(Ver-)Dienmodellen

Download

Volledige column Paul Spies

"Het is een kwestie van zowel dienen als verdienen." Deze column gaat over kunst en economie.

Door de organisatie van deze erfgoedarena ben ik gevraagd een mening te formuleren over de opvatting van de huidige regering ten aanzien van het genereren van meer eigen inkomsten door de cultuursector. De Staatssecretaris voor Cultuur formuleerde het als volgt in zijn brief aan de Tweede Kamer d.d. 6 december 2010 als volgt:

Een gezonde cultuursector is zo min mogelijk afhankelijk van de overheid. […] Van instellingen verwacht ik dat zij in staat zijn een substantieel deel van hun eigen inkomsten uit de markt te halen, bijvoorbeeld door prijsdifferentiatie. De overheid moedigt succesvol ondernemerschap aan. Eigen inkomsten en voldoende publiek zijn dan ook harde criteria bij beoordeling van subsidieaanvragen.

En:

De nieuwe basisinfrastructuur zal minder afhankelijk zijn van de overheid en
meer gericht op publiek en private partners. […].

Laten we dit in het achterhoofd houden, maar ik wil graag een stukje close reading doen van een antwoordbrief van de minister-president van 25 februari l.l aan de directeur van het Amsterdamse Uitburo, Jacques van Veen, die zich per brief bij hem had beklaagd over Ruttes uitspraak aangaande ‘halfvolle theaterzalen’ in het televisieprogramma Het Buitenhof. De minister-president antwoordde:

De subsidieafhankelijkheid van een deel van de culturele instellingen in combinatie met overaanbod en een ten opzichte van de subsidies afnemend en, zoals in de klassieke muziek, soms sterk vergrijzend publiek is zorgwekkend. Het maakt dat de gesubsidieerde culturele sector werk zal moeten maken van productinnovatie, het ontsluiten van nieuwe doelgroepen, mecenaat en daarmee een hogere verdiencapaciteit.

Welbeschouwd vind ik eigenlijk weinig aan deze tekst verkeerd, zeker als we de nuancerende tussenwoordjes in ogenschouw nemen, zoals ‘een deel van’, ‘ten opzichte van de subsidies’ en ‘soms’.

In de eerste zin staat, als je alle franje weglaat: subsidieafhankelijkheid in combinatie met overaanbod en een (relatief) afnemend en vergrijzend publiek. Het is klaarblijkelijk de combinatie met overaanbod en een teruglopend vergrijzend publiek die de subsidieafhankelijkheid ‘zorgwekkend’ maakt. Dus: zou de kunstensector een marktconform aanbod en een stabiel of zelfs toenemend publiek van alle leeftijden hebben, dan wordt de subsidieafhankelijkheid klaarblijkelijk minder zorgwekkend gevonden. Met andere woorden: de overheid betaalt de kunstensector onder de voorwaarde dat er genoeg vraag naar is en de producties door ‘iedereen’ worden afgenomen. Volgens mij kan daar weinig bezwaar tegen gemaakt worden, want cultuur waar weinig vraag naar is, of die alleen een bepaalde doelgroep aanspreekt, heeft - zeker in tijden van crisis - minder recht op gemeenschapgeld, vind ik zelf ook.

Maar is er dan inderdaad sprake van overaanbod en van een vergrijzend publiek? Daar wordt dagelijks onderzoek naar gedaan en helaas moeten we tweemaal met ‘ja’ antwoorden. Betekent dat, dat we het aanbod rigoureus moeten minderen en dat we de drempel moeten verhogen voor ‘de grijze golf’? Daarop is mijn antwoord tweemaal ‘nee’. Dat brengt me bij de tweede zin van de Minister-president (Het maakt dat de gesubsidieerde culturele sector werk zal moeten maken van productinnovatie, het ontsluiten van nieuwe doelgroepen, mecenaat en daarmee een hogere verdiencapaciteit):

Laten we de tekstanalyse beginnen met de laatste woorden, dus zo’n beetje de conclusie, de opdracht aan de kunstensector en tevens het thema waarover ik gevraagd ben te spreken: de hogere verdiencapaciteit. Het is de bedoeling dat we zelf meer gaan verdienen, maar het woordje ‘dus’ geeft aan dat de premier dit rechtstreeks koppelt aan drie methoden om dit te bereiken: productinnovatie, ontsluiting van nieuwe doelgroepen en mecenaat.

Goed, pakken we die drie methoden stuk voor stuk op, maar dan specifiek voor de museale sector (mijn kennis van de andere sectoren is volop in ontwikkeling, maar helaas nog te beperkt om daar uitspraken over te doen). Ik kies er in verband met mijn betoog voor om ze in omgekeerde volgorde te behandelen, dus eerst ‘mecenaat’, dan ‘nieuwe doelgroepen’ en tenslotte ‘productinnovatie’.

Lees het hele artikel van Paul Spies in onderstaand PDF-document.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie