Winning silver is loosing gold

Winnen, winnen, winnen, altijd maar winnen.

In mijn jeugd woonde ik in Roermond tegenover de kermis. Nog steeds klinkt bijna dagelijks in mijn hoofd de zin die metalig uit de boxen over het verlaten kermisterrein klonk: winnen, winnen, winnen, altijd maar winnen. Weinig is voor mij zo verslavend als gokspelen. De kermis, de Lotto, de Staatsloterij, de BankGiroLoterij, het Casino, maar ook de Spaanse El Gordo en de Euroloterij kunnen zich wentelen in mijn aandacht. De wetenschap dat ik niets kan doen om het resultaat te beïnvloeden geeft mij een veilig gevoel. Het niet winnen van een van deze prijzen beïnvloedt mijn humeur nooit. Zolang ik geen enkele invloed op de uitslag heb, slaap ik vredig.

Hoe anders gaat het met het winnen van prijzen die door jury’s worden toegekend. Opeens bevangt mij een paniek als ik hoor dat het museum genomineerd is voor een belangrijke prijs. Om strijd bevechten karaktertrekken elkaar die ik eigenlijk het liefste zou bedekken. Ambitie en trots zijn best okay, maar vooral dat vreselijke; niet tegen je verlies kunnen. Ik ga meteen bedenken wat ik in de strijd moet gooien om de uitslag te beïnvloeden. Te vuur en te zwaard trek ik er op uit om zieltjes en stemmen te winnen; om vriendelijk te glimlachen tegen juryleden; de boel nog eens extra te poetsen; voor de zekerheid de wc’s extra te laten glimmen.

Een prijs krijgen of erger... misschien krijgen, raakt, ergens in mij, een open zenuw. Iets waar je met hart en ziel aan verbonden bent, iets wat je gecreëerd hebt vanuit je diepste verlangen om het publiek juist dát te vertellen, valt in handen van anderen. Elke directeur moet in zijn hart zo overtuigd zijn van de fantastische kwaliteit van zijn museumproduct dat het vanzelfsprekend zou moeten zijn dat zijn/haar museum de prijs wint. Wat je laat zien is, zeker in mijn geval, heel erg verbonden met jezelf. Dus het niet krijgen van die prijs is uiteindelijk ook een afwijzing van... jezelf. En zeker bij publieksprijzen voelt een tweede plaats als falen; falen omdat je je bezoekers blijkbaar niet zo bediend hebt dat zij massaal achter jouw museum gaan staan.

Blijft de vraag of je je een prijs zo persoonlijk mag of moet aantrekken. Want het gaat tenslotte niet om één persoon. Maar… als je zo betrokken bent, creëer je ook 125 collega’s die in diezelfde lijn voelen en denken. Die net zo trots zijn en net zo graag willen winnen. Als er iemand het idee heeft om een promotiefilmpje te maken met het samen dansen van de Do the Locomotion, dan komen ze vrijwel allemaal opdraven.

Als pars pro toto moet ik constateren dat ik en derhalve het Spoorwegmuseum niet tegen mijn verlies kan. En of de jury nou bestaat uit specialisten, BN’ers of het publiek maakt weinig uit.

En bovenal geldt in neonletters: Winning silver is loosing gold.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie