Hippe musea, new crowds

de MuseumNext conferentie, Amsterdam 13-14 mei 2013.

Vijf jaar geleden werd het vuurtje aangestoken, en is sindsdien niet uitgegaan. Zeventig Britse museumwerkers, meestal de jongere generatie, besloot toen om creatief om te gaan met technologische innovatie. Ze ontwikkelden een bijzondere vorm: een 24-uurs marathon met workshops, wedstrijden, creatieve brainstormsessies en lezingen. Na Newcastle, Londen, Edinburgh en Barcelona streek het circus dit vorige week (13-14 mei) in Amsterdam neer. De omvang was verzevenvoudigd. Zo'n vijfhonderd deelnemers (een kwart Nederlands en nogal wat consultants, ahum) walsten van zondagmiddag tot en met dinsdagavond tussen Zuiderkerk en Beurs van Berlage, met cocktails in het Van Gogh. Centrale keynotes met daarna parallelle sessies op drie locaties, u weet wel. Ingepakt door de gevestigde orde? Een beetje wel (entree 450 euro), maar ook weer niet heel erg. Jonge profs voerden de boventoon, met nieuwe ideeën, frisse praktijken (Museumn8!), en opmerkelijk open en vrijmoedige debatten.

Idee
Startpunt voor MuseumNext is en was dat technologische ontwikkelingen nieuwe eisen aan musea stellen, maar vooral ook nieuwe kansen bieden. Een beetje open oog en er gaat een nieuwe wereld open. Met het congres wil men nadenken over die volgende stap. Het is echter geen verrassing dat met de crisis ook de nieuwe technologische bomen niet meer helemaal de hemel meer ingroeien. We hebben het wel een beetje gehad met technologie, zou je haast gaan denken. “Nieuwe” en sociale media zijn al zo ingeburgerd dat de het gewoon “media” zijn geworden. Het gaan nu om je basisproces bij de tijd houden. Dat kan nog steeds het best met een spiksplinternieuw museum, waar je alles opnieuw, of weer, mag uitvinden. Het Cooper-Hewitt in New York is zo'n museum. Dat is onderdeel van het nationale Smithsonian Institution, en gewijd aan arts, crafts & design. De Australische directeur Sebastian ('Seb') Chan wijdde er de keynote van het congres aan, tevens een van de twee beste voordrachten (dat hij stotterde deed daar niks aan af, gek genoeg).

Technologie als versterker
Chan stelde dat techniek niet iets op zichzelf is, maar een medium dat alles uitvergroot, ook de verkeerde dingen. Het verruimt je fysieke, temporele en contextuele aanwezigheid. Daaromheen bouwde hij de afgelopen jaren het nieuw Cooper-Hewitt. Zijn tips: vertel jezelf vooral waar je heen wilt (anders loopt het echt alle kanten op), huur mensen in die slimmer zijn dan jij (dat helpt echt), en gooi alles op straat. De kennis waarover je als museum beschikt zijn “cultural source codes”. Het gaat pas lopen als anderen daarmee aan de haal gaan. Als je dat consequent doet, telkens dat experiment aangaat (The Prototype IS The Product – veel andere sprekers pakten dat op met verhalen over R&D als museale kernactiviteit), dan kan er weinig mis gaan. Chan kwam, met andere woorden, met een heel ander soort succesfactoren. Niet hoeveel toeristen, of zo, maar hoe groot je bezoekersdiversiteit is, hun verblijfstijd, het herhaalbezoek, de bezoekerstevredenheid. Voor NYC, het hart van de verdiensamenleving, een opmerkelijk geluid. Wat bijbleef was overigens niet wat hij zei, maar hoe – de compassie, de helderheid en de bevlogenheid.

Soft
Die wat zachte aanpak (zie ook de NRC Handelsblad-zakenbijlage “The Optimist” van het pinksterweekend daarop) klonk in vele bijdragen en themasessies door. Zo brak ene Louis Marcelo Mendes de staf voor Affection Management. Een uitdaging om met digitale technologie aardig te zijn. Nina Simon, maar dan 2.0. Beklijvende opmerking: the future of museums is about attitude. Eat that, Museumplein! De tegenbeweging: er zijn honderden boeken over anger management, maar niets over kindness management.Het bontst, of het aardigst, wie weet, maakte een Thaise docent Museumstudies het, over een feel good-tentoonstelling. In het pas geopende Siam Museum in Bangkok draaide een landbouwmanifestatie gebaseerd op transformative learning. In en rond het museum, in de tuinen, was een rijstveld ingericht, waar bezoekers echte mensen, echte grond, dito bewatering, mest, oogst, voedselbereiding etc. mee konden maken. He? Ons beeld van de rest van wereld is vaak nog 19e eeuws, terwijl meer dan de helft van de mensheid in steden woont, vaak in megametropolen. Niks romantische rijstveldjes. Bangkok is met acht miljoen even groot als Parijs. Musea springen er in het gat van de behoefte aan authenticiteit, met conservatoren als facililators.

Schaal
De roep om terugkeer naar menselijke maat zat wel in meer verhalen. Dat is niet gek in een tijd dat Google- 'topman' Google Eric Schmidt droogjes opmerkt dat er tegenwoordig elke twee dagen meer informatie wordt gecreëerd dan de mensheid in haar geheel voortbracht tot aan 2003. De toekomst van musea ligt daarom niet in het concurreren op die markt, en het extrapoleren van technologische trends, maar in het kweken van een cultural mindset. Dat stelde Kathy Fredrickson, verbonden aan het Peabody Museum in Salem (MA). De mensen van straks hebben honger naar nieuwe ideeën, nieuwe betekenissen. Daar zijn musea generatoren voor. En dat doe je door het gewoon te doen: incrementeel, iteratief, met baby steps.

Happy museum
Deze nieuwe hippiebeweging culmineerde in een, vond ik, serie briljant verhalen rondom participatieve musea – natuurlijk Brits, wat dacht u (kennelijk is het daar meer dan elders nodig). De Britse Erinma Ochu, van het Mususeum of Science and Industry in Manchester, liet zien hoe aanstekelijk gewoon “een project met kids doen” kan zijn. De rekenkundige Fibonacci-reeks werd spelenderwijs en met steun van de BBC in een landelijk zonnebloemenexperiment onderzocht. Overal ontstonden stadstuinen, in een globaal netwerk van telers en tellers. Omdat een museum een goed idee had. Wow. Die lijn pakte Tony Butler op, directeur van het Museum of East Anglian Life. Butler onderzocht hoe je met musea de wereld beter kunt maken, ideeën ontwikkelt over een duurzame samenleving, cultuur in relatie brengt met gezondheid en welzijn – voor de liefhebber: Mihalyi's concept van flow. Dat kan, misschien denk ik, wanneer je musea nadrukkelijk tegenover andere, wellicht grote maatschappelijke trends zet. Het zijn dan plaatsen, volgens Butler, waar je vrij kunt zijn van commerciële boodschappen, waar je weer in het hier en nu komt. Dat dat geen flauwekul is bewijst een lijst van twaalf experimentmusea waar er op door wordt gegaan, zie http://www.happymuseumproject.org/the-happy-museum-paper-and-manifesto/the-happy-museum-paper.

Rijks
Nogal wat opzien, en applaus, baarde Peter Gorgels, manager internet van het nieuwe Rijks. Die legde geduldig en precies uit hoe de nieuwe website in elkaar zit, en hoe en waarom de 125.000 HD-plaatjes van werken worden aangeboden. Een fascinerend verhaal, voor mij nieuw omdat het zo pretentieloos werd verteld. De Rijksmissie is thans “Verbind mensen met kunst en geschiedenis” – en laat alles weg wat daar niet toe bijdraagt. Laat de mensen letterlijk zo dichtbij mogelijk komen. Dus altijd alles laten zien, en direct ook maar zo groot mogelijk. Google Art met z'n eindeloze inzoom had het Rijks eerder de ogen geopend. Moet het een app of een webtoepassing worden? Liever het web, want veel te veel apps worden nooit gebruikt. Maar maak het hybride: doe alsof het een app is! 's Rijks kernwaarden: eenvoudig, persoonlijk, authentiek, kwaliteit, innovatief. Volgens Gorgels heel therapeutisch om dat eens in de 200 jaar eens tegen elkaar te roepen. En ere wie ere toekomt: ontwerpbureau Fabrique werd terecht gecomplimenteerd voor het proces, de mooie vertaling in beelden en de functionaliteit (zelf doen, knippen, plakken, nieuwe eigen dingen maken). De discussie daarna verried koddige vooroordelen: neen, het verlies aan aura (Benjamin!) wordt door niemand gevreesd of betreurd. Iedereen in de zaal wilde weten wat de conservatoren ervan dachten, of hadden gedacht. Hmmm.

Ignite
Een succesnummer van de MuseumNext-traditie zijn de brainstormsessies. Nu onder leiding van voormalig NHM-webmaster Jasper Visser. Iedereen die wil mag in zo'n ignite-sessie vijf minuten een idee spuien, reclame maken, fondsen werven – in het nette natuurlijk. Verbijsterend en vermakelijk. Een tweedejaars Reinwardtstudent, Olmo Garcia Koel, gaf er een vlekkeloze presentatie (eerder al op onze school bij Simone geproefdraaid). Hij zat in het netwerk van 'Blikopeners' van het Stedelijk Museum en was bezig met interactive app die jongeren uitdaagt om commentaar te geven op wat ze er zien. Hij riep musea op om die groep serieus te nemen: help jongeren zich het museum toe te eigenen! En wil de ambassadeurs er normaal voor honoreren. 't Is toch gewoon werk?
Van de vijfhonderd deelnemers waren er zo'n honderd Nederlands, een tiental Reinwarders, en deze ene BA-student. Maar wat zie je? De techniek is niet meer hip – die zit al voldoende in de rest van de wereld. Er heerst een gevoel van het hervinden van eigenheid, het bewustzijn van de waarde van de plek, het zijn van een hier-en-nu-oase. Voor reflectie, ontmoeting en gesprek, in een rare crisisstorm. Verder was ik als horkige Hollander erg gecharmeerd van het achteloze gemak waarmee mensen uit het publiek in een zaal van honderden mensen in alle rust en weloverwogenheid telkens het gesprek met inleiders en keynotekanonnen aangingen.
Zie http://www.MuseumNext.org


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie