Collateral damage

De wijze waarop de museumsector de discussie over afstoting in de media voert leidt tot ‘collateral damage’. Lees meer over deze stelling in de column van Max Meijer.
Download

Volledige column Max Meijer

Opschoning en afstoting is een reguliere praktijk in Nederlandse musea. Het is alweer vijf jaar geleden dat bij de herziening van de Lamo het boekje met de meesterlijke titel ‘Niets gaat verloren’ verscheen. Met als ondertitel ‘twintig jaar selectie en afstoting uit Nederlandse museale collecties’.

Er werd en er wordt dus afgestoten. Er zijn zelfregulerende instrumenten om dergelijke processen in goede banen te leiden zoals de eerder genoemde Lamo en de Etische Code voor Musea. En er is een Ethische Codecommissie die advies kan uitbrengen buiten de zelfverklaarde marges opereren.

De huidige praktijk is niet anders dan in 'Niets gaat verloren' is beschreven.
Meestal gaat het goed en worden selectie en afstotingstrajecten met de Lamo in de hand in betrekkelijke harmonie, rust en met instemming van betrokkenen afgerond. Soms loopt het vreselijk uit de klauwen en worden de voornemens subject van een publiek debat met wisselende afloop. Een ieder hier kan zich de verhitte discussies herinneren rond de meest aansprekende afstotingsvoornemens van de afgelopen 25 jaar. De Hilversumse Mondriaan, De Picasso’s en de Manet van het Haags gemeentemuseum, De Rotterdamse Rothko, De Haarlemse Benjamin West, De Haagse Mashkov en de Goudse Dumas. De voorgenomen afstoting van de Rotterdamse Afrikacollectie houdt de gemoederen nu reeds danig bezig.

Van al deze voorbeelden wisselden tot nu toe overigens alleen de Mondriaan, Mashkov en Dumas van eigenaar voor respectievelijk 2,5 miljoen gulden, 3.3 en 1,1 miljoen Euro. De overige voornemens werden ingetrokken onder publicitaire, collegiale, bestuurlijke of politieke druk; dan wel omgevingssensitiviteit van de indieners er van. Ik noem deze voorbeelden in plaats van veel van de geruislozer verlopen depot opschoningsacties, omdat ze de kern van de discussie vandaag raken. De oorbaarheid, of wenselijkheid van het verkopen uit financieel gewin, juist in tijden van krapte.

Verhitte discussies dus. Niet rond de defensiemusea, want vanuit Delft zijn missers noch smakelijke anecdotes in de media doorgedrongen, maar wel rond de Dumas. Daar raakt men, ook vanavond hier niet over uitgepraat.

Eigenlijk vind ik die Dumas-casus technisch niet erg boeiend. Wat gebeurde is helder. Conclusie is dat, zoals de Ethische Codecommissie constateerde, Museum GoudA verzuimde de vigerende procedure, met onderbouwing in collectieplan en een door de Lamo aangegeven procesgang te doorlopen. Ik zie dat als een calculated risk (waardoor de winst bitterzoet is), en als het dat niet was als een stommiteit. Want in theorie had het museum met de Lamo in de hand hetzelfde resultaat kunnen realiseren zonder gang naar collegiale bijeenkomsten met het karakter van een Poolse landdag. En zonder Lamo in de hand had het museum de mogelijkheid om vooraf zijn lidmaatschap van de museumvereniging op te geven om daarmee de kennelijk gewenste vrijheid van handelen te verkrijgen.

Wat de Dumas-casus dus interessanter maakt dan het blote feit op zich is de sectorale omgang ermee. Want waar de Etische codecommissie zich niet uitspreekt over een eventuele sanctie, deed het NMV bestuur dat wel (conclusie wel stout geweest; geen straf), maar vond een morrende ledenverzameling tegenover zich. Ik kom daar aan het slot van mijn bijdrage nog op terug.

Op aansprekende, (ofwel bijzondere, ofwel dure dan wel of discutabele) afstotingsvoorstellen wordt het krachtenveld waarbinnen de discussie vorm krijgt al snel verlegd tot de vaderlandse media aangespoord door belanghebbende voor- dan wel tegenstanders. Opvallend is dat argumenten in het publieke discours veelsoortig, matig onderbouwd. Zelfverklaarde deskundologen krijgen in de media een patform om omgeclausuleerd, en vaak ook ongeïnformeerd, aannames en onderbuikgevoelens te delibereren. Als het gaat om afstoting wordt klaarblijkelijk een achilleshiel van de sector geraakt en volgen op onzinnige vragen van journalisten vaak even drieste antwoorden van hoog ora- en retorisch niveau.

De vaderlandse afstotingspraktijk overziende keren in de mantra’s van de tegenstanders al dan niet gecombineerd steeds dezelfde argumenten terug. Genoteerd werden in mijn top vijf:

1. Museumobjecten mogen geen rol spelen in het economisch verkeer
2. Opbrengsten mogen alleen terugvloeien in de collectie (behoud of verbetering)
3. Er verdwijnt onvervangbaar erfgoed uit de collectie Nederland
4. Het schept precedenten waar overheden, en misschien ook wel Henk en Ingrid in moeilijke
tijden gretig naar kijken
5. Het is slecht voor de beeldvorming en schrikt potentiële schenkers af.

Er zijn er meer te vinden, maar over deze vijf wil ik graag wat korte mijmeringen met u delen. Niet om ze te ontkrachten maar als input voor de discussie.

Lees de hele column van Max Meijer in onderstaand PDF-document.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie