Unesco en musea: een nieuw geluid

In het interstatelijk verkeer spelen musea geen rol. De EU heeft er geen commissaris voor, en de Unesco gaat vooral over culturele uitingen en monumenten. Maar eind vorig jaar pleitte Brazilië bij de Unesco voor betere bescherming van musea en collecties. Met steun van dertig andere lidstaten werd een desbetreffende resolutie aangenomen. De gedachte erachter was lange tijd onduidelijk. Beschermd waartegen, waarom nu, en waarmee dan wel? Een expertmeeting over dat onderwerp in Rio de Janeiro, begin juli van dit jaar, moest duidelijkheid scheppen.

Daar bogen zich vijftig experts, op kosten van het Braziliaanse museuminstituut IBRAM, over actuele bedreigingen voor musea en collecties waaraan niet met bestaande afspraken het hoofd kon worden geboden. Denk aan de Unesco-conventies uit 1954 en 1970, over wat te doen met cultuurgoed ten tijde van oorlog en bij illegale handel. Gevoegd bij dertien andere conventies, formele aanbevelingen en verklaringen (vorig jaar nog die van Blue Shield), en je zou denken dat er genoeg waarborgen zijn. Dat blijkt niet zo te zijn. Althans, te Rio werd tot andere conclusies gekomen. Niet alleen worden die verdragen niet door iedereen onderschreven, maar sommigen willen veel verder gaan. Zo vindt Nigeria dat teruggave van ook vóór 1970 illegaal geëxporteerde cultuurgoederen wettelijk moet kunnen. Opkomende landen hebben er genoeg van dat hun geschiedenis in de koloniale, universele musea elders in de wereld ligt. Daarnaast gaan er stemmen op om musea tegen willekeur van de eigen overheid te beschermen. Het enige nationale museum in Rwanda dreigt opgeofferd te worden aan projectontwikkeling. Per internationaal verdrag, stelt men zich voor, kun je regeringen verplichten het museale belang te erkennen en op de landsbegroting een minimumbedrag voor musea te reserveren. Ook vertegenwoordigers uit landen als de VS zijn daar wel voor. Waar geen ministerie van cultuur is kan het handig zijn om met internationale verdragen in de hand je overheid te dwingen tot cultuurbewust gedrag.

Het echt nieuwe te Rio was dat musea tot instrumenten voor sociale verandering werden bestempeld, en dat met bepleitte ze als zodanig te erkennen en ondersteunen. Ondergetekende (de Reinwardt Academie had al in april een expertmeeting aan dit onderwerp gewijd), voorzitter Siebe Weide van het Europese museumnetwerkwerk NEMO en nog enige ongebonden experts bromden nog wat over inconsistenties en wensdenken – feit is dat een klinkende slotverklaring werd uitgebracht die nieuw licht op musea werpt. We moeten ze zien als instellingen met een tweevoudige natuur. Ze kunnen zich wel in termen van hun collectie definiëren, maar ze vervullen ook een ontwikkelingsfunctie in de samenleving. Alle musea hebben deze twee polen. Maar het ging te Rio om die tweede, procesgestuurde kant, zoals in het Museu da Maré, een community museum van en over de Braziliaanse favela in het hart van Rio de Janeiro. Een ander voorbeeld is het District Six Museum in Kaapstad, een monument voor en tegelijk continue onderhandelingsplaats over de herinnering aan apartheid en reconciliation.

De slotverklaring beveelt een nieuw wettelijk instrument aan, een Unesco-recommendation. De nieuwe inzichten moeten het nodige gewicht krijgen en in actuele debatten over duurzaamheid en sociale ontwikkeling een rol spelen. De volgende stap, als het Unesco-bestuur meegaat, is een technisch en juridisch onderzoek van zo'n aanbeveling. In april 2013 komt dat ter algemene Unesco-vergadering.

Er was nog een boodschap die we gratis mee naar huis mochten nemen. De tijd van vanzelfsprekende 'westerse' materiële en intellectuele voortreffelijkheid lijkt een beetje over. Brazilië vult nieuwe noties van leiderschap, ook cultureel, met frisse energie in. Het openbreken van museumopvattingen ten gunste van niet-collectiegerichte aspecten is meer dan het tolereren van wat educatief werk. Het betekent het einde van musea als iconen van westerse dominantie.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie