Van ruilen komt huilen

Alweer een kleine maand geleden zijn we getuige of deelnemer geweest van Koningsdag. De dag waarop velen oude, van zolder gehaalde spullen te koop aanbieden voor een appel en een ei, of voorwerpen voor een euro aanschaffen. Zo vindt er op één enkele dag een mobiliteit van zolderspullen plaats die zijn weerga niet kent. Als –onbedoelde- opmaat naar deze dag vond een paar dagen ervoor op de Reinwardt Academie een Erfgoedarena plaats met als onderwerp Een kwart eeuw collectiemobiliteit.

Weliswaar lanceerde toenmalige minister van cultuur Hedy d’Ancona een notitie waarin gepleit werd voor meer uitruil tussen de collecties van de Nederlandse musea, het was staatssecretaris Rick van der Ploeg die uiteindelijk kwam met de term collectiemobiliteit. Er moesten nieuwe afspraken gemaakt worden tussen musea en kunstuitlenen, waardoor meer uitwisseling van objecten tussen musea bewerkstelligd kon worden.
Tijdens de Erfgoedarena stonden we stil bij de vraag of er de afgelopen vijfentwintig jaar daadwerkelijk meer samenwerking en uitruil tussen verschillende musea is bewerkstelligd; hoe zit het met die vijfennegentig procent uit de depots die de bezoeker nooit te zien krijgt? Moeten musea kiezen voor verscheidenheid of juist meer eenheid tussen de collecties en hoe kan dit bevorderd worden door collectiemobiliteit?
Onder bezielende leiding van Riemer Knoop werd het een levendige avond waarbij een aantal prominente gasten uit de museumwereld aanwezig waren met wie gediscussieerd kon worden aan de hand van stellingen een korte presentatie of een gesproken column.
Deze gasten waren conservator Bart Rutten van het Stedelijk Museum, Benno Tempel directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, Magriet de Jong van de Nederlandse Museumvereniging, en Robert Verhoogt, Senior beleidsmedewerker Directie Cultureel Erfgoed Ministerie OCW. Benno Tempel en Bart Rutten waren uitgenodigd in het kader van 'Zwerfkeien - Dynamische Collecties´. Een project waarbij deelnemende musea streven naar uitwisseling van topcollectiestukken (de zogenaamde zwerfkeien) om tot sterkere collectieprofielen te komen.
Afstuderend student Frank Verputten beet het spits af door in te gaan op de kwestie van de term collectiemobiliteit, door de jaren heen was de terminologie niet alleen veranderd maar ook de betekenis ervan. Verwarrend. De conclusie was dat het tijd werd voor een grondig onderzoek naar wat men nou eigenlijk onder collectiemobiliteit verstond omdat meerdere interpretaties van de term nou niet bepaald bevorderlijk is voor de zo gewenste mobiliteit. En dan was er nog de beheer en behoud-kwestie die werd opgeworpen. Want, mooi die uitruil, maar vertrouw je een ander je kostbare werken toe? Vertrouwen bleek in deze een belangrijk woord. Vaak ging een bruikleen pas door op het moment dat medewerkers van betreffende musea elkaar daadwerkelijk in de ogen hadden gekeken. Ook was er uiteraard de geldkwestie; aan collectiemobiliteit hangt door de zeer hoge verzekeringskosten en de uren die erin gestoken moesten een hoog prijskaartje. Benno Tempel hield een pleidooi om te streven naar een situatie waarin iedere collectie uitblinkt op eigen gebied binnen de context van de stad waar het museum zich bevindt. Zo zitten er in de collectie van het Gemeentemuseum Den Haag een paar Nederlandse surrealisten. Die zouden logischerwijs een veel betere plek hebben binnen de collectie van het Centraal Museum omdat Utrecht de enige plek in Nederland was waar surrealisten actief waren. Ieder museum zou zo zijn eigen focus moeten hebben.
Hier en daar proefden we in dit licht enige wrevel in de zaal richting Het Rijksmuseum. Een aankoop van een vroege niet-abstracte Mondriaan werd als hebberig beticht: het was te duur gekocht en een werk uit diezelfde periode had men zo langdurig in bruikleen kunnen krijgen. Nu hing een vergelijkbaar werk werkloos in een depot van een ander museum. Samenwerking wordt toch boven concurrentie geprevaleerd. Eigenlijk was de conclusie van Bart Rutten en de overige gasten in de zaal dat er al heel veel op het gebied van collectiemobiliteit gebeurt en er misschien wel niet zoveel veranderd is de afgelopen vijfentwintig jaar. Misschien hebben we de overheid niet zo nodig. Koningsdag is wat dat betreft misschien een lichtend voorbeeld…
De volgende Erfgoedarena (27 mei 2015) duiken we dieper in het verleden wanneer het gaat over gedeeld erfgoed.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie