De herbestemmingsparadox

Herbestemming is van alle tijden. We zijn het bijna vergeten, maar het meest bekende herbestemde gebouw van Nederland is misschien wel het Paleis op de Dam. In de 17e eeuw gebouwd als Amsterdams stadhuis, in de 19e eeuw omgedoopt tot Koninklijk Paleis. Waar ter wereld maakt een stadhuis het mee, opgewaardeerd te worden tot ‘royal palace’?

‘Half van het verleden, half van het heden, soms van iedereen, soms van niemand’

Zo schrijft Geert Mak in zijn biografie van het Paleis. Zijn uitspraak geeft goed weer hoe moeizaam de transformatie van het 8e wereldwonder heeft uitgepakt. Het schitterende bouwwerk zit vol met cultuurhistorische verhalen, maar een echt paleis wil het niet zijn. Toch heeft de koninklijke functie het gebouw sinds 1808 misschien wel behoed voor verval of sloop, wie zal het zeggen? Het staat er in ieder geval nog! En wat bijvoorbeeld te denken van de beroemde VOC-kamer in Hoorn; nu atelierruimte, daarvoor onder meer bewaarschool, schietvereniging, kinderdagverblijf en politiebureau. Het gebouw is er nog, alhoewel? Er staat een aantal 17e eeuwse muren, met 17e eeuwse bakstenen en een dak er op. Van binnen is weinig meer over van de oorspronkelijke indeling over. Erg?

Zonder gebruikers hebben monumenten geen leven. Om gebouwen geschikt te maken voor nieuwe functies zijn aanpassingen onvermijdelijk. Aanpassingen die vaak aantasting betekenen van monumentale waarden. Monumentenzorg wordt maar al te vaak ervaren als hindermacht in het zoeken naar een goede herbestemming. Dat, terwijl monumentenzorg alle baat heeft bij een geschikte functie om het monument in leven te houden. Ziehier de paradox. Gechargeerd gezegd: monumentenzorg kan niet zónder herbestemming; maar herbestemming kan niet dóór monumentenzorg.

Drie routes om te kunnen ontsnappen aan deze schijnbare tegenstelling

In de eerste plaats door de kluwe van wet- en regelgeving te ontwarren. Het bemoeilijken van herbestemming komt echt niet alleen door de strenge adviezen van monumentenzorg. Een groot probleem zit in de harde eisen vanuit brandweer, veiligheid, techniek, klimaat etc. Bijzonder lastig voor oude gebouwen, Maatwerk en uitzondering zijn niet meer mogelijk in de huidige controlemaatschappij. Meer flexibiliteit moet mogelijk gemaakt worden.

Ten tweede: Monumentenzorg moet zich veel explicieter afficheren met actuele, politieke discussies over duurzaamheid, verdichting of intensief ruimtegebruik en samenwerken met verschillende partijen..
De grachtengordel is een buitengewoon duurzaam stadsdeel van Amsterdam. Ondanks (of dankzij?) het monumentenbeleid heeft de grachtengordel zich eeuwen lang heel flexibel en aanpassingsbereid getoond. Het toonbeeld van herbestemming! Verkoop dit verhaal!

Ten derde: meer aandacht voor het karakter van een gebouw en de plek. Monumentenzorg is nog altijd gefixeerd op materiële waarden en te weinig op het immateriële. Het richt zich op het in standhouden van materialen en structuren. Terecht, maar het zou fantastisch zijn als monumentenzorg zich ook meer zou durven te verdiepen in de ziel van de plek, de ‘genius loci. Monumentenzorg zou de zoektocht naar ‘wat is van waarde’ een nieuwe impuls kunnen geven en daarmee aan de herbestemmingsopgave.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie