Herrie

De gerestaureerde grote Moerputtenbrug Door: Ed van Berge Henegouwen

Twintig jaar geleden maakte ik voor de VARA eens een paar tv-erfgoedfilmpjes. Zou er naast dagsluiter “Natuurmoment” ook een “Cultuurmoment” mogelijk zijn? De drie pilots die ik opleverde ze werden nooit uitgezonden, en dat was maar goed ook. Mijn toenmalige baas zei na de studioscreening van wat ikzelf echte meesterwerken vond “En nou ga je ze zeker nog afmonteren?”.

Een onderwerp betrof een halve kilometer lange spoorbrug uit 1886 bij Den Bosch. Die was van ‘welijzer’ en leidde over een moerassig gebied, de Moerputten. De brug was in de Tweede Wereldoorlog opgeblazen, en ik had met enig speurwerk de hand op historisch filmmateriaal van de situatie direct na de ontploffing weten te leggen. Zonde om niet te gebruiken. Maar hoe doe je dat? Ik monteerde het historische fragment direct na een zelf geschoten horizontaal bewegend shot van de brug, dat ik historiserend naar zwart/wit had teruggebracht. Op de overgang zette ik een een paar seconden spierwit beeld, en een luide knal op het geluidsspoor daaronder. Die knal kwam van een geluidseffectcasette uit de omroepfonoteek, met werkelijk elke knal, klets, klap, plof, dreun, smak, slag, beuk en ontploffing die je je maar kan voorstellen. Je kiest het soort geluid dat bij het beeld past en bepaalt de gewenste lengte en droogte van de echo en voilà: een gelogen oorgetuigeverslag van de Historische Ontploffing is een feit.

Je moet iets zelf hebben gemaakt om het bij anderen te kunnen zien. Allerhande historische film die in steeds straffer tempo de beeldconsument overspoelt, blijkt op mysterieuze wijze voorzien van geluidssporen. Geluid uit periodes waarvan je weet dat dat nog niet kón worden opgenomen. Neem WO I. Je ziet én hoort opmarcherende soldaten, al of niet te paard dan wel kanonnen bedienend: het stampt, hinnikt, rammelt, knarst, kniert, piept, kraakt, knerpt, knalt en ploft dat het een lust is. Maar je mist de vertrouwde ruis die als een fluwelen achtergrondfluistering bij een natuurgetrouwe geluidsopnamehoort. De slimme luisteraar trekt grijzend zijn conclusie: hier zijn oude dingen nog echter gemaakt. Maar omdat de argeloze kijker het nu eenmaal verwacht (“bij beeld hoort geluid!”) accepteert die het onmogelijke, suspends disbelief zeg maar.

Dat is minder gek dan je zou denken. Je kunt je immers nooit an sich met het verleden bezig houden. Dat is er niet en komt ook nooit terug. Het moet altijd bemiddeld worden, er moet een medium tussen: een verteller, een museum, een boek, een re-enactment, een film. Elk medium heeft zijn wetmatigheden. Een verteller heeft een clou nodig, dramatiek. Een museum kan niet zonder spullen, inrichting, hiërarchie. Een boek niet zonder analytische opzet, kop-middenstuk-staart, een kwestie of een vraagstuk. Een nagespeelde historische toestand kan niet zonder kostuums en al helemaal niet buiten de lieu de mémoire zelve. En een bewegend beeld kan niet zonder geluid, denk ik dan. Ook voor digitale media zoals websites geldt dat: die kunnen niet zonder doorklikken, heen- en weerverwijzingen, interactiviteit en al die andere eigenschappen van een grenzeloos en naadloos toegankelijk universum. Maar ik blijf fake WO I-knallen stiekem toch gek vinden.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie