Parijs 2012

De excursie naar Parijs zit er voor de helft van de eerste jaars studenten alweer op, een week met sneeuw, regen, zon en vooral veel kilometers lopend door de stad en door musea.
Musee Jaquemart Andre 3 Door: Nancy

Maandag om 7 uur verzamelen we op het Amstel Station. Iedereen is keurig op tijd, behalve de buschauffeur. Niet de enige keer, zal later blijken. Iets later dan gepland vertrekken we uit Amsterdam, eerder dan verwacht komen we aan in Parijs. Onderweg sneeuw, die overgaat in regen.

Na aankomst wandelen we met het docententeam naar Les Halles, waar we ons aan het einde van de middag verzamelen met de studenten bij Centre Pompidou. Een megalomaan presidentieel project, waarvan we er deze week nog meer zullen aanschouwen. Echter terugkijkend wel één van de meest sympathieke. Ook nu nog maken zowel het gebouw als de collectie weer indruk. Het uitzicht is een mooi begin van de excursie en later in de week hoor ik van een aantal studenten dat hun interesse in moderne kunst is wakker gekust.

Dinsdag staan alle studenten om 8.45 uur klaar in de hotellobby voor vertrek naar Unesco. De buschauffeur komt om half 10. Helaas nauwelijks tijd om van het Unesco-gebouw te genieten, we snellen naar een prachtige zaal waar we een aantal lezingen krijgen. Christian Manhart, hoofd van de museumsectie, spreekt over illegale handel en de teruggaveproblematiek. De projecten die gepresenteerd worden, geven voer voor een interessante discussie over ethische dilemma’s. De tijd is helaas te kort.

’s Middags naar Quai Branly, naar de tentoonstelling L’invention du sauvage. De koloniale geschiedenis en de wereldtentoonstellingen komen in de loop van de week op diverse manieren terug. De controverse rondom totstandkoming van het gebouw en de presentatie zijn moeilijk voor te stellen, het is het verhaal achter de zichtbare, prachtig opgestelde werkelijkheid. En ook hier weer veel politiek.

Woensdag loodsen Mario en Marieke de studenten door het Louvre. Topsport. In tweeëneenhalf uur een beeld krijgen van het gebouw en de verschillende manieren van presenteren. Hier en daar hoor ik een verzuchtig: ‘wanneer kunnen we eens rustig kunst bekijken?’ Niet of nauwelijks, is het antwoord. Iets langer staan we stil bij de door Chirac en zijn vriend en kunsthandelaar Kercharche ingerichte zalen met ‘primitieve kunst’, de voorloper van Quai Branly. De discussie van gisteren bij Quai Branley wordt hier weer opgepakt en voortgezet in een relatief rustige hoek van het Louvre.

Op woensdag ook een keuzeprogramma: Musée d’Orsay, Musée de la Chasse et de la Nature, Musée de Cluny en Musée Jacquemart André. Zelf bezoek ik het laatste museum met een kleine groep studenten. Wat een weldaad: klein, rustig en een uiterst vriendelijke ontvangst. We dwalen met audiotour door het huis en wanen ons even gegoede burgerij in de 19de eeuw.

Donderdag naar Muséum national d'histoire naturelle. Eindelijk zon, dat maakt het iets dragelijker dat ik de hele ochtend op en neer ren door de Jardin des Plantes van de Galerie de Paléontologie naar de Galerie de l’Evolution en terug. De grote instituties en bureaucratie! ’s Middags staat de door studenten voorbereide wandeling op het programma. De studenten hebben zich goed voorbereid, in plaats van de geschatte 2 uur zijn we na 3 uur nog niet klaar met de wandeling. Helaas, we worden verwacht door de directeur van Gaîté Lyrique, centrum voor digitale cultuur. Een presentatie en discussie, daarna een bezoek aan de tentoonstelling ‘2062, Aller-retour vers le futur’. Toekomstig digitaal erfgoed.

Vrijdag met koffers om 9 uur de bus in, waarna we aan de rand van de stad een vervallen park induiken: Jardin Tropical in het Bois de Vincennes. De ‘vergeten dierentuin’, waar in 1907 een koloniale expositie gehouden werd waarin mensen uit de koloniën tentoongesteld werden. Voor miljoenen mensen destijds een zondagsuitje. Pijnlijk, noemt een student het. De stad probeert geld in te zamelen voor restauratie, een groot presidentieel project zal het niet worden.
Daarna naar Cité Nationale de l’histoire de l’immigration. Minder presidentieel, even controversieel. Inmiddels is een aantal studenten volledig in verwarring: wie spreekt hier namens wie en voor wie? De esthetiserende opstelling in het Louvre en Quai Branly wordt nu – in contrast met L’immigration – duidelijk. Maar ook L'Immigration laat een 'typisch' Frans geluid horen. Objectiviteit bestaat niet, dat inzicht hebben de meesten aan het einde van de week wel verworven.

Zaterdag, thuis, scan ik snel de kranten van afgelopen week. Historicus Chris van der Heijden pleit voor een zwarte canon. Het is eenvoudig om als buitenstaander naar de Franse instituties te kijken en te zien wat niet verteld en vertoond wordt. Maar hoe goed kijken wij naar onszelf, wat durven wij te laten zien? Verdonkeremanen ook wij - bewust of onbewust - niet onze zwarte bladzijden?


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie