Educatie

In hoeverre is er onderscheid tussen erfgoed-, archief- en museumeducatie?

Tijdens de ErfgoedArena van 30 januari jl. gaf ik een korte uiteenzetting over archiefeducatie. Ik werd gevraagd vanuit de ReinwardtAcademie aangezien ik werkzaam ben voor zowel een museum als een archief in Tilburg. Mijn taak is het coördineren van educatie en het bevorderen van publieksparticiptatie voor beide instellingen. Dat doe ik samen met collega Jasmijn van der Hamsvoord. Ik schetste slechts in enkele woorden een kader ten aanzien van de begrippen ´erfgoed´, ´museumeducatie´ en ´archiefeducatie´.

We opereren onder de verzamelnaam ´erfgoededucatie´ die naar onze mening onder te verdelen in ´museum-´ en ´archiefeducatie´. Ik wil even stilstaan bij het begrip ´erfgoed´ aangezien dat vaak meerdere betekenissen heeft. Zo kunnen we ´erfgoed´ beschouwen als ´vroeger´, de tijd van opa´s en oma´s of de tijd van Ot en Sien, zo rond 1900. Erfgoededucatie resulteert dan in het kijken en vergelijken van oude en nieuwe foto’s, het uitzetten van wandelroutes met historische foto’s, het vertellen van verhalen door een senior in de klas of door het handelend bezig zijn met voorwerpen uit grootmoeders tijd. Een andere benadering van erfgoed is meer historisch waarbij je de ´grotere´ geschiedenis als uitgangspunt neemt en die met een eigentijdse blik onderzoekt. Zeker onderwerpen als kolonialisme, slavernij en Wereldoorlog II zijn inmiddels verworden tot ´beladen erfgoed´ aangezien het in de loop der tijd steeds van betekenis en waarde verandert. Het herijken en herwaarderen hiervan hoort wat ons betreft dan ook tot ´erfgoededucatie´.

Daarmee zijn we aangekomen bij de begrippen museum- en archiefeducatie. In een museum is vaak een expositie het uitgangspunt voor educatie. De tentoonstelling is weliswaar gebaseerd op primaire bronnen, maar door tussenkomst van de conservator wordt de expositie als geheel een secundaire of zelfs tertiaire bron. De conservator maakte immers de keuze voor het onderwerp en vervolgens deed hij onderzoek in archieven en collecties van musea. Evenzo bepaalde hij de afbakening, zowel geografisch als qua periodisering. Hij zocht naar bronnen, maakte keuzes, nam kennis van hetgeen de bron vertelt, om die vervolgens te interpreteren en daar conclusies aan te verbinden. Uiteindelijk is daaruit een ´verhaal´ ontstaan dat gepresenteerd wordt in dit geval in een tentoonstelling.

Kijken we naar educatie in de archieven, dan zit daar een essentieel verschil met de musea. Ik moet daarbij wel opmerken dat mijn uitgangspunt is, dat het archief geen museale opvatting hanteert. Dus het archief maakt in deze géén exposities rondom een thema. In Tilburg doen we dat in elk geval niet en archiefeducatie richt zich bij ons dan ook enkel op het doen van onderzoek. Het traject dat ik zojuist schetste bij de conservator, dat is het werk dat de leerling, student of volwassene in een archief wordt ´geleerd´. Spreken wij dan ook over archiefeducatie, dan hebben we het over het leren en begeleiden van de ontwikkeling van onderzoeksvaardigheden: zoeken, verzamelen, kiezen, afbakenen, analyseren, interpreteren, toepassen en creëren. Deze opsomming is niet volledig, maar geeft een indicatie van waar ik op doel.

Kort gezegd komt het erop neer dat er bij een museum een verhaal is, waarmee de lerende geconfronteerd wordt in tegenstelling tot het het archief waar de lerende niet meer heeft dan een verzameling data ofwel primaire bronnen. Waar de student in een museum leert over een onderwerp zal hij in een archief zelf het onderwerp moeten vormgeven.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie