinden.

De pittoreske Zaanse Schans verliest haar sympathieke kleinschaligheid en dient bijvoorbeeld de historische smalle paden en bruggetjes te verbreden om de toenemende toeristenstroom te kunnen faciliteren. Lokale ondernemers ‘vergroten’ hun aanbod, door allemaal precies dezelfde, gewilde en in massa geproduceerde souvenirs in hun assortiment op te nemen, om aan de vraag van de toerist te kunnen voldoen. Grappig hierbij is om te realiseren dat hoogstwaarschijnlijk bijna alle typisch Hollandse souvenirs in Aziatische landen worden geproduceerd. 

Wij zijn een trots ondernemend volk, maar onze ondernemendheid zorgt ervoor dat onze identiteit wordt gepresenteerd als simpele producten en makkelijk te consumeren beelden. En dat is nog niet eens het ergste, het gaat door zijn omvang ook ten koste van het fysieke erfgoed, in plaats van dat het zorgt voor instandhouding van zowel de beleving als de identiteit als het historische materiaal.

Dus weg met die selfiesticks, goedkope vliegtickets, pretparken, uitgestippelde routes en laat de toerist zelf op zoek gaan naar de oorspronkelijke stukjes Nederland!


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie