Tekstbordjes

In musea kijk ik altijd naar de tekstbordjes. Een gek dubbel gevoel. Ik ben toch oud en wijs genoeg om zelf iets te vinden van wat er te zien is? Maar ik gluur steevast eerst naar het bijschrift.
Zet alvast je leesbril op

De gêne zit 'm in mijn ongemak dat dingen wel voor zichzelf spreken. Wie de string “Eén foto zegt meer dan duizend woorden” in Google intikt krijgt honderduizend hits. In moderne kunstkringen roept men graag dat je vooral goed moet kijken, dat de bezoeker moet leren waarnemen. Als je maar lang en onbevangen genoeg “kijkt” zal het geheim zich aan je openbaren. Of zo. En bij de podiumkunsten word je pas echt weggehoond als je graag geholpen wil worden bij het begrijpen van een stuk, dansding of installatie. “Het is wat het is” heet het dan, en “interessant dat je er zus of zo op reageert”.

In archeologische kring hadden we de anekdote-Holwerda. Deze directeur van het Rijksmuseum van Oudheden vroeg zich begin vorige eeuw af hoe dat nou zat met historische sensatie en voorwerpen. Dat was toen een heikele kwestie. Zouden de spullen voor zichzelf spreken, zoals menig estheet wel meende, of moest er nog allerhande bijwerk bij? Hij trok zich met wat spul in zijn studeerkamer terug. Na enige dagen kon hij mededelen dat hij heel aandachtig had geluisterd maar werkelijk niets had gehoord. Neen, de dingen vertellen zelf helemaal geen verhaal. De historische sensatie waar in zijn tijd Huizinga zo'n pleitbezorger van was, dat was de kwestie namelijk, moest mede met behulp van aanvullende informatie worden opgeroepen. Bijschriften en tekstborden, dus.

Nou kun je over museale teksten geweldig twisten. Het Rijksmuseum vindt ze nog steeds een gruwel. De uitstraling van voorwerpen mag nooit worden “overschaduwd door een overdaad aan bijwerk”, stond in het plan voor het nieuwe Rijksmuseum. Nieuwe directeur Pijbes meldt nog steeds recent opgewekt in de Groene: “Mijn ideaal is het tekstloze museum. Easy kijken.” Daar valt over te twisten.

Mijn kennismaking met de Reinwardt dateert uit 1982. Toen was ik projectleider van een tentoonstelling in Italië over Nederlandse opgravingen, met hulp van twee RWA-stagiaires. Gouden adagium: pas op met te lange teksten, geen boek aan de muur s.v.p.! Maar dat gold daar helemaal niet. Italianen, zo bleek ons, zitten in het geheel niet met lappen en lappen tekst. Zo zie ik een half mensenleven later op de gevel van Palazzo Venezia in het centrum van Rome, pal bij een bushalte waar we even moeten wachten, een wandbord met uitleg over dat mooie vijftiende-eeuwse gebouw. Een tekst van 2300 woorden – bijna vijf keer deze blog. Ik kon mijn ogen niet geloven, en telde nog een keer: jawel, 111 regels van gemiddeld twintig woorden.

Natuurlijk zijn de dingen nooit wat ze zijn – wat een onzin. Ze worden pas wat door kennis erover, informatie eromheen, feiten, getallen, details, context, biografie, kleur, hun belevenissen in materie en tijd. Dat staat er naast, of zat al in je hoofd.


Mediabestanden


2 reacties


  1. Nancy van Asseldonk
    15 maart 2012 16:34:02
    Op zoek naar de historische sensatie
    De historische sensatie vraagt enige inspanning en voorwerpen spreken inderdaad niet direct tot je. Veel spul blijft dood zonder het te contextualiseren, zoals dat zo mooi heet tegenwoordig. Maar dat spreken hoeft niet letterlijk genomen te worden en omgezet in lappen tekst. Spreken kan ook in geuren, smaken, geluiden. Ik zag het afgelopen week nog gebeuren met de eerstejaars in Musée Jaquemart André. Een ouderwetse audiotour met een muziekopname bracht studenten in een andere tijd. En mijn madeleine bij aankomst in Parijs is steevast een glaasje Yoplait Yoghert (tja, ik kan er ook niets aan doen).

  2. Maarten Goddijn
    26 maart 2012 18:47:10
    De informatie moet érgens vandaag komen...
    Naar mijn idee zit deze kwestie diepgeworteld in het wezen van musea. Wanneer je als bezoeker naar objecten kijkt, interpreteer je deze aan de hand van de informatie die je hebt. Het maakt eigenlijk niet uit of deze informatie voortkomt kennis, persoonlijke herinneringen of gevoelens. De hele 'rugzak' die je als individu bij je draagt, bepaalt wat het object wel of niet met je doet. In de meeste gevallen in samenspel met de andere objecten die je hebt gezien. Wanneer je als museum een educatief doel er op na houdt, in meerdere of mindere zin, denk ik dat je dat doel tegenspreekt op moment dat je de bezoeker geen informatie biedt, via welk medium dan ook. Het niet (genoeg) bieden van deze hulpmiddelen, leidt denk ik voor veel mensen tot het vrij elitaire imago dat musea nog steeds hebben.

Plaats een reactie