Erfgoededucatie met kwaliteit

Er is de afgelopen jaren veel gebeurd en ontwikkeld in de erfgoededucatie, maar ondanks veel positieve berichten is er toch nog wat werk aan de winkel, want erfgoededucatie heeft last van een aantal ruisbevorderende factoren, zoals ik ze maar even noem. De eerste is een gebrek aan consensus over wat erfgoededucatie is, de tweede is een Calimerocomplex en de derde is de handicap van de flexibiliteit.

Een gebrek aan consensus speelt erfgoededucatie parten doordat er zulke verschillende accenten worden gelegd, dat het misschien aantrekkelijker wordt van een museumgame of een archiefeducatieproject te spreken. Dan wint het type instituut het van het overkoepelende onderwerp. Erfgoededucatie bekt op de een of andere manier niet enorm lekker.

Het tweede punt is het Calimerocomplex. Erfgoededucatie is onderdeel van cultuureducatie maar legt het in de praktijk nogal eens af tegen kunsteducatie, dat natuurlijk een langere traditie heeft maar vooral ook aantrekkelijker zou zijn voor het onderwijs. Criteria die op kunsteducatie van toepassing zijn, zoals actief, receptief en reflectief, passen erfgoededucatie niet, zeggen sommigen. Erfgoededucatie voelt zich vaak een beetje vergeten.

De laatste handicap is die van de flexibiliteit. Erfgoededucatie wordt nu soms verkocht als een middel waarmee je alles kan leren: door het lezen van een Engels archiefstuk kun je bijdragen aan het leren van Engels, een cultuurhistorisch landschap bezoeken kun je in het kader van biologie doen.

De crux is volgens mij, en ik ben daar denk ik niet de enige in, dat erfgoededucatie moet beginnen bij zichzelf. Als het zich goed weet te profileren, hoeft er niet meer vanuit een veronderstelde achterstandspositie gereageerd te worden. Ik hoop dat deze arena ook iets kan betekenen voor die discussie, door helder te krijgen waar erfgoededucatie met kwaliteit aan voldoet.

Ik doe alvast een voorzetje. Ik ben van mening dat erfgoededucatie in de eerste plaats over ‘leren over erfgoed’ zou moeten gaan, dat onderwerp is op zichzelf al lastig genoeg, en dan natuurlijk aansluitend bij kerndoelen en eindtermen van primair en voortgezet onderwijs. Hoe ingewikkeld de materie ‘erfgoed’ is, zien we bijna dagelijks in het nieuws, zoals onlangs in het debat over De slavernij, naar aanleiding van de televisieserie, of nog recenter de discussie rond de opgepakte t-shirtdragers met de tekst ‘Zwarte Piet is racistisch’. Demonstreren tegen Zwarte Piet is niet nieuw, maar is wel gevaarlijk geworden, concludeerde Hans Beerenkamp in een column in NRC Handelsblad, waarbij hij ook nog opmerkte dat het gesprek tijdens de intocht aanvankelijk vooral ging over het feit dat Sint zijn mijter achterstevoren op had. Het scherpe randje aan de folklore kwam pas later in beeld.

Wat me het meest fascineert in erfgoed, is dat het altijd een dualiteit in zich draagt. Het verbroedert en verdeelt, wordt omarmd en betwist, ontkend en uitgelicht. En het heeft context nodig. Het proces van herinneren en vergeten, en de rol die de maatschappij, de instellingen en niet in de laatste plaats de politiek daarin spelen, maken erfgoed boeiend en soms omstreden – denk even aan het PVV-verkiezingsprogramma waarin staat dat ‘onze heroïsche vaderlandse geschiedenis best wat meer in het zonnetje mag worden gezet.’

Praten en leren over erfgoed heeft baat bij nuance en ruimte voor het relativeren van de eigen waarheden, alleen al omdat die over 20 jaar wel weer heel anders bezien kunnen worden. Erfgoed veranderde de afgelopen jaren van een jargonwoord in een woord dat ineens overal opgeplakt werd: niet alleen de Amsterdamse grachtengordel is erfgoed, ook het broodje kroket en de smartlap. Daardoor is het niet eenvoudiger geworden uit te leggen waar het om gaat.

Het lijkt een heel grote sprong van hier naar de praktijk van erfgoededucatie, maar al schrijvend vond ik het toch meevallen. Gelukkig toeval is dat we vrijdag een international masterclass heritage education organiseerden. Een van de buitenlandse sprekers kwam uit Noord-Ierland. In een regio die politiek en cultureel-maatschappelijk zo verdeeld is, wordt de dualiteit van het erfgoed in een klap duidelijk. Vlaggen en politieke muurschilderingen zijn de dragers van het verleden waarmee gewerkt moet worden. Maar ook in het huidige gepolariseerde Nederlandse klimaat waarin de multiculturele samenleving een feit is maar waarin diezelfde samenleving failliet is verklaard, kun je op je vingers natellen dat het nodig is ruimte te bieden aan verschillende perspectieven op het verleden en oog te hebben voor het discours van minderheden, alleen al om de polarisatie niet verder te bevorderen. Erfgoededucatoren hebben daarin een cruciale en uitdagende taak, is mijn stelling.

Op dit punt tijdens het schrijven van dit stuk raakte ik meer en meer verbaasd over het Calimero-complex van erfgoededucatie. Hoe kan het dat zo’n rijke, boeiende discipline onder zoiets te lijden heeft? En is het niet tijd dat we dit achter ons laten en gewoon eens een beetje trots worden op dit vak? Ik ben hoopvol gestemd, want Nederlanders schijnen hartstikke veel interesse in het verleden te hebben.

Tot slot wil ik nog iets verduidelijken: deze arena wil niet suggereren dat er geen definities zijn voor erfgoededucatie. De meest gebruikte is die uit 2006 van de Onderwijsraad.
Erfgoededucatie omvat het leren met en over erfgoed. Erfgoed omvat monumenten, landschappen en archeologische vondsten, bibliotheken en archieven, museale voorwerpen en het geheel van gewoonten, tradities, verhalen, rituelen en gebruiken dat immaterieel of levend erfgoed genoemd wordt. Het uitgangspunt bij erfgoededucatie is het culturele erfgoed in Nederland, dat sporen draagt van verschillende culturen uit het verleden en ook in het heden voortdurend wordt beïnvloed door nieuwe elementen uit onze maatschappij.

Dit is een mooi startpunt. Waar we naartoe willen, is een gedragen definitie van kwaliteitsvolle erfgoededucatie. Ik hoop dat iedereen, of ie nu vindt dat ie eigenlijk bezig is met archiefeducatie, of museumeducatie, een stap wil zetten naar die gezamenlijke materie. Dat mooie, spannende en soms o zo ingewikkelde of zelfs gevaarlijke erfgoed.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie