De Toekomst van volkenkundige musea

Download

verslag Oxford Conferentie Ethnogr.Museums

Weg met ons?
Wat is de toekomst van de volkenkundige musea? Daar komen we in eigen land niet goed uit, en ook elders in de wereld is het een flink vraagstuk. Je hier vergapen aan exotische spullen van verre volkeren, dat is een negentiende-eeuws koloniaal iets waar je niet meer mee weg komt. “Oh, ze hadden daar ook best wel cultuur.” Die volken daar zijn niet meer vreemd – ze wonen om de hoek en zijn gewoon mede-staatsburger geworden. Ze zijn ook niet meer ver. Met een beetje moeite kun je in een dag aan de andere kant van de wereld geraken, voor een prikkie. En ze vallen zeker niet samen met wat opmerkelijke spullen, waar ze trouwens wel enig recht van spreken over hebben, of zouden moeten krijgen. Tenslotte is het bouwen aan de natiestaat waarin de oorsprong van dit soort musea vaak ligt, inmiddels toch ook wel over. Maar het is met name de grote asymmetrie die niet meer kan. Hoezo verzamelt 'het Westen' zijn voormalige koloniale wereld?

Dat sommigen in onze eigen samenleving krachtige pleidooien houden voor een terugkeer naar die simpele tweedeling (wij hier, zij daar) en niet langer linksige weg-met-ons-verhalen wensen te horen, laat staan dure musea in stand houden die dat institutionaliseren, is een feit. In Canada besluit de regering-Harper dat aandacht voor minderheden moet wijken voor nation building. Het fameuze Canadian Museum of Civilisation wordt dan herdoopt in Canadian Museum of History. De vorige Britse premier Brown droomde van een National Museum of Britishness. In eigen land liepen de plannen voor iets dergelijks stuk op weinig ter zake doende details die ons misschien behoedden voor het benoemen van de onderliggende problematiek.
Een gedoogpartner had er zeker politiek garen bij gesponnen. Want de vraag blijft in wat voor samenleving we willen leven, hoe we omgaan met lastige hoofdstukken uit de geschiedenis, wiens stem laten we toe, wie
zijn die “we” eigenlijk? De erfenis van allerlei koloniale verledens, in tientallen grote en kleinere volkenkundige musea overal in Europa, grijnst ons dan aan. Her nieuwe Rijksmuseum heeft plichtmatig per
eeuw een hoekje voor het onderwerp ingeruimd, maar het is allicht toch wat meer dan een voetnoot. EU-project

Dat was het onderwerp waarop tien Europese volkenkundige musea afgelopen juli in Oxford samenkwamen. Met een groot, nogal duur
(deelname 550 euro) congres sloten ze een vijfjarig, gelijknamig project af. Onder de tien, onder aanvoering van Tervuren (Afrika), waren
liefst twee Nederlandse deelnemers: Tropenmuseum en Volkenkunde Leiden, wiens vorig directeur Steven Engelsman thans te Wenen een nieuw Welt Museum Wien uit de grond stampt. De Nederlandse bijdrage aan de Europese expansie is natuurlijk ook niet bescheiden. En het
Leidse museum is zowat nog het enige uit een voorheen lange rij die de wetenschappelijke discipline nog in de naam heeft. Alle andere heten
nu iets met 'wereld' of zijn vernoemd naar de plaats waar ze liggen, zoals Quai Branly in Parijs.

Soms blijven ze zich trouwens gewoon noemen naar de regio waar ze over gaan, zoals enige Afrikamusea. Driehonderd wetenschappers en
museummensen van wel vijfentwinig verschillende nationaliteiten confereerden drie dagen in het Harry Potter-themapark dat Oxford
tegenwoordig is (9,8 miljoen bezoekers per jaar). En het congres had niks geen parallelle toestanden, alles was lekker plenair. Het was dan
ook een evaluerende conferentie. Wat had enige miljoenen aan EU-subsidie sinds 2008, voor herijking in het licht van een globaliserende en immer multiculturelere wereld, aan nieuwe inzichten opgeleverd?
Pitt Rivers Museum, Oxford Paradoxen en tegenstrijdigheden
Nou viel dat ondanks een hoopvolle aanzet wat tegen. De belangrijkste opgave was nieuw inzicht te krijgen in mogelijke functies van volkenkundige musea in de 21ste eeuw, en dan natuurlijk in termen van publiek en samenleving. De hamvraag is dan of je daarbij teruggaat naar hun begin en aansluit op de koloniale erfenis of dat je radicaal eigentijds wordt, en uitgaat van de actuele vragen van onze tijd. Buiten een briljant startessay van organisatoren Clare Harris en Michael O'Hanlon* werd op het congres zelf geen van beide vragen scherp beantwoord. Dat kan liggen aan de crisis in het vak etnografie zelf, dat aan de universiteiten is vervangen door allerhande ander moois (erfgoedstudies, materiële cultuur, sociale antropologie, culturele theorie, noem maar op). Het kan ook liggen aan het feit dat er nog steeds veel te weinig bekend is van de impact van volkenkundige presentaties op 'het publiek', zo onderstreepte menig keynote spreker. Ze weten het zelfs in het lichtelijk anachronistische Pitt Rivers Museum nog niet. Meer dan 380.000 bezoekers per jaar in een enkele ruimte waarin een 19de-eeuwse toestand van crossculturele thema's ligt opgetast, bij wijze van
spreken van peniskoker tot schedelmeting. Maar wat zien ze, wat vinden ze ervan, welke boodschap pikt men op? Niemand, zo wijst onderzoek uit, komt voor 'etnografie', maar bijna iedereen loopt warm voor 'culturen' en 'kunst'. En bij het eigentijds maken tenslotte van volkenkundige musea stuit je op een paradox. De bewoners uit de streken waar de huidige collecties vandaan komen zijn vaak juist net niet de groepen die
nu dicht om de hoek wonen. Wil het etnografisch museum in Vancouver zich tot zijn eigen bewoners verhouden dan moet het vooral iets met de steeds groter wordende Aziatische bevolking in de regio doen –
en ophouden een toevluchtsoord te zijn voor de oorspronkelijke bewoners van de Canadese noordwestkust.

Da's gek, want daar gaat het merendeel van de collectie, de kennis en zelfs de architectuur toch echt over. Paradoxen te over dus.
Nieuwe inzichten Maar er is troost, en die komt in drieën: een grote omdraaiing, een nieuwe balans tussen esthetiek en
betekenis, en 'gelokaliseerdheid'.
1. Van buiten gezien (vertelde de fascinerende en charismatische Kavita Singh, hoogleraar antropologie in Delhi) zou het wel eens kunnen zijn dat onlangs opgekomen landen een nieuw museummodel aan
het ontwikkelen zijn, zonder ons even te raadplegen. De duizenden nieuwe musea in China even terzijde gelaten, zie je in het Midden Oosten maar ook in Singapore megamusea ontstaan waar het beste bij elkaar komt: collecties uit het Louvre, architecten van de bovenste plank, en toe-eigenende 'gemeenschappen' van globale expats en nieuwe zakentypes. Die willen top of the bill. Het is het Europese museum dat er wordt verzameld, en wijzelf zijn het onderwerp van een nieuwe etnografie
geworden. Ook de steeds dominanter kunstmusea en -biënnales, overal ter wereld, zijn platforms voor kunstenaars die nadrukkelijk door hun herkomst gedefinieerd worden, daar een Verhaal over te
vertellen schijnen te hebben. Dat is omgekeerde etnografie.

2. Bij sommigen, waaronder de historicus James Clifford, viel een pleidooi te beluisteren voor een
zekere herwaardering van de esthetiek, maar dan anders. Je moet andere sensitiviteiten willentoelaten om meer van, ahum, het leven te begrijpen. Dat kan in kunstmusea, maar ook in v/h etnografische musea. Dat zijn immers in zekere zin grensverkenners, waar tussenruimtes die er ooit
waren nog even zichtbaar blijven. Antropologie, en volkenkundige collecties, zijn dan een instrument om de onvolmaaktheid van vertalingen te onderzoeken. “Anderen” spreken immers niet dezelfde taal met alleen andere woorden, maar een heel andere taal die nooit volledig af te dekken is. Vervang taal door cultuur et voilà. Dat is een cognitief proces dat door esthetiek wordt gaande gemaakt. Clifford raadde wel aan een mooie balans te vinden tussen cognitie en esthetiek.

2. Gelokaliseerdheid. Het is misschien wel onzin te zoeken naar “de” toekomst. Alsof al die musea uit een pakje kwamen. Je kunt ze zien als telkens lokale, specifieke antwoorden op ontmoetingen met
anderen, op een belangrijk moment tijdens het proces van hun identiteitsvorming. Precies dat gaat het Weltmuseum Wien doen. Tijdens de lange Habsburgse periode, zei Engelsman, waren er tal van
incidenten (een wereldoorlog of wat), personen (Montezuma) en ontwikkelingen (expansie, krimp) die uiteindelijk leidden tot de uiterst gevarieerde Weense collectie. Het nieuwe museum gaat zich op
die manier ontsluiten en presenteren. Een waaier van biografische verhalen tijdens de opkomst en ondergang van wat een tijdje de hoofdstad van de wereld was. Misschien dat ons eigen nieuwe
Rijksmuseum van Wereldculturen daardoor geïnspireerd gaat worden.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie